Sehnsucht in Sangerhausen
De mens als metamorf gesteente
Sehnsucht in Sangerhausen
Vier mensen in Duitsland hunkeren naar een ander leven. In vier onderling verbonden hoofdstukken vertelt Sehnsucht in Sangerhausen een verhaal over sociale vervreemding.
Op het eerste gezicht lijkt het een berg, maar het is volledig door mensenhanden gemaakt. Het is de Hohe Linde. Een enorme kegelvormige afvalhoop, ontstaan door eeuwenlange koperwinning. Vanuit elke punt in het stadje Sangerhausen torent hij boven de gebouwen uit. En toch lijkt niemand er echt aandacht aan te schenken. Misschien zijn ze er zo aan gewend dat ze hem niet meer zien.
Sehnsucht in Sangerhausen begint met een steen: een blauwe met goud-zwarte aders, gevonden in het gras. “Een aandenken aan een leven dat ik nooit geleid heb”, zo omschrijft iemand hem. De steen wordt in de achttiende eeuw gevonden door Lotte, een kamermeisje van de aristocratie, en vervolgens door Ursula, een winkelbediende en kelner in het huidige Duitsland. De steen wordt doorgegeven aan iemand anders, en wordt een symbool voor hun ontketende verlangen.
Sehnsucht in Sangerhausen bestaat uit vier vignetten, maar gaat over twee ontmoetingen: eerst tussen Ursula en Zulima, een muzikant uit Berlijn, en dan tussen Ursula en de andere hoofdpersonages van de film: Neda, een YouTuber die gevlucht is uit Iran, en Sung-Nam, een van origine Chinese gids met geldproblemen.
Die eerste ontmoeting zet iets in gang bij Ursula, die al zestien jaar vastzit in een ongelukkig huwelijk. Het is misschien een queer ontwaken, maar meer nog is het het ontwaken van een diep verlangen naar een ander leven.
Echte solidariteit, aldus de marxistische filmmaker Julian Radlmaier, die met zijn Self-Criticism of a Bourgeois Dog (2017) en Bloodsuckers (2021) al twee uitgesproken politieke films maakte, is te vinden tussen mensen van dezelfde sociaal-economische klasse. Als twee witte vrouwen in de 21ste eeuw lijken Ursula en Zulima dan wel op elkaar, hun werelden liggen mijlenver uit elkaar. Terwijl Lotte en Ursula uit verschillende eeuwen komen, maar hun levens juist weinig van elkaar verschillen.
De overeenkomsten tussen de levens van de personages zijn wat overtrokken, met nadrukkelijke verwijzingen tussen de verhalen, waardoor de film, vooral in het begin, gekunsteld overkomt. Pas wanneer Radlmaier de teugels laat vieren en zijn protagonisten de vrije loop laat, wordt het interessant.
Met extreme zoom-ins maakt Radlmaier de vervreemding voelbaar van zijn personages, die het grootste deel van de film eenzaam door de stad dwalen. Wanneer hij ze in de slotakte bij elkaar brengt, ontstaat er een vleugje magie. Dit gebeurt wanneer ze de mijnschacht ingaan en eindelijk hun gezamenlijke verleden onder ogen zien.
Het wordt allemaal nog eens samengevat door de geest van Lotte, die aan het einde verschijnt en zich tot ons richt: “Jullie levenden vergeten zo snel.”