Funeral Parade of Roses
Een ster die nooit gestopt is met stralen
Funeral Parade of Roses
Dit avantgardistische portret van de lgbtqi+ gemeenschap in het Tokio van de jaren zestig is ruim vijftig jaar na de première nog steeds een inspirerende wervelwind.
Het is onvoorstelbaar hoe overdonderend Funeral Parade of Roses (Bara no sōretsu), een mijlpaal in de queer filmgeschiedenis, vandaag de dag aanvoelt. De film, die het Eye-zomerprogramma Queer Power opent, is als een ster die nooit is gestopt met stralen.
Dat is vooral te danken aan het ongebreidelde enthousiasme van filmmaker Toshio Matsumoto, die barstte van de ideeën toen hij in 1968 begon te filmen. Die ideeën, gevat in een door de Oedipus-mythe geïnspireerd verhaal, vormen samen een baanbrekend gesamtkunstwerk vol poëzie, fotografie en film.
De plot draait om trans vrouw Eddie die drankjes serveert in een homobar in Tokio. Zij krijgt een relatie met Gonda, een drugsdealer en eigenaar van het etablissement. Tegen het einde van de film blijkt die haar vader te zijn, die ze sinds haar kinderjaren niet meer heeft gezien. Matsumoto laat in flashbacks doorschemeren hoe Eddie in haar jeugd wordt mishandeld door haar moeder. Zij praat, net als veel leden van de lgbtqi+ gemeenschap in die tijd, nauwelijks over haar traumatische verleden. Ze is gewend geraakt om uit zelfbescherming een façade op te houden, om soms zelfs letterlijk een masker te dragen.
Funeral Parade of Roses geeft een intrigerend tijdsbeeld van die Tokiose gemeenschap. Matsumoto filmt vooral in de neonverlichte wijk Shinjuku, waar de straten worden bevolkt door heerlijk tegendraadse types die in minirokjes swingen op Amerikaanse popmuziek. Sowieso is de invloed van Amerikaanse cultuur, en popart in het bijzonder, voortdurend zichtbaar in de film. Matsumoto was overduidelijk een adept van Andy Warhol – maar ook Luis Buñuel, Maya Deren en Herk Harvey schieten te binnen. Zo doet de unheimische orgelmuziek die door de hele film klinkt denken aan Harvey’s Carnival of Souls (1962).
Die laatstgenoemde film voelt bij vlagen als een out of body experience, en dat geldt ook voor Matsumoto’s geesteskind. Zie bijvoorbeeld hoe hij met tijd speelt in een scène waarin het doorgeven van een joint uren lijkt te duren. Het sorteert een mijmerend, troostrijk effect waarbij je bijna opstijgt. In een scène met een straatgevecht voert hij het tempo in de montage juist op om de adrenaline over te brengen op de kijker.
Zo schiet Funeral Parade of Roses alle kanten op. Dynamische montagesequenties worden opgevolgd door Brechtiaanse sketches; freeze frames onderbreken existentiële overpeinzingen. Het resultaat is bijzonder eclectisch terwijl toch alles klopt. In zijn meesterwerk liet Matsumoto zich schijnbaar zonder concessies leiden door zijn kunstzinnige instinct.
Funeral Parade of Roses is vanaf 26 juni 2026 te zien in Eye Filmmuseum als openingsfilm van het programma Queer Power.