Rereleases
Na de lockdowns kwamen de klassiekers
Amadeus
Sinds de coronacrisis duiken klassiekers op in de landelijke releaselijst als onderdeel van het reguliere première-aanbod. Dat is niet alleen maar goed nieuws: “Er wordt zoveel uitgebracht dat het niet meer behapbaar is.”
Het is half maart. Jan de Vries, filmprogrammeur en mede-eigenaar van het Rotterdamse filmtheater Kino voelt de extreme druk op de uitbrengkalender. “Afgelopen week waren er drie rereleases die tegelijkertijd in de filmtheaters draaiden: Il conformista [1970], The Man Who Fell to Earth [1976] en Kiki’s Delivery Service [1989]. Twee weken eerder kwam Wanda [1970] van Barbara Loden uit. En dan zijn er nog zeven, acht grote reguliere films. We krijgen in de zes weken na IFFR te verstouwen wat normaal in drie maanden uitkomt.”
Ook voor mei staan er meerdere rereleases op het menu: Top Gun (1986), Kill Bill (2003) en Amadeus (1984). In aanloop naar Bevrijdingsdag bracht Eye Filmmuseum de gerestaureerde Nederlandse klassieker Het meisje met het rode haar (1981) uit. En in juni volgen Une femme est une femme (Jean-Luc Godard, 1961), Leaving Las Vegas (Mike Figgis, 1995) en The Girl Who Leapt Through Time (Mamoru Hosoda, 2006).
Het aantal films dat jaarlijks in de Nederlandse bioscopen wordt uitgebracht, zit (op de dip van de coronaperiode na) al tijden in de lift. Maar de afgelopen vijf jaar is er nog een extra golf ontstaan door de populariteit van oude filmtitels op het grote doek. Een kleine rondgang langs filmtheaterprogrammeurs en distributeurs wijst op een tendens die door de corona-lockdown in een stroomversnelling kwam.
Jade Beyene, programmeur bij het Amsterdamse studentenfilmtheater Kriterion, wijst op een trend die door de in 2016 opgerichte filmtheaters Lab111 in Amsterdam en Kino Rotterdam werd ingezet: “Omdat er in de grote steden zoveel concurrentie was, wilden zij zich onderscheiden met de programmering van klassiekers. Kriterion programmeert al decennialang het maandelijkse programma Moderne Klassiekers, maar sinds een jaar zijn we hier meer op gaan focussen.”

Breed maar ondiep
Jan de Vries (Kino Rotterdam): “Toen wij begonnen was er bij Eye of een enkel filmtheater wel eens wekelijks een klassieker te zien, maar dat waren de uitzonderingen. Wij wilden dat normaliseren. Sinds de teloorgang van de dvd/blu-ray-markt zijn veel oudere titels onvindbaar geworden. Het online aanbod van streamers is heel breed, maar ongelooflijk ondiep. Als je naar aanleiding van de nieuwste film van Michael Mann [Ferrari, 2023] al zijn oude films wil zien, kun je er één van de elf online vinden. Ook veel coole Koreaanse films zijn nergens meer te vinden.”
Daarbij heeft de Cinevillepas – een maandabonnement dat filmtheaters sinds 2009 van prepaid vaste inkomsten voorziet – de drempel verlaagd om in de programmering nieuwe dingen te proberen. Volgens Eye-programmeur Leo van Hee levert Cineville bij klassiekers tot wel zeventig procent van de bezoeken; bij retrospectieven vaak nog meer. Toch is het niet enkel de Cinevillepas die de toeloop verklaart. Van Hee: “Ook in Europese landen waar zo’n pas niet bestaat, bezoekt een jonger publiek veel meer dan voorheen klassiekers.”
Seb de Reuver, programmeur bij Kriterion, vergelijkt de interesse van jonge mensen in oudere filmproducties met de herwaardering voor vinyl in de muziekwereld. “Oudere films spreken een andere taal, schetsen een ander wereldbeeld, bieden een reis naar een verleden dat je niet hebt meegemaakt. Het is deels escapisme, deels zoeken naar nieuwe manieren om te provoceren en een eigen identiteit op te bouwen.”
Van Hee (Eye): “Waar de release van Béla Tarrs Sátántangó in 1994 geweldige recensies kreeg maar voor de happy few was, merkten we dat de tentoonstelling van Tarr in 2017 al veel meer en vooral jonge mensen trok. Vervolgens zat door corona iedereen thuis films on demand te kijken. Dat heeft de trend die daarvoor al was ingezet versterkt. Toen iedereen weer naar buiten kwam, wilde men meer klassiekers zien.”

Explosief
Tom Ooms, programmeur bij het Amsterdamse filmtheater Lab111, wijst op nog een ander belangrijk corona-effect: “Door de coronamaatregelen werd de filmproductie wereldwijd on hold gezet en kwam er een kaalslag in de releaselijst van distributeurs. Bij gebrek aan nieuwe producties heeft Universal daarna, in najaar 2022, als experiment Jaws heruitgebracht in 3D. Omdat naamsbekendheid klassiekers al een bepaalde waarde geeft, is dat minder risicovol. Vergeleken met de nieuwe Nolan of Spielberg is de opbrengst een peulenschil, maar het heeft wel laten zien dat er ook in de Pathé-bioscopen vraag is naar klassieke titels.”
Waar de vertoning van een klassieker aanvankelijk vooral afhing van het initiatief van individuele programmeurs bij afzonderlijke filmtheaters, worden oude titels nu vaker door landelijke distributeurs uitgebracht als deel van het reguliere première-aanbod: de zogenaamde rereleases. Soms is de aanleiding een 4K-restauratie of een jubileum, soms worden films in een pakketje aangeboden (zoals vorig jaar de films van Agnès Varda en een collectie Dogma 95-films).
Het landelijke aanbod van rereleases groeide de afgelopen jaren explosief. Waar er in 2022 nog 17 rereleases in de officiële uitbrenglijst stonden (op een totaal van 502 titels), was dat aantal in 2024 tot 34 verdubbeld en vorig jaar (met 43 titels op een totaal van 542) al bijna verdrievoudigd. Daarnaast zit ook het aantal door filmtheaters op eigen initiatief vertoonde klassiekers in de lift.

Telefoonboek
De landelijke heruitbreng door distributeurs heeft een belangrijk voordeel, zegt filmprogrammeur Marloes den Hoed van Filmtheater Hilversum: “Rereleases zijn digitale kopieën die naar een server gaan. Die zijn voor filmtheaters veel makkelijker te boeken. En veel goedkoper, omdat alles al is geregeld. Een zelf opgespoorde 35mm-film is exclusiever, maar vaak is het een hele zoektocht naar waar de rechten liggen.”
Die zoektocht kan soms maanden duren, weet Ooms (Lab111) uit ervaring. “Klassiekers programmeren is het leukste én meest frustrerende dat er is, want erg afhankelijk van parate kennis en contacten van de mensen bij de theaters.”
Het was voor Ooms reden om eind 2022 distributiehuis Odyssey Classics voor louter klassiekers op te zetten, zodat ook andere filmtheaters van de door hem geregelde rechten en dragers kunnen profiteren. Ooms: “Er bestaat geen platform met ‘Piet heeft de rechten van die film voor die landen en daar is een kopie te huur’. Al heeft het festival van Locarno wel iets opgetuigd dat daarop lijkt. En er zijn verschillende partijen bezig met tools om dat in kaart te brengen.”
Seb de Reuver (Kriterion): “Distributeurs hebben steeds vaker een toegankelijke catalogus van films waarvan zij de rechten bezitten en die zij hebben gedigitaliseerd. Toch is het opsporen van rechten en materiaal nog lang niet zo overzichtelijk als een telefoonboek.”

Nostalgie
Van Hee (Eye) geeft aan dat het aanbod van klassiekers sinds de digitalisering van film internationaal enorm is gegroeid. “Grote internationale spelers als StudioCanal hebben rond de 25 miljoen euro gestoken in de digitalisering van hun catalogus, die ze vervolgens een theater- en streamingrelease geven. Ook worden er nu redelijk wat klassiekers uitgebracht door distributeurs als Cinéart, dat eigendom is van Mubi, en Dutch FilmWorks, waar StudioCanal een meerderheidsaandeel in heeft. En zonder Park Circus, een internationale distributeur die sinds 2003 een enorme catalogus aan Hollywoodklassiekers en indiefilms beheert waar ook Eye uit put, hadden theaters als Lab111 en Kino hun programmering van klassiekers niet kunnen opstarten.”
De distributietak van Eye, tot wiens kerntaak het sinds jaar en dag behoort om zowel door hen gerestaureerde Nederlandse als internationale klassiekers uit te brengen, heeft er volgens Van Hee geen last van dat andere distributeurs zich nu ook op de heruitbreng van klassiekers storten. “Als anderen grotere klassiekers uitbrengen, schuiven wij op naar de kleinere titels, zoals Van de koele meren des doods [1982] of Het ondergronds orkest [1997].”
Bij Kino en Kriterion is het aandeel klassiekers in de programmering de afgelopen vijf jaar gegroeid tot ongeveer twintig procent van het aanbod. Zo kun je bij Kriterion terecht voor een lenteklassieker, een moderne klassieker of in de nacht een cultfilm die nergens anders meer te zien is, naast een themaprogramma als Past the Curtain, waarin voormalige Oostblokfilms worden vertoond. Kino draait momenteel een zelfgeregeld retrospectief met elf films van Michael Haneke en vertoont deze maand Battle Royale (2000) als companion piece bij de heruitbreng van Kill Bill op 70mm, wat de opmaat vormt voor een themaprogramma van vijftien klassiekers genaamd ‘My Name Is Vengeance’.
Den Hoed (Filmtheater Hilversum) merkt dat vertoningen van films op 35mm op veel waardering kunnen rekenen. “Veel mensen vinden de korrel mooi. Ze willen zo’n film vanuit een nostalgisch gevoel herzien of aan hun kinderen laten zien. Maar er komt ook een groep jonge cinefielen op af. We doen er vaak een korte inleiding bij en in de pauze kunnen bezoekers in de cabine kijken.”

Overdaad
Toch is er ook een keerzijde. Dat klassiekers onderdeel zijn geworden van het première-aanbod leidt tot nog meer druk op een toch al overspannen uitbrengmarkt, terwijl het totale aantal bioscoopbezoekers al sinds 2023 daalt en nooit meer op pré-coronaniveau kwam.
Den Hoed (Filmtheater Hilversum): “Fijn hoor, dat er zoveel gerestaureerde klassiekers zijn, maar soms zie je al aan de releaselijst dat alles als een lawine over het publiek wordt uitgestort. Er wordt zoveel uitgebracht dat het niet meer behapbaar is.”
De Vries (Kino): “Ik zal nooit zeggen dat klassiekers niet moeten worden uitgebracht. Maar als distributeurs door rereleases op de stoel van programmeurs gaan zitten wordt het weer overal hetzelfde. Terwijl diversifiëring juist de charme is.”
Volgens Ooms (Lab111/Odyssey Classics) lost dat probleem zich vanzelf op: “De algemene tendens is dat er te veel films uitkomen, waardoor ze steeds korter in een filmtheater te zien zijn. Alles draaien is niet meer te doen. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over waarin distributeurs en theaters zich willen specialiseren.”