De bruiden van Frankenstein

Originaliteit is dood, leve de originaliteit

The Bride!

Weer een Frankenstein-verfilming? The Bride! schept een vrouwelijk monster en geeft zo antwoord op de vraag naar het bestaansrecht van de hervertelling: “I have a lot more to say. Are you ready?

De afgelopen jaren verschenen er meerdere nieuwe verfilmingen van Frankenstein. Steeds wordt het klassieke verhaal van Mary Shelley uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. Hoe vaak kan een werk worden herschapen voordat het zijn originaliteit verliest?

De afkeer voor hervertellingen, en de daarmee gepaard gaande angst dat oorspronkelijke ideeën niet bestaan, is een typisch hedendaagse. Het lijkt misschien alsof ons tijdsgewricht wordt gekenmerkt door hervertellingen, maar vanuit een breder historisch perspectief zijn ze allesbehalve nieuw.

Veel premoderne kunst volgde immers het principe van imitatie. Niet louter de wereld werd geïmiteerd, ook eerdere werken, stijlen en narratieve structuren werden nagedaan. Pas relatief recent, vanaf eind achttiende eeuw en onder invloed van de Romantiek, heeft de westerse cultuur individueel auteurschap tot primair criterium voor artistieke waarde verheven. Het beeld van de kunstenaar als een eenzaam genie, die uit het niets vernieuwende werken schept, is dan ook een moderne uitvinding.

In de afgelopen decennia is het ideaal van originaliteit onder druk komen te staan. Onder invloed van het poststructuralisme zijn we gaan denken dat de betekenis van een werk niet uitsluitend wordt bepaald door de maker, maar (mede) wordt gevormd door factoren buiten diens controle – zoals de invloed van culturele context en de instabiliteit van taal en betekenis.

Als betekenis niet langer eenduidig aan een maker kan worden toegeschreven, verliest ook het idee van originaliteit vanzelfsprekendheid. Veel makers hebben dit idee omarmd en maken bewust afgeleide werken. Tegen deze achtergrond zijn hervertellingen problematisch geworden: ze zijn geen tekenen dat een maker een techniek of stijl onder de knie heeft, maar vooral bewijs van een gebrek aan originele verhalen, een (pijnlijke) herinnering dat alles al gezegd is.

Mar(r)y the monster
De angst dat onze creaties zich aan onze greep onttrekken en een eigen leven gaan leiden, speelt al een rol in Mary Shelley’s roman Frankenstein uit 1818. Het verhaal van een wetenschapper die uit menselijke resten een wezen creëert, leent zich voor uiteenlopende interpretaties, van feministische tot transhumanistische, maar kan ook zeker gelezen worden als een metafoor voor het auteurschap. Het idee van de auteur als herschepper wordt hier letterlijk verbeeld.

In de roman schept Victor Frankenstein een wezen dat in de populaire cultuur zijn eigen naam draagt. Niet zoals God Adam in zijn evenbeeld schiep, maar door delen van dode lichamen aan elkaar te naaien. Om in de Bijbelse metafoor te blijven: zijn schepping lijkt meer op die van Eva, en is een afgeleide.

Bride of Frankenstein

De literaire symboliek wordt expliciet gemaakt in films over de bruid van Frankenstein. Hoewel biografische interpretaties van Frankenstein het verhaal altijd al als een metafoor voor Shelley’s eigen ervaringen als moeder en als vrouw lazen, wordt het verband tussen Shelley en de Schepper pas expliciet gelegd wanneer het vrouwelijke Schepsel ten tonele verschijnt. In Bride of Frankenstein (1935), het vervolg op James Whale’s film Frankenstein (1931), kondigt een fictieve Mary Shelley de film aan met de mededeling dat haar verhaal nog niet af is. Zo opent “misschien wel de beste vervolgfilm ooit gemaakt” met de ultieme rechtvaardiging voor zijn bestaan, uit de mond van de auteur zelf.

Bride of Frankenstein is niet alleen een voortzetting van de film Frankenstein, maar ook te lezen als een voltooiing van een mogelijkheid die de roman zelf openlaat. In Shelley’s verhaal bestaat de bruid namelijk alleen als voornemen: het Schepsel vraagt om een metgezel en Frankenstein begint met het scheppen van haar lichaam, maar uiteindelijk maakt hij dit vrouwelijke Schepsel niet af. Daarvoor noemt hij allerlei redenen, waaronder de mogelijkheid dat zij het Schepsel zal afwijzen, maar de belangrijkste is dat hij geen “race of devils” wil creëren.

Het Schepsel is gedoemd om de rest van zijn dagen alleen door te brengen. Uit wraak doodt hij de bruid van Frankenstein, Elizabeth, tijdens hun huwelijksnacht.

De bruid verwijst dus zowel naar Elizabeth als naar de onafgeronde metgezel van het Schepsel. De verwarrende dubbele betekenis van de naam Frankenstein sijpelde zo door naar de figuur van de Bruid. In de film Mary Shelley’s Frankenstein (Kenneth Branagh, 1994) vallen de twee bruiden zelfs samen: Frankenstein wekt Elisabeth tot leven, maar het Schepsel eist haar op.

Een dubbeling treedt ook op bij Mary Shelley en de Bruid. In Bride of Frankenstein speelt Elsa Lanchester zowel Mary Shelley als de Bruid. Net zoals het Schepsel een soort spiegel is voor zijn Schepper, zo trekt deze film een parallel tussen de ervaring van Mary Shelley en van de Bruid. Het Schepsel staat tot Frankenstein zoals de Bruid tot de auteur Mary Shelley.

Tot vrouw gemaakt
Bride of Frankenstein maakte van de Bruid niet alleen een personage, de film gaf haar ook een prototypische verhaallijn. In navolging van Bride of Frankenstein is het bestaan van de Bruid in hervertellingen doorgaans kortstondig – in Mary Shelley’s Frankenstein zelfs door eigen hand.

In haar boek Artificial Women stelt Julie Wosk dat in films en televisieseries kunstmatige vrouwen geschapen worden om mannen te bevredigen, maar zich vervolgens ontwikkelen en hun eigen vrijheid gaan nastreven. De AI-robot Ava in Ex Machina (2014) gebruikt haar verstand om zich uit het huis van de rijke CEO te bevrijden; Iris in Companion (2025) ontdekt dat ze een seksrobot is en neemt wraak op haar vriend/meester. Maar wat dan? Wat doe je met die verworven vrijheid? Bride of Frankenstein, Ex Machina en Companion eindigen voordat daar antwoord op wordt gegeven.

Barbie

Recente films over de Bruid wijken bewust af van de traditionele verhaallijn. Bella in Yorgos Lanthimos’ Poor Things (2023), Barbie in Greta Gerwigs Barbie (2023) en Ida in Maggie Gyllenhaals The Bride! (2026) eisen dat ze “naar buiten” mogen. Uit het huis van Frankenstein, of, zoals in Barbie, uit de wereld van poppen.

Gyllenhaal en Lanthimos eindigen hun films niet met de creatie van de Bruid, maar beginnen er juist mee. The Bride! maakt expliciet dat de film een verhaal voortzet dat vaak voortijdig wordt afgebroken. De film speelt zich af in 1936 en grijpt terug op Bride of Frankenstein uit 1935. Ook deze film opent met een meta-proloog waarin Mary Shelley vanuit het hiernamaals verkondigt dat haar verhaal niet af is. Pas nu heeft ze de juiste woorden gevonden voor haar verhaal: “I have a lot more to say. Are you ready?

Door de Bruid te laten ontsnappen uit het huis van haar schepper, schenken The Bride! en Poor Things haar vrijheid. De films werken die vrijheid op tegengestelde manieren uit: Bella zegt “ja” tegen alles wat op haar pad komt, terwijl Ida “nee” zegt (of, in haar eigen woorden: “Ik doe het liever niet”). In beide films draait hun herwonnen vrijheid om seksuele vrijheid: Bella wordt sekswerker in Parijs, terwijl Ida meerdere keren ternauwernood aan verkrachting ontsnapt.

Uiteindelijk beseffen beide vrouwen dat hun dood het resultaat is van hun vrouw-zijn: Ida wordt gedood omdat ze opkwam voor vermoorde sekswerkers, Bella heeft zichzelf verdronken omdat ze niet kon ontsnappen aan een gewelddadig huwelijk. Hun nieuwe leven, als vrije vrouwen, is dan ook schatplichtig aan hun verleden als onderdrukte vrouw: alleen in hun tweede leven als Schepsel vonden ze vrijheid. Ook hier kiezen de films voor een tegengestelde benadering: Bella was een bruid die haar vrijheid ontdekt via sekswerk, Ida was een sekswerker die zichzelf opnieuw uitvindt als bruid.

Ook Barbie gaat over een wezen dat gemaakt is om een bruid te zijn die zichzelf probeert te ontplooien. Net als Ida en Bella beseft Barbie dat haar weg naar zelfverwezenlijking gedoemd is te mislukken omdat ze een vrouw is: zelfverwezenlijking is onmogelijk, want zelfs als ze mens zou worden en aan haar poppenbestaan zou ontsnappen, zou ze nog steeds een schepsel zijn: een vrouw wordt immers niet geboren, maar gemaakt. Zo laat Barbie zien dat de figuur van de Bruid bovenal een beschouwing is over het vrouw-zijn.

Poor Things. Foto: Yorgos Lanthimos

Vrijheid
Films als Barbie, Poor Things en The Bride! breiden het Frankenstein-verhaal uit. Net zoals Frankenstein met zijn Schepsel creëren ze iets geheel nieuws met de restjes van een oud verhaal. Hun waarde ontlenen ze niet alleen aan hun vindingrijkheid, maar ook aan hun verwijzingen naar voorgaande werken. Zo zijn ze een voorbeeld van de hedendaagse ‘remixcultuur’: door het oorspronkelijke verhaal te herschikken, voegen ze iets toe.

Er zijn inmiddels meer dan zevenhonderd verfilmingen van Frankenstein. Als je tv-adaptaties meerekent, verscheen het Schepsel zelfs meer dan duizend verschillende keren op beeld. Dan hebben we het nog niet eens over die andere hervertellingen: talloze boeken, strips en theatervoorstellingen werden geïnspireerd door het verhaal van Mary Shelley. (De titel van het vaakst afgebeelde literaire personage staat overigens op naam van Dracula.)

De Bruid werd niet afgemaakt omdat Victor Frankenstein niet wilde dat zijn Schepsels zich zouden voortplanten. Er bestaan inmiddels talloze variaties en interpretaties van het Schepsel. In The Bride! zien we hoe hij samen met zijn Bruid naar de film gaat. Hij heeft films net zo hard nodig om te overleven als lucht. Een boek heeft ons de Schepsels dan wel gebracht, cinema houdt hen in leven. Elke verschijning net weer even anders.


The Bride! draait vanaf 5 maart 2026 in de bioscoop.