Olivier Assayas over The Wizard of the Kremlin

Een keizerrijk van kitsch

Olivier Assayas op de set van The Wizard of the Kremlin. Foto: Carole Bethuel

Achter Poetin bewoog zich jarenlang iemand in de schaduwen. Vladislav Soerkov. De man die ‘hybride oorlogvoering’ bedacht. De man ook achter de trollenfabrieken die sociale media overspoelen met leugens. In The Wizard of the Kremlin van Olivier Assayas heet hij Vadim Baranov.

Misschien is het wrange kosmische poëzie dat het idee achter ‘flooding the zone’ uit Rusland kwam. De ‘zone’, die fantastische en ellendige plek in Tarkovski’s Stalker (1979), waar dromen uitkomen of vernietigd worden. Een plek die iedereen voor altijd verandert.

Anno 2026 heeft die zone een andere betekenis. ‘Flooding the zone’ betekent: het publieke domein vergiftigen met eindeloze hoeveelheden leugens. En zo dus de hoofden van mensen. Zodat niemand de waarheid meer kan zien. Ondertussen maakt men  journalistiek en wetenschap verdacht, want dat zijn de domeinen die op enige schaal feit van fictie proberen te scheiden.

De man die dit in de praktijk bracht, kende tot voor kort vrijwel niemand: Vladislav Soerkov, jarenlang adviseur van Poetin. Journalist en politiek essayist Giuliano da Empoli schreef er een roman over, die in het Nederlands is vertaald als De Kremlinfluisteraar. Vervolgens kwam er een film.

The Wizard of the Kremlin van Olivier Assayas gaat over Soerkov en diens invloed op de recente Russische geschiedenis. In de film heet hij Vadim Baranov en wordt hij – op het irritante af – sotto voce gespeeld door Paul Dano. Het zou ironisch kunnen zijn, dat gefluister, gezien Soerkovs oorverdovende invloed. Maar ironie voelt hier misplaatst. De kwestie is te serieus. Het publieke domein is de enige plek die de meesten van ons hebben om de werkelijkheid een beetje bij te sturen: in de openbare ruimte, op opiniepagina’s van kranten en via sociale media kan de bevolking van zich laten horen. Dat ook de betrouwbaarheid van die plek door Soerkovs trollenfabrieken (op z’n minst in de perceptie van veel mensen) is aangetast, daarbij geholpen door lokale nuttige idioten, is een fundamenteel probleem.

Dat een maker als Assayas Da Empoli’s boek zou verfilmen, is logisch. In meerdere films liet hij door de jaren heen een nieuwsgierigheid zien om het politieke moment te begrijpen. Assayas kwam tijdens het filmfestival van Rotterdam een dag over om over de film te praten. Is er iets fundamenteel veranderd in de wereld, nu twee grootmachten niet meer in diplomatie geloven maar in wreedheid en geweld?

Nee, wacht. Het is beter om eerst iets over de man zelf te vertellen. Assayas is nu 71. Over de invloed van de radicale maand mei 1968 op zijn denken, schreef hij in 2005 de memoire A Post-May Adolescence: Letter to Alice Debord. Over Guy Debord en de situationisten. Over hun kritiek op eindeloze consumptie en de spektakelmaatschappij, waarin mensen van elkaar vervreemd raken en de werkelijkheid alleen nog beleven via het spektakel van een eindeloze stroom beelden.

Gezien de onwaarschijnlijk sterke invloed van sociale media en kapitaal op democratische processen, is het denken van Debord alleen maar relevanter geworden. Op de ochtend dat ik dit schrijf, slingert het Amerikaanse ministerie van Defensie een supercut de wereld in waarin beelden van dodelijke aanvallen op Iran zijn gemonteerd met beelden uit films. Fragmenten uit Braveheart (1995) en Gladiator (2000) schieten op het scherm voorbij tussen beelden van explosies in Iran. Er wordt gepronkt met fictieve gevechten op fictieve slagvelden, terwijl men in werkelijkheid honderden kilometers verderop achter een beeldscherm drones lanceert. Grote woorden klinken van de Amerikaanse minister van Defensie over ‘stijdersmentaliteit’, terwijl hij even later fotografen van een persconferentie weert omdat hij bij de vorige niet stoer genoeg op een foto stond. In z’n graf krijgt Guy Debord stuiptrekkingen van het rollen met z’n ogen.

Assayas brengt die achtergrond mee naar een gesprek. Politieke gedachten lopen door z’n hele oeuvre. Over mei 1968 in Frankrijk maakte hij in 2012 Après mai. Hij portretteerde Ilich Ramírez Sánchez alias Carlos the Jackal in Carlos (2010), niet als onfeilbare zeloot maar als “swaggering global gangster” en een “symbool van seismische politieke veranderingen in de wereld” (uit een tekst bij de Criterion-uitgave van de film). De film volgt Carlos gedurende een lange periode en geeft onder meer een beeld van twee decennia waarin internationaal terrorisme ook Europa trof. Het einde is veelzeggend. De man die ooit een radicale terrorist was, een van de meest gezochte mannen ter wereld werd, slijt z’n nadagen in Khartoem in Soedan. Volgevreten en ijdel: een operatie om een testiculaire tumor te verwijderen stelt hij uit omdat een liposuctie voorgaat.

Tegencultuur en verzet tegen autoriteit hebben Assayas altijd gefascineerd. The Wizard of the Kremlin is de eerste politieke film waarin hij het perspectief bij machthebbers legt. Om precies te zijn: de film is een raamvertelling. Baranov vertelt in zijn datsja aan een Amerikaanse journalist (Jeffrey Wright, die zoals altijd nieuwsgierig maakt naar meer) over zijn opkomst en uiteindelijk zijn afgang (die in de film nogal dramatisch verschilt met hoe het Soerkov in werkelijkheid verging).

“Politiek is altijd wreed geweest”, antwoordt Assayas op de vraag of er de laatste decennia iets fundamenteel is veranderd. “Politiek ging altijd al over de vraag hoe je macht krijgt en macht behoudt. Na de val van de Berlijnse Muur leefden we een tijdje in de illusie dat extremisme niet meer bestond, dat de geschiedenis wel zo’n beetje voltooid was. Maar ik geloof niet in een vredige wereld. De wereld zal altijd beheerst worden door de passies van mensen en de passies van mensen zijn gewelddadig.”

“Het leek na de Muur een tijd vrediger omdat de wereld zich moest aanpassen aan een nieuw machtsevenwicht. Mensen hoopten, nou ja, sommige mensen hoopten, dat Rusland democratischer zou worden. Achteraf bestond die illusie maar heel kort en waarschijnlijk alleen bij naïeve mensen. De roofkapitalisten waren al meteen na het communisme bezig met de sloop van de staat. Ik ben geen expert, dus neem wat ik zeg met een korrel zout, maar het was logisch dat het graaien een keer moest stoppen. Althans, officieel. Zowel in de gelederen van de Russische geheime dienst als onder de nieuwe miljardairs leefde de gedachte dat Russen geen behoefte hadden aan supermarkten maar aan een sterke leider. Zij waren het die Poetin op de troon zetten, een voormalig KGB-er die sinds 1998 aan het hoofd stond van de FSB. Met de gedachte dat ze deze rustige, ietwat bureaucratische man konden sturen. Alsof het een soort golem was. Maar Poetin had een ander plan. Hij wilde de glorie van de oude Sovjet-Unie terug. Desnoods met dezelfde middelen als eerdere despoten hadden gebruikt: terreur en onderdrukking.”

Da Empoli’s boek werd hem toegestuurd, vertelt Assayas. Al voordat het een succes werd. Het bleek dat veel mensen wél de behoefte hadden om drie decennia moderne Russische geschiedenis te begrijpen. “Ik vermoed dat Giuliano [da Empoli] Carlos had gezien en het boek liet toesturen omdat hij dacht dat we geopolitiek gezien op dezelfde golflengte zaten. Dat ik de man was die hier cinema van kon maken. Maar ik twijfelde of er een film in zat: veel pratende mensen, abstracte ideeën, ik wist niet of dat een interessante film kon opleveren.”

Assayas zegt het zonder een spoor van ironie. Terwijl, nou ja, zie alles wat hij tot nu toe heeft gemaakt.

“Door gesprekken met Emmanuel Carrère, de Franse schrijver waar ik al jaren mee bevriend ben, ben ik langzaam bijgedraaid. Hij is half Russisch van z’n moeders kant en was veel beter op de hoogte van de moderne Russische geschiedenis. Hij heeft daar journalistiek gestudeerd, heeft documentaires gemaakt over Rusland. En als we toch iets niet konden volgen in het boek of als we twijfelden aan de accuratesse van een passage, belden we Giuliano.”

“Eén ding dat het voor mij cinema maakte, was dat we het personage van Ksenia, die een tijd Baranovs geliefde was, meer ruimte hebben gegeven. Ze brengt iets van menselijkheid en leven in het verhaal. Ze belichaamt aanvankelijk de hoop die bij jongeren leefde. Ik was begin jaren negentig een paar dagen in Rusland voor een Franse filmweek of zoiets en ik sprak met veel jonge acteurs en jonge filmmakers. De energie en de hoop waren tastbaar. Misschien wel voor het eerst in de Russische geschiedenis zou hun generatie dezelfde vrijheid hebben als jongeren in het Westen. Een paar jaar later werd die hoop de kop ingedrukt. Ksenia moest in de film de stem zijn van de wereld buiten de politiek. De stem die Baranovs keuzes en ethiek bevraagt. Wat Giuliano had geschreven was cerebraler, intellectueler. Ik wilde dat tenminste iemand in de film kritisch zou zijn op wat Baranov deed.”

In de film lijkt Baranov nog redelijk mild. In een interview dat Soerkov vorig jaar aan de Franse krant L’Express gaf, bleek hij een stuk extremer. “Klopt, ik heb het gelezen. Hij is veel radicaler dan in de film. We wisten het niet. Voor dat stuk in L’Express had Soerkov jarenlang geen interviews gegeven. Toen, plotseling, in dat interview, verscheen een soort van geest en o mijn god hij bleek verschrikkelijk. Voor de film hebben we het personage van Baranov eigenlijk compleet opnieuw geschreven. Hij is niet de man uit  Giuliano’s boek. En dat was al niet de man die Soerkov is. Dus tussen Soerkov en de film staan twee lagen fictie. Wat wel echt is, zijn Soerkovs politieke strategieën die je in de film ziet. ‘Hybride oorlogsvoering’ en al die dingen, daar staat Soerkovs handtekening onder. Ik herinner me dat ik ergens in een late fase van het schrijfproces las dat Oekraïne Soerkov ervan beschuldigde verantwoordelijk te zijn voor de moord op demonstranten in Kyiv. Ik vroeg Giuliano in een videogesprek of het klopte. Of we dat konden gebruiken. Hij keek me aan zonder met z’n ogen te knipperen en zei: ‘Alles wat in die periode in Rusland gebeurde, kwam van Soerkov’.”

“Giuliano’s boek over Soerkov zie ik als een materialisatie van de ideeën van Guy Debord. De spektakelmaatschappij, de uitholling van het idee van waarheid: Debord zag het allemaal aankomen. ‘In een wereld die echt op z’n kop staat, is de waarheid een leugenachtig moment’, schrijft hij ergens. Zoals een klok die stilstaat toch twee keer per dag de juiste tijd aangeeft. Alleen weet in zo’n wereld niemand meer hoe laat het echt is.”

Baranov zegt ergens laat in de film dat “kitsch de enige taal is die we nog kunnen spreken”. Hij bedoelt: door politici in hun communicatie met het volk. “Er heeft zich voor de ogen van een aantal generaties iets heel griezeligs voltrokken. Wat ik in de film onder meer wilde laten zien, wat afwijkt van het boek, is dat wat in Rusland in de jaren negentig is gebeurd, heel erg lijkt op wat ik als tiener in Frankrijk in de jaren zeventig meemaakte. Plotseling was de marxistische pro-communistische ideologie verdwenen. Plotseling kon je echt vrijuit praten in plaats van dat houten euromarxisme op te dreunen. Plotseling was er punkmuziek en hing er iets radicaals in de lucht. Een hele spannende tijd.”

“Maar ook bij ons duurde dat niet lang. Het ‘hebzucht-is-goed’ ging de cultuur bepalen. Televisie werd het dominante medium. Toen kwam reality-tv en vandaar is het een kleine stap naar onze moderne politiek. Het gebeurde in het Westen en het gebeurde in Rusland: tv nam de politiek over. Alles voor de bühne, alles is imago, inhoud en feiten begon men als irrelevant te zien. Overal zie je dat het ‘gezonde volksgevoel’ wordt bespeeld. Met sturende algoritmen op sociale media als de meest perverse manifestatie daarvan. Voor mij… ik weet het niet. Wat was je vraag ook weer?”

Of we iets in kunnen brengen tegen dat idee dat kitsch de dominante taal is om met het volk te spreken. “Wanneer Baranov het over kitsch heeft, dat is een heel belangrijk moment. Daar zegt hij wat we de laatste jaren zelf hebben gezien, hebben meegemaakt: tv heeft de politiek geabsorbeerd. Dan raak je dus iets kwijt wat essentieel is voor een democratie. Mensen worden nu meer gemanipuleerd dan ooit tevoren. Zie de Russische pogingen om Europese verkiezingen te beïnvloeden. Het is echt verontrustend. Zelfs de rebellie van de jeugd is door media geabsorbeerd. Het radicaal vernieuwende waar elke jonge generatie voor kan zorgen, die energie is weggezogen. Baranov noemt het kitsch, maar uiteindelijk is het natuurlijk vervreemding. Mensen kunnen zich een tijdje met kitsch vermaken – zoals het intens lege spektakel van het populisme – maar uiteindelijk keren ze zich af van de politiek. Dat zie je bij grote groepen jongeren al gebeuren. Politiek is saai en irritant, narcisme is de nieuwe motor. Oppervlakkigheid. Alleen het beeld van de buitenkant. Het spijt me. Ik heb het gevoel dat ik hier niet de juiste woorden voor heb.”

“De taal die met het volk wordt gesproken, via sociale media, via talkshows op tv, is inderdaad kitsch geworden. Het zit niet in het boek en ook niet in de film, maar de man die dat heeft uitgevonden is niet Baranov, dat wil zeggen Soerkov, maar Silvio Berlusconi. Het is de kitsch van Berlusconi. Wat we daar tegenin kunnen brengen? Wat films kunnen doen, is de juiste vragen stellen. De antwoorden moeten mensen zelf geven. Misschien kunnen we mensen met de juiste vragen in beweging brengen.”