Mange tes morts
Explosie van energie
Een jonge ‘witte zigeuner’ moet zijn eigen plek vinden, terwijl zijn grote broer de zijne na een lange gevangenisstraf probeert te hervinden.
Jean-Charles Hue situeerde zijn hedendaagse western in een woonwagenkamp in Noordwest-Frankrijk, bewoond door een aantal Jenische families. Het zijn halfnomaden die God als enige autoriteit aanvaarden en in de politie hun erfvijand zien. Mange tes morts toont hen als een ruig volk met een simpele moraal: je familie laat je niet vallen. Binnen die code blijkt voldoende ruimte voor tal van twijfelachtige keuzes, en juist die maken de film aangenaam onvoorspelbaar.
Jason staat op het punt zich te laten dopen bij de evangelische gemeenschap in het kamp, maar nu zijn oudste broer Fred na vijftien jaar eindelijk vrijkomt wil hij er ook ‘voor hem zijn’. Wat dat inhoudt weet hij ook niet, maar dat er zaken bij komen kijken die zich niet laten verenigen met de weg van God, kan hij wel vermoeden. Voor Jason, nu 18, is zijn broer tijdens zijn afwezigheid uitgegroeid tot mythische proporties, wat Hue benadrukt door hem in een verblindend tegenlicht te hullen wanneer Fred zijn entree maakt in het kamp. Die entree zelf — met gierende banden — maakt in een oogwenk duidelijk: here comes trouble. Maar Jason blijft onverwoestbaar in hem geloven. Want meer nog dan een initiatie is dit avontuur een proeve van broedertrouw.
Mange tes morts — de titel verwijst naar de ultieme belediging — vangt het impulsieve karakter van zijn personages in een film die bijna explodeert van rauwe energie en vrijheidsdrang. Het gejakker op brommertjes uit de beginscène brengt onmiddellijk Dumonts La vie de Jésus in herinnering, maar in de magische versmelting van film en leven is het recente Party Girl een nauwere verwant. Met als bonus de geïnspireerde en anarchistische wijze waarop Hue klassieke stoeremannengenres als misdaaddrama en cowboyfilm verwerkt.
Sasja Koetsier