The Riot Club

Let's carpe some fuckin' diem!

  • Datum 13-11-2014
  • Auteur
  • Gerelateerde Films The Riot Club
  • Regie
    Lone Scherfig
    Te zien vanaf
    01-01-2014
    Land
    Groot-Brittannië
  • Deel dit artikel

Altijd lachen, die maffe Britse elite. Maar het lachen vergaat de kijker van The Riot Club zodra de happy few zich laten kennen als narcistische en zelfs sadistische parvenu’s.

Voor een import-Brit weet Lone Scherfig de Engelse samenleving verdomd accuraat neer te zetten. In An Education bracht de Deense filmmaakster de swinging sixties met veel liefde en nuance tot leven. En ook The Riot Club is zo Engels als The Antiques Roadshow. Verder verschillen beide films zoveel als maar mogelijk is. Dat heeft vooral met de oorsprong van het scenario te maken. The Riot Club is gebaseerd op het toneelstuk Posh, waarin Laura Wade genadeloos de Britse elite in z’n Paul Smith-hemd zet. Veel liefde voor haar hoofdpersonages koestert Scherfig hier zelf ook niet.
De minst afstotende van de opgevoerde ‘toffs’ is Miles (Max Irons), een Oxford-eerstejaars met de charme en het charisma van een echte leider. Niet vreemd dat hij de uitnodiging krijgt om deel uit te maken van de Riot Club. Het lidmaatschap van dit eeuwenoude studentengenootschap is zo exclusief dat veel studenten niet eens geloven dat de Club bestaat. Zo krijgt een belangstellende te horen: als je moet vragen om lid te worden, kom je zeker niet in aanmerking.
Miles ontdekt al snel dat de overige negen leden van de Club vooral uitblinken in snoeverij, seksisme en het uitgeven van hun vaders geld. Zijn nuchtere vriendin waarschuwt hem nog dat dit geen echte vrienden zijn, maar de lokroep van macht en privileges is te groot. Pas als een inwijdingsdiner in een lokale pub verschrikkelijk uit de hand loopt, ontdekt Miles dat loyaliteit een rekbaar begrip is. Want als de rijen der rijken zich sluiten, is het ieder voor zich.
Van Hugh Grant tot Downton Abbey, het is altijd leuk geweest om Britse kak in actie te zien. Zo begint The Riot Club zelfs een beetje koddig met de oprichting van het genootschap in de achttiende eeuw. En lange tijd kun je nog wel grinniken om deze verwende heerschappen en hun spilzieke fratsen. ‘Let’s carpe some fuckin’ diem!’ en meer van dat werk. Scherfig heeft goed beseft dat te veel Tory-malligheid de angel uit haar film zou halen. Ze opent halverwege de aanval door een clublid vol walging uit te laten roepen: "I’m sick to fuckin’ death of poor people!"
Vervolgens zien we hoe in een bloedstollende scène de clubleden de goedwillende pubeigenaar eerst vernederen, en vervolgens zwaar mishandelen. Het is een vreselijk schouwspel, dat ook nog eens eindeloos lijkt te duren. Als daarop een van de vaders van de jongens het old boys network inschakelt om de schade beperkt te houden, heeft The Riot Club al zijn aanvankelijke goedmoedigheid verloren. Er klopt een vuurrood Labour-hart in de borst van Lone Scherfig, al duurt het even voor we het horen bonzen.

Mark van den Tempel