FilmSlot – 26 augustus 2011

De derby der Lage Landen

  • Datum 26-08-2011
  • Auteur
  • Deel dit artikel

En dan kun je nog eindeloos discussiëren over hoe Belgisch of hoe Nederlands een film eigenlijk is, zoals Ben X, die in 2007 volgens de Nederlandse pers als ‘Belgisch-Nederlandse coproductie’ werd ingezonden voor de Oscars

Op prestigieuze internationale filmfestivals zijn Belgische filmmakers de laatste jaren kind aan huis. Waarom lukt hen wat Nederlandse filmmakers niet lukt? Aanzet tot een debat. Volgende maand: wat gaan we eraan doen?

Een regering in elkaar knutselen en voetballen kunnen ze niet (37ste op de Fifa-ranglijst), maar op belangrijke filmfestivals verslaan de Belgen Nederland met grote cijfers. De laatste vier jaar waren op het festival van Cannes vijftien Belgische en drie Nederlandse films te zien (zie kader). Het verschil is zo onthutsend dat je zou verwachten dat de Nederlandse filmwereld zich met het schaamrood op de kaken in allerijl terugtrekt voor brainstormsessies op de hei. Het lijkt er niet op. Integendeel. De Nederlandse filmwereld feliciteert zichzelf liever met het marktaandeel van de Nederlands film in het totale bioscoopbezoek (vorig jaar bijna zestien procent), dan zich af te vragen waarom grote buitenlandse filmfestivals zo weinig geïnteresseerd zijn in Nederlandse films. Het lijkt weinigen iets te kunnen schelen dat na Jos Stellings Mariken van Nieumeghen in 1975 geen Nederlandse film meer in de competitie van Cannes is gesignaleerd. Het is veel leuker en gezelliger om te juichen over het fenomenale bezoek aan Gooische vrouwen (bijna 2 miljoen). We hoeven het binnenlandse succes van de Nederlandse publieksfilm niet te bagatelliseren — de tijd dat Nederlandse films werden gemeden als een besmettelijke ziekte ligt nog vers in het geheugen — maar commercieel succes is slechts één poot onder een florerende filmbranche. De andere is artistiek prestige. En daaraan schort het enorm. De beleidsvoornemens van het Filmfonds (Deltaplan Talent, Ruimte voor Talent, 2009-2011) en druk van lobbygroepen (Pressiegroep Auteursfilm) hebben nog niet geleid tot veel jubelende buitenlandse festivaldirecteuren.

Ambitie
Drie jaar geleden zei de toenmalige directeur van het Filmfonds Toine Berbers dat het Filmfonds ging inzetten op de internationale doorbraak van de Nederlandse film. Daarbij was hij zo onverstandig om een termijn te noemen. "Ik hoop op een film in het hoofdprogramma van Cannes of een ander groot festival in vier jaar. Dat moet worden bereikt door extra talentontwikkeling. Nu zijn de meeste ingediende plannen nog te weinig authentiek, vernieuwend en origineel."
Berbers is inmiddels opgevolgd door Doreen Boonekamp, die Berbers uitspraak relativeert. "Natuurlijk hopen we een keer door te stoten naar het hoofdprogramma van Cannes, maar dan moet er wel aan randvoorwaarden worden voldaan. De bezuinigingen maken het de Nederlandse film moeilijk. Zonder aanvullend instrumentarium, zoals bijvoorbeeld de belastingmaatregel in Vlaanderen, kan de Nederlandse publieksfilm zijn marktaandeel niet handhaven en krijgt ook de artistieke film het moeilijk." Maar Boonekamp zou Boonekamp niet zijn als ze naast duisternis geen licht zou zien. "We gaan sterk vooruit. De periode dat we op bijna alle grote festivals ontbraken, ligt achter ons. We zijn er nu sterk op aanwezig met zowel Nederlandse films als internationale coproducties."
Of we toch iets van België kunnen leren? "Authenticiteit is belangrijk. De op festivals succesvolle Belgische films gaan over herkenbare thema’s, maar zijn geworteld in de Belgische werkelijkheid. En ze hebben sterke scenario’s."

Urgentie
Als iemand kan weten waarom de Nederlandse film het op prestigieuze festivals slechter doet dan de Belgische, is het Claudia Landsberger. De voormalige directeur van Holland Film Promotion, tegenwoordig hoofd EYE Internationaal is dagelijks bezig met het promoten van Nederlandse films. Ze relativeert het grote verschil tussen de Belgische en Nederlandse aanwezigheid in Cannes. "Hoeveel van die Belgische films zijn Franstalig? Bijna alle Franstalige Belgische films zijn coproducties met Frankrijk en we weten allemaal dat de Fransen een voorkeur voor de eigen cultuur hebben. Negentig procent van de films in Cannes heeft een Franse connectie. Niets ten nadele van R U There, maar voor de selectie van Cannes heeft het erg geholpen dat de film een Franse coproducent heeft." Dat in de afgelopen vier jaar zeven van de vijftien Belgische films in Cannes Vlaams waren, brengt haar even van haar stuk. "Misschien maken ze in België betere films. Misschien ontbreekt bij ons het gevoel van urgentie. Ally Derks (de directeur van het IDFA, jvdb) merkte ooit op dat het leven in Nederland voor urgente films te comfortabel is. Misschien heeft ze gelijk. Mij vielen in ieder geval recent in Oost-Europese films op het filmfestival in Sarajevo de enorme passie en urgentie op." Ze wijst naar Urszula Antoniak (Nothing Personal, Code Blue) als positief Nederlands voorbeeld. "In haar films voel je een enorme drang om juist deze films te maken. Je krijgt het gevoel dat ze doodgaat als ze ze niet had kunnen maken."
Producent San Fu Maltha (Zwartboek, Oorlogswinter, Tirza) is het eens met Landsberger. "Het is misschien geen toeval dat Antoniak geen Nederlandse van geboorte is. Nederlandse filmmakers zijn nogal snel tevreden. Ze worden te snel op een voetstuk gezet en hebben weinig zelfkritiek. Je moet door roeien en ruiten willen gaan. Het is een stokpaardje van me, maar het schort aan sterke concurrentie."
Landsberger heeft nog een verklaring waarom de Nederlandse artfilm moeilijk te slijten is. "Ik hoor wel eens van buitenlanders dat ze Nederlands naar vinden klinken. Ik kan me er iets bij voorstellen, want ik heb dat met Grieks. Ik kan vooral niet tegen dat gekrijs van Griekse vrouwen in films." Lachend: "Uiteindelijk kun je alleen maar gissen waarom Nederlandse films moeilijk in Cannes komen. Als ik het recept had, zou ik het toepassen."

Bescheiden
Hoog tijd voor de mening van filmmakers. De Belgische filmmaker Christophe van Rompaey (Aanrijding in Moscou, Lena) wijst op het belang van persoonlijke films. "Er is niets mis met films met lokale sterren in een verhaaltje, maar die gaan niet de grens over. Festivals houden van films met een persoonlijke visie en stijl. Films die onderscheidend zijn. Waarin personages belangrijker zijn dan plot." Zulke films vereisen standvastige makers, blijkt uit Van Rompaeys woorden. "De distributeur en participerende tv-zender vonden het maar niets dat in Aanrijding in Moscou Gents dialect wordt gesproken, maar we hebben de kritiek naast ons neergelegd." Als verklaring van het succes van de Vlaamse film wijst de maker ook op de rol van het bijna tien jaar geleden opgerichte Vlaamse Audiovisueel Fonds (FAZ) — de opvolger van het verkalkte Fonds Films in Vlaanderen. "Het oude Fonds stond sterk onder invloed van de politiek, maar het FAZ is onafhankelijk. Het kan daardoor gedurfder keuzes maken." Ook prijst hij de bijna tien jaar geleden ingevoerde fiscale maatregel (tax shelter), die particuliere investeringen in films bevordert. "Er worden nauwelijks nog films gemaakt die geen gebruik maken van deze mogelijkheid. Én de maatregel heeft tot méér films geleid."
De Nederlandse filmmaker Marco van Geffen, die vorige maand met Onder ons ("Voor mij gaat de film over het drama van het ‘gelukkige gezin’") in Locarno in de prijzen viel, wijst op het belang van netwerken. "Ik had het geluk dat mijn korte film Het zusje vier jaar geleden voor Cannes werd geselecteerd. Daarna ben ik contact met het festival blijven houden. Als ik in Cannes was liep ik altijd even binnen voor een praatje. We hebben Onder ons eerst aan Cannes aanboden. De film zat bij de laatste vijftien voor het programmaonderdeel Un certain regard, maar viel uiteindelijk af. Omdat hij in Cannes zover was gekomen, was Locarno geïnteresseerd." Van Geffen denkt dat binnen vier jaar een Nederlandse film in de competitie in Cannes zit. "We zijn op de goede weg met films als R U There, Code Blue en mijn eigen film. We schuren er tegenaan, maar het heeft nog tijd nodig. De Belgen gaan iets harder, maar wij komen er ook." Nederlanders moeten volgens hem nog één ding leren. "Wij zijn te bescheiden. Je moet durven roepen dat je goed bent."

Jos van der Burg


Festivalselectie Belgische speelfilmmakers 2007-2011

Cannes
2007 Voleurs de chevaux (Micha Wald)
2008 Le silence de Lorna* (Jean-Pierre en Luc Dardenne)
2008 Aanrijding in Moscou* (Christophe van Rompaey)
2008 Eldorado* (Bouli Lanners)
2008 Élève libre (Joachim Fosse)
2008 Rumba* (Dominique Abel en Fiona Gordon)
2009 Altiplano (Peter Brosens, Jessica Hope Woodworth
2009 De helaasheid der dingen (Felix van Groeningen)
2009 Lost Persons Area* (Caroline Strubbe)
2010 En waar de sterre bleef stille staan (Gust van den Berghe)
2010 Illégal* (Olivier Masset-Depasse)
2011 Blue Bird (Gust van den Berghe)
2011 Les géants* (Bouli Lanners)
2011 Le gamin au vélo* (Jean-Pierre en Luc Dardenne)
2011 La fée (Dominique Abel en Fiona Gordon)

Berlijn
2007 Irina Palm (Sam Garbarski)
2008 Ben X (Nic Balthazar)
2009 Loft (Erik van Looy)
2011 Rundskop (Michaël R. Roskam)

Toronto
2007 Ex Drummer (Koen Mortier)
2008 Unspoken (Fien Troch)
2009 Le jour où Dieu est parti en voyage (Philippe Van Leeuw)
2009 My Queen Karo (Dorothée Van Den Berghe)
2010 22 mei (Koen Mortier)
2011 Swooni (Kaat Beels)
2011 Lena (Christophe van Rompaey)

Venetië
2007 Small Gods (Dimitri Karakatsanis)
2008 Nowhere Man (Patrice Toye)
2008 Vinyan (Fabrice Du Welz)
2009 Mr. Nobody* (Jaco van Dormaele)

Locarno
2010 Pulsar (Alex Stockman)
2010 Beyond the Steppes (Vanja D’Alcantara)


Festivalselectie Nederlandse speelfilmmakers 2007-2011

Cannes
2009 Wit licht (Jean van de Velde)
2010 RU There (David Verbeek)
2011 Code Blue (Urszula Antoniak)

Berlijn
2007 Kruistocht in spijkerbroek (Ben Sombogaart)
2007 Wolfsbergen (Nanouk Leopold)
2008 Dunya & Desi (Dana Nechusthan)
2008 Waar is het paard van Sinterklaas (Mischa Kamp)
2009 Winterstilte (Sonja Wyss)
2009 Kan door huid heen (Esther Rots)
2009 Calimucho (Eugenie Jansen)
2010 Joy (Mijke de Jong)
2010 Iep (Ellen Smit)
2011 Brownian Movement (Nanouk Leopold)

Toronto
2007 Blind (Tamar van den Dop)

Venetië
2009 De laatste dagen van Emma Blank (Alex van Warmerdam)

Locarno
2007 Tussenstand (Mijke de Jong)
2008 Het zusje van Katia (Mijke de Jong)
2009 Nothing Personal* (Urszula Antoniak)
2011 Onder ons* (Marco van Geffen)

* Prijzen bij festivalpremière. Bron: IMDB.

Geschreven door