FilmPers – 22 september 2011

  • Datum 22-09-2011
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Melancholia
Lars von Trier
Melancholia is alleen aan de oppervlakte een rampenfilm. In werkelijkheid gaat de sterk geacteerde, prachtig vormgegeven film over depressie, een kwaal waaraan Von Trier ook zelf lijdt. Door de romantische stijl weet de regisseur de somberheid nog enigszins te verhullen, maar uiteindelijk gaat de film over een inktzwart doodsverlangen. Het maakt Melancholia zowel aantrekkelijk als zwaarmoedig, en lastig te plaatsen.
de Volkskrant (Pauline Kleijer)

De feestelijkheden, met allerlei gecompliceerde verhoudingen, worden door Von Trier eindeloos uitgerekt. Het einde van de aarde komt voor de kijker bijna als een verlossing. Uit de stroeve Engelse dialogen, een oud euvel bij deze regisseur, blijkt dat Von Trier zich maar beter tot zijn moerstaal kan beperken.
Algemeen Dagblad (Ab Zagt)

Beter dan ooit weet Von Trier een balans te vinden tussen provocatie en bespiegeling. De cineast snijdt daarbij minstens zo diep als in het roetzwarte Antichrist, maar dit keer niet zonder mededogen. Door ons bestaan van een toekomst te ontdoen, brengt hij het leven terug tot z’n naakte essentie. Intussen ontlokt hij aan Kirsten Dunst de beste acteerprestatie van haar carrière en laat hij ook in de bijrollen zijn sterrencast subtiel schitteren. Melancholia is een meesterwerk in mineur.
DeTelegraaf (Marco Weijers)

The Future
Miranda July
Het is charmant en ergerlijk: in Amerika is wel meer aan de hand dan dit geneuzel. Maar Julys engagement is dat van een te laat geboren bloemenkind. Ze is geïnteresseerd in de kleine ongemakken van het leven. Van seks. Van intimiteit. Van hoe vrouwen zich dienen te gedragen. En vraagt zich af waarom dat zo ingewikkeld moet zijn. Die naïviteit is oprecht en heeft daarom iets aandoenlijks.
NRC Handelsblad (Dana Linssen)

En toch, tussen de regels door ontstaat er een mooi, klein existentialistisch drama over twee dertigers die nog steeds leven als studenten en die de tijd het liefst stil zouden zetten. Ze spreken een teken af voor als een van hen Alzheimer krijgt. Het is een liedje van Peggy Lee. Het zijn twee mensen die opzien tegen het volwassen leven, de toekomst, vertolkt door een man die zijn korstjes niet opeet, en een vrouw die rondloopt met een kroeldoek, zoals Linus in de Peanutsstrips.
Trouw (Belinda van de Graaf)

Misschien zwelgt The Future inderdaad iets te veel in zijn eigen excentriciteit; een scheutje ongeschonden alledaagsheid had de film ongetwijfeld goed gedaan. Anderzijds accepteer je maar al te graag van iemand met zo veel talent en verbeeldingskracht dat ze af en toe een tikkeltje doorschiet. En het kan alleen maar geprezen worden dat July zo trouw blijft aan haar eigen stijl en gedachtegoed.
de Volkskrant (Kevin Toma)

Poupoupidou
Gerard Hustache-Mathieu
Net zo kleurrijk als het verhaal van dagboekschrijfster Candice LeCouer is het kader van Rousseaus spannende speurtocht. Regisseur Gerard Hustache-Mathieu toont een meesterhand in het onnadrukkelijk presenteren van humoristische details. Ze geven het verrassende Poupoupidou, een Franse geestverwant van Fargo, eens temeer een eigen kleur. Aangenaam karakteristiek middelpunt zijn ook Jean-Paul Rouve en zijn uitstekende medespelers.
De Telegraaf (Eric Koch)

Poupoupidou is een intrigerende film die niet ongeschonden de eindstreep haalt. Na verloop van tijd verliest de maker de greep op zijn verhaal. Het meest onbevredigend is dat Martines gedrag onverklaard blijft: is zij een een gestoorde vrouw die even tragisch wil eindigen als haar heldin Marilyn Monroe of het onschuldige slachtoffer van haar omgeving?
Het Parool/GPD-kranten (Jos van der Burg)

Poupoupidou heeft zeker zijn charmes. Het winterse landschap ligt er mooi mistig bij dankzij de stemmige fotografie van Pierre Cottereau, die het wat kleur betreft vooral van Rousseaus knalrode parka moet hebben. (…) Maar dat is niet genoeg om er een memorabele film van te maken. Als een smakelijk tussendoortje, zo laat het nogal gelijkmatige Poupoupidou zich het best genieten.
de Volkskrant (Kevin Toma)

The Light Thief
Aktan Arym Kubat
Kubats films zijn lappendekens. Ze vertellen geen lineaire maar fragmentarische en associatieve verhalen. Kleine anekdotes en miniatuurtjes die samen een geheel vormen. Dat beeld doet ook recht aan de structuur van The Light Thief, een oogverblindend gefilmde, ogenschijnlijk lichtvoetige maar uiteindelijk cynische politieke allegorie over een elektricien, bijgenaamd Meneertje Licht, of Svet-ake zoals de oorspronkelijke titel van de film luidt.
NRC Handelsblad (Dana Linssen)

Regisseur Kubat is minder naïef dan je door zijn antiheld zou denken. Gaandeweg breekt hij de idylle af. De burgemeester overlijdt, een gangster neemt het bewind over, Chinese projectontwikkelaars kopen de grond op. Mr. Light vallen de schellen van de ogen. The Light Thief groeit uit tot een treffend tedere allegorie op het morele moeras in de post-Sovjetstaat; een film die scherp tekent zonder harde meppen.
Trouw (Jann Ruyters)

De Kirgizische film The Light Thief begint als een portret van een schilderachtige dorpsgemeenschap maar eindigt als een aanklacht tegen hebzucht en corruptie. (…) Aan het einde is The Light Thief geen exotisch dorpssprookje meer, maar een grimmige aanklacht tegen corruptie en hebzucht van de Kirgizische elite. Die geen obstakels duldt in haar plannen. Doordat de kijker de omslag niet ziet aankomen, komt hij des te harder aan. Knap, hoe Kubat de hamer in fluweel heeft verpakt.
Het Parool/GPD-kranten (Jos van der Burg)

Midnight in Paris
Woody Allen
Midnight in Paris is Allens succesvolste film sinds zijn commerciële hoogtijdagen in de jaren tachtig. Het is een plezierige film om te zien; het type film om, op zijn Parijs, doorheen te flaneren. Woody Allen is bijna klaar met zijn 42ste film, The Dop Decameron, opgenomen in Rome. En dat is op een bepaalde manier een geruststellende gedachte. Some things never change. Rome niet en Woody Allen ook niet.
Het Parool/GPD-kranten (Mark Moorman)

Maar wellicht is het juist die sprookjesachtige naïviteit die ervoor zorgt dat Midnight in Paris niet doorbuigt onder pretenties. Het spectrum van Woody Allen loopt van vrolijke weemoed tot zure misantropie. Waar veel recent werk leed onder een iets te hoge zuurgraad, bevindt Midnight in Paris zich comfortabel in Allens weemoedzone, die herinnert aan oudere films als The Purple Rose of Cairo of Zelig.
NRC Handelsblad (Coen van Zwol)

Wilson leert dat iedereen zijn energie en dromen beter kan richten op het leven in het heden. Een wijsheid die de filosofische ondertoon typeert van de laatste films van de oude meester Woody Allen. Midnight in Paris is weer zo’n fijne, genoeglijke vertelling, ditmaal badend in het nostalgische licht van het verleden, zoals we ons dat willen herinneren. Vlinderlicht, grappig en magisch-realistisch, vol luchtige ontmoetinkjes met beroemdheden.
De Telegraaf (Eric Koch)

Geschreven door