Winter Brothers
Fotogenieke kalkmijn
Winter Brothers
Hlynur Pálmason onderzoekt in zijn debuut Winter Brothers alle filmische mogelijkheden.
Voor een geweldige film heb je drie dingen nodig, merkte Hitchcock ooit op: “Het script, het script en het script”. Het zal vast heiligschennis zijn, maar de hysterische nadruk op het scenario – lees: het verhaal – heeft de filmcultuur veel schade berokkend. Het doet vergeten dat de cinema meer mogelijkheden heeft dan het vertellen van een dichtgespijkerd verhaal.
Winter Brothers (Vinterbrødre), de debuutfilm van Hlynur Pálmason, verkent die mogelijkheden. Veelzeggend voor de benadering van de in IJsland geboren filmmaker is dat hij eerst de locatie koos en daarna het scenario schreef. Die locatie is een Deense kalkmijn. Dat op het terrein van de mijn alles bedekt is met kalkstof, zorgt voor een vervreemdende sfeer, die nog eens wordt versterkt door de industriële geluiden op de soundtrack.
De kijker belandt in een volstrekt geïsoleerde wereld. De op 16mm gedraaide film volgt twee broers die in de kalkmijn werken en net als hun collega’s op het terrein wonen. Om in deze wereld overeind te blijven, moeten de werkers stevig in hun schoenen staan. Dat is niet het geval bij één van de broers, die nogal onnozel en labiel is. Hij verlangt naar liefde en seks en hallucineert dat de enige vrouw op het terrein met hem vrijt. Als zijn broer het met haar aan legt, knapt er iets.
In Winter Brothers moet de kijker de gedachte aan realisme loslaten. In werkelijkheid zou de onnozele broer al lang zijn ontslagen. Het doet er niet toe, want Winter Brothers is geen realistisch drama, maar een afdaling in een verwarde geest. En een film over de fotogeniekheid van een kalkmijn: wat een locatie!