Toutes directions

Een odyssee in Zuid-Limburg

Datum
26-08-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Noël Loozen
Te zien vanaf
01-10-2026
Land
Nederland, 2026

Toutes directions. Foto: Diderik Evers

In het absurdistische speelfilmdebuut van Noël Loozen reist een 71-jarige taxichauffeur na te zijn ontslagen met zijn dagelijkse passagiers af naar het zuiden.

In de Inuit-cultuur heeft een landschap een ziel. Deze wetenswaardigheid komt halverwege de tragikomische roadmovie Toutes directions voorbij, als de camera al een trits aan Franse landschappen heeft geregistreerd. De film opent met een shot van een sprookjesachtige Zuid-Limburgse heuvelrug. Dat is de thuisbasis van de 71-jarige chauffeur Sjef (Fred Goessens), die voor een regiotaxivervoerder dagelijks een bont gezelschap van goeddeels zeventigplussers transporteert naar een lokaal buurtcentrum. Sjef, die voor elke rit met z’n handen over het stuur wrijft, voelt zich senang in zijn monotone leventje. Tot hij plotseling ontslagen wordt.

Je zou kunnen zeggen dat filmmaker en kunstenaar Noël Loozen in de eerste akte van zijn speelfilmdebuut een band schept tussen Sjef en zijn omgeving. De mens is onlosmakelijk verbonden met de plek waar hij het liefst verblijft. Maar als Sjef het nieuws over zijn ontslag verneemt, wil hij weg. Ineens snakt hij ernaar dezelfde route te volgen als de reizigers die zijn woonplaats slechts zien als een doorgang naar een andere wereld. De volgende dag pikt hij onverstoorbaar zijn passagiers op en rijdt, ondanks verontruste telefoontjes van zijn voormalige baas, naar het zuiden.

Toutes directions voelt vanaf dat moment als een soort odyssee, met een hoofdpersoon die overpeinst hoe hij de rest van z’n leven wil leiden. Een van zijn passagiers, een excentrieke vagebond gespeeld door Michiel Kerbosch, herinnert Sjef eraan dat hij immers nog maar 71 is en geen 91.

Loozen verpakt deze existentiële boodschap over zingeving en het verlangen om ertoe te doen in de absurdistische stijl die zijn eerdere werk (zie Limburgia, 2017) ook al kenmerkte en die wel wat doet denken aan het oeuvre van de Zweedse filmmaker Roy Andersson. Zie bijvoorbeeld een shot in de openingsscène van rolluiken die langzaam openen terwijl Zuid-Limburg ontwaakt. Of een denkbeeldige zeestorm in Sjefs bus als hij voelt dat de grond onder hem wegzakt.

Dat absurdisme wordt versterkt door de dromerige gitaarpartijen van muzikant Spinvis, die Sjefs gemoedstoestand subtiel accentueren. Geleidelijk ontstaat er zo ook een soort muzikaal landschap. Spinvis speelt daarnaast een van Sjefs medereizigers, een mysterieuze man die door een ongeval tijdelijk in een rolstoel zit. Tijdens bezoekjes aan beduimelde toiletten van tankstations leunt hij op Sjef, die hem zonder blikken of blozen helpt.

In Zuid-Limburg, zo lijkt Toutes directions te zeggen, barst het van de medemenselijkheid. Wars van navelstaarderij voelen mensen zich daar nog echt verbonden, met elkaar en met de vruchtbare lössgrond die de basis vormt van het landschap.