There Is No Evil

De prijs van protest

In zijn met de Gouden Beer bekroonde vierluik over de doodstraf in Iran windt filmmaker Mohammad Rasoulof er geen doekjes om: het is het systeem dat van de bevolking moordenaars en deserteurs maakt.

Filmmaker Mohammad Rasoulof kent de grillen van het Iraanse regime maar al te goed. In maart 2020 werd hij nog veroordeeld tot een jaar cel omdat zijn films als “propagandistisch” worden beschouwd. Zijn nieuwste film There Is No Evil toont in vier hoofdstukken de impact van de doodstraf. Het zijn kleurrijke verhalen over conformisten en non-conformisten; helden en defaitisten. Één ding staat buiten kijf: het regime dwingt burgers om medeplichtig te zijn óf om hun levens in de waagschaal te leggen.

Zoals in het eerste deel, eveneens ‘There Is No Evil’ getiteld, een portret van de veertigjarige Hesmat. In de visueel sterke openingsscène slepen twee mannen in een parkeergarage met iets wat oogt als een lijkzak. Het gevaarte, dat in de kofferbak van Hesmats auto beland, blijkt bij een veiligheidscontrole een zak rijst te zijn. De hoofdpersoon is voor even vrijgepleit. Vervolgens zien we zijn dagelijkse leven, de interacties met zijn vrouw, wier haar hij verft, en zijn moeder, wier appartement hij schoonmaakt. Totdat om drie uur ’s nachts de wekker gaat. De nachtdienst begint.

Een eeuwigheid moet Hesmat in Teheran, in het holst van de nacht, als enige op de ringweg wachten voor een stoplicht. Waarop hij de parkeergarage uit de openingsscène binnenrijdt. Hij kleedt zich om en zet koffie. Totdat er in zijn werkkamer ineens allerlei lichtjes op groen gaan. Hesmat kijkt door een raampje naar een grauwe binnenplaats en drukt op een knopje waardoor daar de luiken onder de voeten van een tiental ter dood veroordeelden openklappen. Het is een handeling die een vanzelfsprekend deel van zijn leven is geworden.

In het hoofdstuk ‘She Said: You Can Do It’ kampt een jonge militair juist met gewetensnood. Hij heeft al na een week dienstplicht het bevel gekregen om de volgende ochtend een gevangene te executeren. Als het zo ver is, blijft de ter dood veroordeelde kalm terwijl zijn beoogde beul een emotioneel wrak is. Misschien wel omdat de één zijn lot al heeft geaccepteerd en de ander nog uitwegen ziet.

Ook de laatste twee hoofdstukken, ‘Birthday’ en ‘Kiss Me’, gefilmd op het schitterende Iraanse platteland, gaan over schuldbesef en de prijs van protest. In ‘Birthday’ komt Rasoulof in een mooie scène tot de kern. Een militair bezoekt tijdens zijn verlof de vrouw met wie hij wil trouwen. Zijn schoonmoeder in spe vraagt waarom hij in dienst is gegaan. Hij zegt: dat is de wet. Waarop zij zegt: je hebt de kracht om nee te kunnen zeggen.