The Pianist

Spelen voor je leven

  • Datum 12-10-2010
  • Auteur de Filmkrant
  • Thema Filmkrant 239
  • Gerelateerde Films The Pianist
  • Regie
    Roman Polanski
    Te zien vanaf
    28-11-2002
    Land
    Frankrijk, Duitsland, Polen, Verenigd Koninkrijk, 2002
  • Deel dit artikel

The Pianist

Roman Polanski heeft veel soorten films gemaakt, maar nog nooit zo’n persoonlijke als de oorlogsfilm The Pianist.

De veelvuldig gelauwerde veteraan Roman Polanski had de Gouden Palm nog niet in de vitrine staan, maar met het persoonlijke The Pianist verdient hij hem. De film is losjes gebaseerd op de biografie van de Poolse pianist Władysław Szpilman, maar tegelijkertijd haalt Polanski herinneringen op aan zijn eigen jeugd.

In zijn autobiografie Roman kunnen we lezen hoe Polanski als jongetje de Duitse bezetting van Krakau overleefde. Zijn verhaal vertoont veel parallellen met dat van Szpilman. Polanski belandde ook in een ghetto, verloor zijn familie, maar wist uiteindelijk te ontsnappen aan de concentratiekampen.

Zenuwen
Ook Szpilman weet het vege lijf ternauwernood te redden, terwijl hij moet toezien hoe zijn geliefden op de trein worden gezet. De scène waarin ze allemaal in de brandende zon uren moeten wachten op de trein is onverdraaglijk. Een vrouw zit voortdurend te jammeren en werkt iedereen op de zenuwen. Maar niemand kan er wat van zeggen, want zij heeft zojuist gezien hoe haar kind bruut werd neergeschoten. Sowieso is de wreedheid van de Duitse bezetters in deze film uitzonderlijk. Misschien ligt het aan het feit dat Polanski het allemaal zelf heeft meegemaakt, maar zelden waren in een film over de Tweede Wereldoorlog de Duitsers zulke ploerten.

Szpilman wordt gematst door een bewaker die hem herkent (hij was een Poolse beroemdheid, die veel voor de radio speelde), waarna hij met behulp van het Poolse verzet onderduikt in een verlaten huis. Het enige wat hij kan doen is wachten tot er iemand van het verzet met voedsel langskomt. Elk geluid zou hem verraden, maar laat er nu net een piano in het appartement staan. Hij weet de verleiding te weerstaan, maar moet uiteindelijk toch vluchten, omdat de flatbewoners iets vermoeden.

En dan begint het meest indrukwekkende gedeelte van de film. De uitgemergelde Szpilman dwaalt rond in een kapotgeschoten Warschau terwijl de strenge winter inzet en de Russen de stad bijna hebben ontzet. Voedsel is nergens meer te vinden, maar hij wordt gered door een Duitse officier. Die ontdekt hem per toeval en vraagt wat hij doet. “Ik ben pianist”, stamelt de verschrikte Szpilman en als hij vervolgens een stuk moet spelen op een toevallig aanwezige vleugel, krijgt ook de Duitser kippenvel en geeft hij Szpilman te eten.

Pianoscène
Het is een van de meest bijzondere ‘pianoscènes’ uit de filmgeschiedenis. Nu zijn er de laatste jaren vrij veel ‘pianofilms’ gemaakt, (The Piano, 1993; Shine, 1996; The Legend of 1900, 1998; La pianiste, 2001), maar na de ontberingen die deze pianist heeft doorstaan, krijgen de klanken extra diepgang. Szpilman speelt met verkleumde vingers letterlijk voor zijn leven, nadat hij jaren niet meer achter zijn geliefde instrument heeft kunnen zitten.

The Pianist komt langzaam op gang. Polanski neemt veel tijd om uit te leggen hoe het kon dat de joden zich lijdzaam naar de slachtbank lieten voeren. Op die cinematografische geschiedschrijving is niets aan te merken, maar pas als de oorlog een persoonlijk drama wordt, roept de film ontroering op. Je voelt dat de regisseur hier niet zomaar een boek verfilmt, maar zelf bij het onderwerp betrokken is.

Polanski heeft al een bijzonder heterogene filmografie bij elkaar gefilmd en met The Pianist voegt hij daar een geslaagde oorlogsfilm aan toe.

Gerard Zeegers