Silent Flood
De rivier verlegt zijn koers
Silent Flood
In een indrukwekkende documentaire observeert Dmytro Soecholytky-Sobtsjoek hoe de oorlog een pacifistische gemeenschap in een uithoek van Oekraïne beroert. Ze bakken brood dat naar het front gaat.
Ooit was er een brug over de Dnjestr. De Russen bliezen hem op toen ze zich terugtrokken aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nu is er een vlot dat de mensen van de ene naar de andere oever brengt. Althans, als de rivier daar niet buiten is getreden. Zoals gebeurde in 1941. In 1969. In 1980, 2008, 2020.
In de openingsscènes van Silent Flood is de rivier in een dikke mist gehuld. Op de geluidsband klinken stemmen die herinneringen ophalen. Herinneringen die zich vouwen rond oorlogen en overstromingen, de twee factoren die het ritme van de geschiedenis bepalen in deze westelijke uithoek van Oekraïne. Terwijl de stemmen afkomstig zijn van de oudere generaties, toont de camera veelal de kinderen. Zingend met de klas, lopend op stelten. Ook hun jeugdherinneringen vormen zich rond een oorlog.
Uit de voice-overs komt langzaam, als opdoemend uit de mist, ook een onderwerp naar voren: de strenggelovige gemeenschap die hier leeft. De ‘gereddenen’, of ‘donkere mensen’, worden ze genoemd. Zichzelf geven ze geen naam. Een hiërarchie hebben ze ook niet. Geen priester of voorganger. “We komen samen en bidden.” Ze leven zonder elektriciteit, zonder moderne technologie. Maar, zoals iemand licht geërgerd opmerkt, “ze gaan wel met de bus”.
Ze zijn ook pacifistisch. Aan de oorlog, die uitbrak terwijl filmmaker Dmytro Soecholytky-Sobtsjoek de gemeenschap volgde, nemen ze niet deel. Althans, ze vechten niet. Maar je onttrekken aan een oorlog die zich in elk haarvat van een land nestelt, is onmogelijk. De omgeving waarin ze leven is daar het bewijs van. De bruggen die werden opgeblazen, de restanten van loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog, de mijnen die nog altijd begraven liggen in de aarde.
Soecholytky-Sobtsjoek kwam voor het eerst met deze gemeenschap in aanraking toen hij nog filosofiestudent was. Een paar jaar later keerde hij, inmiddels filmstudent, terug met een camera. De fascinatie had postgevat en hij bleef terugkeren, zoekend naar, zoals hij het omschreef in een interview met de International Documentary Association, “een protagonist”. Toen viel Rusland binnen.
De realiteit veranderde de richting van zijn film, zoals een rivier een andere weg moet zoeken omdat er een steen in het water is geworpen. Het mooie is dat Soecholytky-Sobtsjoek die koerswijziging in de documentaire laat gebeuren. Wat begint als een film over deze omgeving, zoomt langzaam in op die specifieke gemeenschap en transformeert vervolgens tot een meditatie op de impact van de oorlog.
Brood
Die laatste beweging is ook een fysieke beweging: de bewoners van het dorp bakken brood dat naar het front gaat en Soecholytky-Sobtsjoek reist met dat brood mee. In vrijwel woordeloze scènes toont de film het bakken van het brood, het afborstelen, inpakken en op vrachtwagens laden. Ook aan het front blijft Silent Flood bij het brood. Slechts één keer zien we wat rook en ontploffingen in de verte.
Maar dat er geen gevechtshandelingen in beeld komen, betekent niet dat deze film niet over oorlog gaat. Oorlog is meer dan geweerschoten en bombardementen. Dan de doden, gewonden, de slopende strijd om een paar honderd meter terreinwinst. Oorlog is ook de sporen die het trekt in het landschap en in de hoofden van iedereen die erbij betrokken raakt. De herinneringen die nog generaties zullen doorwerken.
In een kwartier durende scène zitten de soldaten aan een tafel te eten en praten. Het is donker, het vertrek slechts verlicht door kaarsen. Het gesprek gaat over de broden. Over de vorm ervan, wat voor bakplaten en ovens er gebruikt zijn, de dikte van de korst. Gezichten zien we nauwelijks. Soms zijn de vlammetjes van de kaarsen het enige wat in focus is.
Het gesprek beweegt naar hoe ze hun varenyky het liefst eten. Met zure room, of gezouten spek. “Of zonder dat alles, maar dan thuis”, verzucht iemand. “Geen varenyky,” vervolgt een ander, “maar gewoon thuis.” In de stilte die valt, toont Soecholytky-Sobtsjoek voor het eerst de gezichten van de mannen, een voor een, in close-up. Ze zijn hier, maar ook ergens anders.