Imago

Een boomhut in Georgië

Datum
07-10-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Déni Oumar Pitsaev
Te zien vanaf
15-10-2026
Land
Frankrijk, België, Georgië, 2025

Imago

Wanneer filmmaker Déni Oumar Pitsaev een stuk grond in Georgië erft, reist hij af naar een land dat nooit helemaal het zijne was en dat misschien ook wel nooit kan worden.

Een stuk onontgonnen land in de grensstreek van Georgië. Déni Oumar Pitsaev loopt er wat onwennig rond. Het is van hem, maar kan het ook echt van hem gaan voelen?

Veel voor de oorlog gevluchte Tsjetsjenen, waaronder familie van Pitsaev, vestigden zich in deze streek. Pitsaev vluchtte naar Frankrijk, waar hij grotendeels opgroeide en nog altijd woont. Wanneer hij dit stuk land erft, overweegt hij er een huis te bouwen. Een echte terugkeer is het niet. Daarvoor moet hij achter de bergen zijn, waar Tsjetsjenië ligt. Geografisch dichtbij, maar toch onbereikbaar ver weg.

In Imago, dat in 2025 in Cannes de prijs voor beste documentaire won, legt Pitsaev zijn verblijf in Georgië vast. De (her)ontmoeting met een cultuur, vrienden en familie die hij lang geleden achterliet en waarvan hij nu moet besluiten of ze weer de zijne zouden kunnen worden. Iets wat hij aftast via gesprekken over onder meer religie, die, zoals vaak, ook een verankering is van patriarchale structuren. Er heerst hier een onmiskenbare machocultuur, waarin mannen littekens koesteren (“liefst van een mes”), wapens dragen en als vanzelfsprekend de kansen van vrouwen inperken.

Déni is niet zo’n man. Hij is een man die schrikt als iets verderop een paard hinnikt. Die als hij voor het eerst een pistool afvuurt, aan een vriend vraagt om zijn oren dicht te houden. Hij lijkt meer op zijn gemak bij de vrouwen van de streek, die ook de eersten zijn aan wie hij het ontwerp van zijn huis toont. Ze reageren positief. In tegenstelling tot de mannen, die hem meewarig aankijken en opmerken dat “een echte Tsjetsjeen” niet in zo’n huis zou wonen.

Dat huis is een futuristische variant op de boomhut waar hij als achtjarige jongen van droomde. “Je wil wegkruipen in een onbegrijpelijke plek”, zegt zijn vader wanneer hij de plannen onder ogen krijgt. “Ik wil alleen mezelf zijn”, antwoordt Déni. Die relatie tussen vader en zoon wordt gaandeweg het focuspunt. Lang was die vader buiten beeld en Déni worstelt met de vraag waarom zijn vader hem zo makkelijk achterliet.

Zo meandert de film tussen veel elementen die elkaar raken in een idee van mannelijkheid. Maar Pitsaev blijft iets te veel hangen in de notie dat hij in die machowereld niet thuishoort, met het zoveelste shot waarin hij besluiteloos om zich heen staart of onhandig een frambozenstruik opzij duwt. Voor een portret van de streek en de mensen is Imago te veel een egodocument, maar voor een film die echt in het persoonlijke wroet, waaiert hij weer net te veel uit.