RoboCop

Heftiger dan de huidige wereld

Datum
01-10-1987
Auteur
Lees meer over
Regie
Paul Verhoeven
Te zien vanaf
08-10-1987
Land
Verenigde Staten, 1987

RoboCop

Verhoeven heeft deze zomer vaderlandse geschiedenis geschreven door als eerste Nederlandse filmer in de Verenigde Staten, in het hol van de leeuw, een film te regisseren die een onvervalste box office-hit werd. Dat moet een lekker gevoel zijn. Verhoevens plezier werd ongetwijfeld vergroot tijdens de Nederlandse Filmdagen, waar aan zijn werk een retrospectief werd gewijd, waar RoboCop in Nederlandse première ging en ter gelegenheid waarvan Verhoeven uitvoerig in de media aan bod kwam.

Hij bleek bereid om iedereen te vergeven: de Nederlandse pers die hem om ethische en filmesthetische redenen niet pruimde en het Productiefonds dat zijn films onsmakelijk en on-Hollands vond. We zullen het er maar op houden dat de controverse die leidde tot Verhoevens vlucht naar de USA berustte op lange tenen (van Verhoeven), verschil van interpretatie van ‘de werkelijkheid’ (tussen Verhoeven en pers, geldschieters en fijngevoelige filmkijkers) en verkeerde vrienden (Rutger Hauer? Gerard Soeteman?).

De Verhoeven die RoboCop regisseerde heeft niets met het Nederlandse filmmaken van doen. RoboCop is het product van vakmensen die zich helemaal houden aan de enige, namelijk de Amerikaanse manier van filmmaken. De regisseur en de cameraman (Jost Vacano) mogen dan zijn grootgeworden in een anderssoortig filmklimaat, productie, scenario en acteurs zijn onverdacht Amerikaans. Amerikaanser dan Amerikaans, dat kan ook nog. Volker Schlöndorff heeft eens geopperd dat door de grote fascinatie van Europese filmers voor de Amerikaanse samenleving de neiging bestaat om hyper-Amerikaanse films te maken. Volgens deze verleidelijke theorie zou het typisch Europese in RoboCop zou zich dan uiten in het aandikken van het typisch Amerikaanse.

RoboCop is in de eerste plaats een bioscoopfilm van het soort dat het om allerlei redenen goed doet tegenwoordig. Er is actie, geweld, SF, sentiment, moralisme en humor. In 1992 is Detroit een stad vol misdadigers. Hun bestrijding is in handen van een inmiddels geprivatiseerd politiebedrijf. Om efficiënt te werk te kunnen gaan en het aantal slachtoffers te verminderen worden prototypen van mechanische agenten gebouwd door het bedrijf dat ook de politie beheert. Het eerste model ED 209 faalt al bij de eerste presentatie: een van de vele ambitieuze jonge executives van de firma wordt aan flarden geschoten.

Daarmee krijgt het RoboCop-project alle ruimte. Wat er over is van de door criminelen vermoorde agent Murphy wordt getransplanteerd in een gestroomlijnde, gecomputeriseerde robot. Het resultaat is een cyborg, een high-tech neefje van Archie, de Man van Staal.

RoboCop is rechtvaardig en sterk. Hij verplaatst zich enigszins houterig, onder voortdurend gezoem van de servo-motoren die zijn ledematen bewegen. In zijn dijbeen huist een knaap van een gun. Als hij zijn masker afzet lijkt zijn achterhoofd op een ontmantelde geiser en hij eet babyvoedsel, maar laat niemand zich vergissen: RoboCop is een aanwinst voor het corps.

Vaart en afwisseling
Langzamerhand begint zijn menselijke component echter op te spelen. RoboCop heeft nog een glasheldere herinnering aan één scène in het bijzonder, iets met een huis, een kind en een vrouw. Robo komt erachter dat hij een verleden heeft als menselijke huisvader en wil dat, geheel tegen zijn programmatuur in, uitzoeken. Toevallig is het gespuis dat hem destijds vermoord heeft hetzelfde dat nog altijd de dienst uitmaakt in de onderwereld. Bovendien hebben zij contacten met de top van het bedrijf dat RoboCop ontwikkelde. Daarmee krijgt RoboCops strijd tegen het onrecht een tweeledig doel.

RoboCop is een brute geweldfilm en velen zullen de film om die reden diskwalificeren als plezierig bioscoopvertier. Mensen die niet tegen getruukt geweld kunnen blijven beter thuis. Verhoeven bevestigt zijn reputatie als ‘realistisch’ filmer. Maar RoboCop wordt boven het niveau van de domme geweldfilm uitgetild door het pientere scenario en dito regie. Het scenario zit vol verrassende vondsten en vondstjes. De debuterende scenarioschrijvers Ed Neumeier en Michael Miner geven een cynisch toekomstbeeld in RoboCop.

In 1992 heeft de firma Yamaha een ruilhart op de markt. Het SDI-programma is operationeel, maar verre van perfect. Bij een ongeluk – een laser vuurt naar de aarde – komen vier Amerikaanse bewoners van een rustoord voor ex-presidenten om het leven.
Televisiecomedy is afgezakt naar een onwaarschijnlijk droevig niveau. Zuid-Afrika beschikt over een atoombom en er is oorlog in Mexico.

Verhoevens regie is vol vaart en afwisseling. De ene scène begint met een televisiebeeld, in de volgende kijken we door het elektronische, van allerlei informatie voorziene vizier van Robo. De special effects zijn van Star Wars quality. De actiescènes zijn vlekkeloos, figuurlijk gesproken.

De young executives snuiven misschien gretiger dan nu, echt een andere wereld is het niet. Meer een heftiger versie van de huidige. Verhoeven bewijst met RoboCop een groot vakman te zijn. Als hij het thema van RoboCop omschrijft als “de onsterfelijkheid van de menselijke ziel”, spreekt weer even het calvinistische hart. Maar ook dat gaat wel over. Verhoeven heeft het aanbod om RoboCop II te regisseren afgewezen. Hij wenst verder door te stoten.