The End of Oak Street

Eindelijk weer een leuke dinofilm

Datum
17-08-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over
Regie
David Robert Mitchell
Te zien vanaf
13-08-2026
Land
Verenigde Staten, 2026

The End of Oak Street

Een typisch Amerikaans jaren tachtig-stadje wordt getransporteerd naar de prehistorie, in deze tamelijk onlogische maar heerlijk vermakelijke dinofilm.

In de tuin van de buurman ligt plots een enorme hoop stront en voor het huis van een andere buur staat een plant die al tweehonderd miljoen jaar is uitgestorven. The End of Oak Street is nog niet lang onderweg als de vreemde gebeurtenissen zich aandienen.

Dan is er een helse onweersstorm in de nacht, een vreemd licht in de achtertuin, en de volgende ochtend blijkt het hele stadje te zijn getransporteerd naar de prehistorie. Hoe dat is gebeurd? Iets met een zwart gat (ideale zondebok voor onverklaarbare fenomenen), maar who cares?

Het is een beetje een plaag in modern Hollywood: eindeloos de tijd nemen om personages en het concept van een film te introduceren. Personages die vaak alsnog niet gaan leven en een concept dat toch te absurd is om serieus te nemen, hoeveel wetenschapper-personages je er ook tegenaan gooit. En ondertussen duren die films steeds langer. Zie bijvoorbeeld Jurassic World Rebirth (2025), dat in de tweede helft een erg fijne survivalthriller is, die er alleen veel te lang over doet om daar te komen. De tweede keer dat ik hem keek heb ik het eerste half uur overgeslagen: veel betere film.

The End of Oak Street gaat juist met grote (en af en toe onhandige) sprongen door de aanloop heen. Want dit is een film die weet waar hij heen wil, en daar zo snel mogelijk wil komen: dinosaurussen!

Stegosaurus! Allosaurus! Spinosaurus! Dat die soorten niet allemaal in hetzelfde tijdperk leefden, zal de makers een zorg zijn. En terecht. Hoe meer dino’s, hoe meer vreugd. Waarbij dit overigens wel zo’n beetje de eerste dinofilm is die erkent dat veel dinosaurussen, in tegenstelling tot wat lang aangenomen werd, gevederd waren. (En dat ze seks hadden.)

Maar toch even terug. Er is een doorsnee Amerikaans gezin: vader, moeder, dochter, zoon. En hond Starbuck, niet te vergeten. Vader Greg is onlangs zijn baan verloren, maar heeft dat niet verteld aan zijn vrouw Denise. Ze ruziën zich de dagen door en de kinderen maken zich zorgen om een eventuele scheiding. Het wordt allemaal met grote penseelstreken neergezet, maar dankzij Ewan McGregor en vooral Anne Hathaway, in haar zoveelste sterke rol van dit jaar, zijn het personages waar je precies genoeg om gaat geven.

De film is ferm geplant in de jaren tachtig, zowel in setting als in de cinematografie (met onder meer een flinke hoeveelheid split diopter-shots). Niet op de nostalgische manier van bijvoorbeeld Stranger Things, maar meer alsof ook de film zelf uit een andere tijd is getransplanteerd. De film is een overduidelijke ode aan Steven Spielberg, maar ook aan het door hem opgerichte Amblin Entertainment, dat in de jaren tachtig onder meer Joe Dante’s Gremlins (1984) produceerde. Net als die film is regisseur David Robert Mitchell niet bang voor een paar lekker nare momenten in een film die (goddank) wel gewoon voor twaalf jaar en ouder wordt uitgebracht.

Was Mitchells vorige film Under the Silver Lake (2018) nog een heerlijk labyrintisch mysterie, deze film werkt vooral in zijn rechttoe-rechtaan-benadering. In de aaneenschakeling van dinoscènes die de ene keer draaien om zorgvuldig opgebouwde spanning en de andere keer om chaos. Veel scènes spelen zich bij vol daglicht af, en in plaats van dicht op de actie te gaan zitten, creëert Mitchell een aantal keer een prettig vervreemdend effect door juist afstand te nemen. Zoals wanneer Greg en Denise dwars door de tuinen van hun aangeharkte buurt naar huis rennen, achtervolgd door een dino. Een shot gefilmd vanaf de andere kant van de straat, waar op de voorgrond de overburen, die niks in de gaten hebben, de auto inladen en de oprit afdraaien.

Dat de afwikkeling (net als de aanloop dus) een paar grote stappen zet, is nauwelijks een bezwaar. Dit is geen film die gaat voor waterdichte logica, maar voor ouderwets vermaak. Vergeet de Jurassic-franchise van het laatste decennium: dit is de leukste dinofilm in jaren.