PIRANHA BLUES: FILM I
Willem Wallijn: De grens van de ethica
In Piranha blues: Film 1 neemt een advocaat wraak op een riooljournalist, die zijn van corruptie verdachte vader op de hielen zit. Hoewel autobiografisch van opzet, is de film volgens regisseur Willem Wallijn geen op celluloid uitgevochten vendetta met de journalistiek. "De film is ‘bigger than life’".
Willem Wallijn (foto: André Bakker)
Diep gefrustreerd raakt advocaat Willem Wallijn, de hoofdpersoon uit Piranha blues, over de negatieve publiciteit rondom het gerechtelijk proces van zijn van corruptie beschuldigde vader. Hij gaat finaal door het lint en mishandelt en ontvoert zijn ergste criticus, riooljournalist Johannes van Buren. Bij wijze van wraakactie onderzoekt hij samen met twee vrienden Van Burens leven op verborgen schandalen.
Filmpersonage Wallijn en regisseur Wallijn zijn niet een en dezelfde persoon, maar de verstrengeling van film en werkelijkheid gaat ver. De Belgische filmmaker baseerde Piranha blues op het gerechtelijke proces tegen zijn vader Luc, die als adjunct-secretaris van de Socialistische Partij een van de hoofdverdachten was in de Agusta-Dassault omkoopaffaire. Behalve Wallijns vader spelen ook zijn vrienden Frank vander Linden en David Steegen zichzelf. Ondanks deze inzet van non-fictieve personen en het gebruik van CNN-beelden, moet de film volgens Wallijn niet gezien worden als een persoonlijk verslag van het feitelijke proces.
"Er is mij tijdens dramaturgielessen altijd geleerd over zaken te schrijven die je zelf kent. Het Agusta-proces is iets dat ik van dichtbij heb meegemaakt en het had de nodige dramatische mogelijkheden. Maar voor mij is het vooral een film over drie mensen die aan de grens van de ethica gekomen zijn: een van corruptie verdachte beklaagde, een journalist en een yuppie advocaat. Door de film heen worden ze parallel gevolgd en op het eind wordt de balans opgemaakt. Wat gaat er met die drie kerels gebeuren? En is er nog hoop voor ze?"
Coppola
Ruim een jaar geleden rondde Wallijn de opnames af voor Piranha blues. Inmiddels is hij bezig met de financiering voor zijn volgende project, Mohamlet, en neemt hij een stap terug om kanttekeningen te zetten bij zijn speelfilmdebuut. "In ieder shot, in iedere scène, in iedere verhaallijn probeerde ik te tonen hoe slim ik wel niet ben. Maar dat is omdat ik me nog steeds probeer te bewijzen als filmmaker. Hoewel ik streef naar een zo organisch en natuurlijk mogelijk geheel, zit er een bepaalde beredeneerdheid achter."
Die beredeneerdheid blijkt ook uit de extreem doorwrochte constructie van de film. Wallijns eersteling bezwijkt bijna onder de symboliek. Geen voorwerp komt in beeld of er is over nagedacht, geen cut is gemaakt of Wallijn heeft er een bedoeling mee. Dat gaat op voor vrijwel alles in de film: van de keuze voor John Kennedy Toole’s ‘Confederacy of Dunces’ als boek dat Van Buren leest in gevangenschap tot de directe verwijzing naar Coppola’s Apocalypse now in de openingsscène met de helikopters.
"In eerste instantie is het een verhaal waarvan ik hoop dat de kijker misschien iets kan leren", stelt Wallijn. "Maar de tweede laag, het intellectuele spel dat je speelt met de kijker, is minstens zo belangrijk. In iedere sequentie zit wel een verwijzing en dat gaat van algemene en brede parallellen tot details die alleen herkenbaar zijn voor insiders. Coppola-kenners zullen zijn brutale grote lijn herkennen die ik er als een soort hommage in heb verweven. Anderen zullen de rode draad met Oscar Wilde opmerken. Maar die verwijzingen zijn een kado voor wie ze hebben wil. Als iemand ze niet ziet dan doet het er niet toe."
Wasserette
Om aan te geven hoe consequent hij zijn symboliek ondanks deze nuancering doorvoert, licht Wallijn de rol van zuivering in de film toe. "Ik heb geprobeerd die lijn in iedere scène te verwerken. Zo slaapt Van Buren in een bad, plast zijn moeder in haar broek, wroet Wallijn in vuilniszakken, worden er voortdurend handen gewassen en spelen sleutelscènes zich af in een wasserette en een openbaar toilet. Alleen in de scène die zich afspeelt in het advocatenkantoor kon ik maar niet verzinnen hoe ik de symboliek zou kunnen verwerken. Uiteindelijk heb ik Wallijns cliënt hoofd van een waterzuiveringsinstallatie gemaakt."
De ver doorgevoerde obsessie met structuur die blijkt uit het boordevolle scenario, heeft zijn visuele pendant in de montage. Daar waar mogelijk heeft Wallijn slowmotion, jumpcuts en andere technieken in de strijd gegooid, waardoor Piranha blues af en toe de op hol geslagen motoriek van een videoclip heeft. "Aangezien ik niet op de filmschool heb gezeten, zijn er weinig ‘not done’-regels die mij kunnen vervelen", verklaart Wallijn. "De film heeft negen ton gekost en dat heet dan een lowbudgetproductie. Maar ik wilde niet dat Piranha blues het uiterlijk had van de klassieke Vlaamse lowbudgetfilm, waarbij het beperkte budget een excuus is voor het opdienen van een grijs soepje. Ik ben misschien doorgeschoten naar de andere kant. Een scène die ik in principe in twee shots kon vertellen, heb ik uiteindelijk in twintig cuts neergezet. Ik wilde dat de film lichtjes ‘over the top’ zou zijn."
"In de montagekamer en op de set hingen permanent overal briefjes met daarop de tekst ‘bigger than life’. Dat stond ook als instructie op de scenario’s van de acteurs. De dialogen zijn dan ook ‘bigger than life’. Dat moet volgens mij om de film interessant te houden. Dit is geen Rosetta. En ik beoog geen Ken Loach-effect. Ik wil vooral de kijkers entertainen."
Edo Dijksterhuis