PASSION (György Fehér)

We vallen al

  • Datum 07-01-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Passion [György Fehér]
  • Regie
    György Fehér
    Te zien vanaf
    01-01-1998
    Land
    Hongarije
  • Deel dit artikel

Ildikó Bánsági (l.) in Passion: een stuurse Greta Garbo

De Hongaarse regisseur György Fehér verfilmde The postman always rings twice. Maar zijn gesol met de dode echtgenoot doet meer denken aan Hitchcocks The trouble with Harry. Al maakt Fehér het ons wel heel moeilijk om te lachen.

Nee. Doe het niet. Denk bij Passion niet aan The postman always rings twice, ook al vermeldt de Hongaarse regisseur György Fehér keurig dat hij zijn tweede speelfilm baseerde op de beroemde liefdestragedie van James M. Cain. Passion is zó anders dan Bob Rafelsons onheilspellende film uit 1981 en de Hongaarse uit leem geboetseerde acteurs zijn zo anders dan Jack Nicholson, Jessica Lange en John Collicos (of langer geleden en beter: Lana Turner, John Garfield en Cecil Kellaway) dat het de film geen recht doet om in de schaduw van je filmische geheugen te worden geplaatst.

Aangewaaide passant
Het verhaal is bekend. Een ongelukkig getrouwde vrouw brengt met een aangewaaide passant haar echtgenoot om het leven, maar hun geluk wordt er niet groter op als zij er, na een juridische tour de force, in slagen om met de moord weg te komen. Fehér verplaatste de handeling naar het Hongaarse platteland van de jaren dertig. Het interbellum geeft hij vorm als een tussengebied in geschiedenis en geografie. Maar ook als morele en psychologische interzone. Door verhaal en beeld terug te brengen tot hun meest kale verschijningsvorm, ziet Passion eruit alsof hij zich overal had kunnen afspelen. En over iedereen had kunnen gaan.
"Ik heb altijd een film willen maken die lijkt op de laatste print van een verloren gewaande film", aldus Fehér. Dat is in zijn geval niet alleen maar een esthetische eis aan de film, maar ook een inhoudelijke. Alle visuele en narratieve opsmuk is uit de film verdwenen. Passion werd in zwart-wit geschoten en met behulp van een bijna antiek tintproces geprint, waardoor de vele grijstinten vervloeien tot modderig grauw, zonder dat daardoor overigens het contrast verloren gaat.
Het verhaal vertelt zichzelf bijna zonder informatie. De personages worden geïntroduceerd op het moment dat de spanning tussen het echtpaar en de knecht al om te snijden moet zijn. Naar hun motieven moeten we raden. Er vindt een treurig feestje plaats, waarop de man zijn vrouw dwingt om met de haveloze indringer te dansen. Dringt hij hem haar op, of hoopt hij hen zo een bekentenis over ontrouw te ontfutselen? Smekend klampt de echtgenote zich aan haar man vast. Of probeert zij hem door haar wanhopige greep te overtuigen dat er niets aan de hand is?
Vanaf de eerste minuut werkt de film als een verweerde spiegel, waarin iedereen zijn eigen gezicht als dat van Sneeuwwitje of de Boze Heks kan zien.

Overleven
De hele film is ontdaan van spanning en humor en de gebeurtenissen zijn teruggebracht tot een instinctieve reeks handelingen die de menselijke drijfveren in al hun angstaanjagende en kale waarheid tonen. De enige passie waarvan sprake is, is de desperate drang van de hoofdpersonen om te overleven. De tirannieke echtgenoot wil maar niet dood. Het gesol met zijn bewusteloze lichaam doet denken aan Hitchocks The trouble with Harry. Al maakt Fehér het ons wel heel moeilijk om te lachen.
Ook de echtgenote (actrice Ildikó Bánsági is een prachtige stuurse Greta Garbo) en haar minnaar zijn alleen maar hartstochtelijk in hun strijd om het bestaan. Hun keuze voor elkaar is opportunistisch, de lusteloze seksscènes doven elk gevoel. Wat een schril contrast met Rafelsons overvloedige erotiek.
Fehér maakt het je niet makkelijk. Hij plaatst zijn helden aan de rand van de afgrond en zet de toeschouwer ernaast. Hier zijn we. En we gaan erin springen. Nee, we vallen al en er is niets om ons aan vast te klampen.
Toch is Fehér niet zo antihumanistisch als bijvoorbeeld Philippe Grandrieux in Sombre. Dat maakt zijn film naast intrigerend ook aangenamer om naar te kijken. Er mag dan geen hoop meer zijn, zelfs niet in het laatste dansje, maar de mens is een verrotte sterk wezen. Want door zal-ie.

Dana Linssen