MINORITY REPORT

Het bedrogen oog

  • Datum 10-12-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films MINORITY REPORT
  • Regie
    Steven Spielberg
    Te zien vanaf
    01-01-2002
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Waarheid en bedrog zijn twee kanten van dezelfde medaille

In Minority report schetst Steven Spielberg een angstaanjagend beeld van een toekomst, waarin alleen al de gedachte aan een misdaad voldoende reden is om iemand levenslang weg te bergen. Behalve een staaltje uiterst relevante sociale sciencefiction is de film ook een commentaar op het maken van films.

Washington in het jaar 2054. In verkiezingsspotjes zoals we ze ook nu al kennen hemelt een kandidaat voor een publiek ambt zijn verdiensten als misdaadbestrijder op: in de hoofdstad van de Verenigde Staten worden dankzij een revolutionaire aanpak geen moorden meer gepleegd. Dit opmerkelijke succes is te danken aan de inzet van een drietal telepatisch begaafde wonderkinderen, de pre-cogs, die gewelddadige gevoelens en moordlustige voornemens kunnen opvangen voordat zij ten uitvoer zijn gebracht. Een speciale politie-eenheid is belast met het interpreteren van de beelden die het pre-cognitieve trio doorgeeft, en met het opsporen en vooral het voorkomen van de nog te plegen misdaad. De potentiële dader, die in feite nog niets heeft gedaan, wordt zonder verder proces uit de maatschappij verwijderd.
De politiemensen die zich bezig houden met deze zogenaamde pre-crime — een woord dat cynisch genoeg deel is gaan uitmaken van het anti-terroristische jargon van president Bush Jr. — worden aangevoerd door John Anderton. Een artistiek en fysiek in topvorm verkerende Tom Cruise zet hem neer als een fanatieke crime fighter, die zijn inspiratie put uit het geweldsmisdrijf dat ooit zijn familie trof. Anderton is een man die het goede wil doen, maar zijn verdriet over het verlies van een dierbare is zo groot dat hij een blinde vlek heeft voor de schaduwzijden van pre-crime. Hoe weet je bijvoorbeeld zeker dat een moorddadige gedachte ook daadwerkelijk tot een misdaad zal leiden? En als de pre-cogs de feitelijke toekomst kunnen zien, hoe is het dan mogelijk dat de pre-crime unit die misdaden nog kan voorkomen? Als Anderton dergelijke twijfels al kent, worden die terzijde geschoven door onverwerkte rouwgevoelens en zijn verslaving aan een geestverruimend goedje, dat in typische Philip K. Dick-taal ‘new improved clarity’ is gedoopt. Een van de grondleggers van de pre-crime aanpak houdt Anderton zelfs voor dat strafrecht nooit gebaseerd kan zijn op twijfel, zelfs als die twijfel redelijk is — een ondubbelzinnige afwijzing van de ‘reasonable doubt’ die in de huidige Amerikaanse jury-rechtspraak nog voldoende is om een verdachte vrij te spreken.
Anderton begint pas aan het systeem te twijfelen als het te laat is. Voordat de pre-cogs hun beeldenstroom doorsturen naar de schermen van Pre-crime worden er eerst steevast twee houten lottoballetjes gegraveerd: een met de naam van het slachtoffer en de andere met de dader erop. Wanneer Anderton zelf wordt aangewezen als een toekomstige moordenaar dwingt dat hem om de ongewenste implicaties van pre-crime onder ogen te zien. Hij ontvoert een van de pre-cogs uit het waterbassin waarin zij net voldoende in leven wordt gehouden om haar visioenen door te kunnen seinen. De Engelse Samantha Morton, die net als in haar memorabele optreden in Woody Allens Sweet and lowdown weer over een ongekend rijke mimiek blijkt te beschikken, probeert Anderton de waarheid te tonen als de door visioenen gepijnigde pre-cog Agatha. "We hebben nooit de toekomst gezien — je hebt een keuze" vertelt ze hem. Daarmee valt de bodem onder de pre-crime aanpak weg. Want als Anderton de keus heeft om zijn gewelddadige oprispingen te beheersen, dan moet dat voor al die duizenden veroordeelden ook gelden.
Hoewel Spielberg de hele film door entertainer genoeg blijft om het publiek te bedienen met spectaculaire achtervolgingen en actiescènes, blijft hij de worsteling van zijn protagonist centraal stellen. Anderton wordt gedwongen om de waarheid te aanschouwen, een begrip dat Spielberg zo letterlijk mogelijk uitwerkt. Overal in de film duiken ogen op. Zo houden de Washingtonse autoriteiten nauwlettend in de gaten waar iedere burger zich bevindt, door een fijnmazig netwerk van poortjes waar de irissen worden gescand. (Wie pleitten er trouwens onlangs ook alweer voor het inzetten van zulke iris-scans in onze eigen Tweede Kamer?) Mensen die zich aan de overheidscontrole willen onttrekken gaan zonder ogen door het leven — zoals Andertons straatwijze drugsdealer — of zij laten hun ogen vervangen. In een Lynchiaanse gruwelscène mag Peter Stormare als een maniakale dokter de oogkassen van Anderton leeglepelen met allerhande marteltuig, om ze te vervangen door nieuwe kijkers. De oude ogen gaan mee in een plasticzakje, wat uitmondt in een zeer gedenkwaardig getverdemme-moment. Spielberg speelt zijn spelletje met irissen en oogballen zo, dat Anderton de verpletterende waarheid pas kan doorzien als hij er door andermans ogen naar kan kijken.

In Spielbergs visie is waarneming niet alleen een zaak van de kijker. Een nog veel grotere rol dicht hij toe aan degenen die de beelden maken. De drie pre-cogs worden door de onwetende bevolking van Washington gezien als een soort heiligen. Niet voor niets wordt het new-agerige waterbassin waar het trio ronddobbert liefkozend aangeduid als de Tempel. Een van de personages wijst er echter op dat de macht nooit bij het orakel ligt, maar bij de priesters. Die priesters zijn de mensen van Pre-Crime. En de hogepriester is hun aanvoerder, John Anderton. Hij is het die de ogenschijnlijk ondoordringbare beeldenbrij van de pre-cogs betekenis geeft. Op doorzichtige videoschermen die in de lucht lijken te zweven zet hij ze in een bepaalde volgorde, waarbij hij allerlei details naar de voorgrond haalt om andere beelden juist weg te laten. Zelf spreekt hij over het "bij elkaar brengen van willekeurige beelden van geweld tot een coherent beeld". Je zou ook kunnen zeggen dat Anderton monteert, selecteert en interpreteert. Precies de dingen die een regisseur doet als hij een film maakt. Het is bijna onmogelijk om Cruise in deze scène anders te zien dan als Spielbergs alter ego. Zelfverzekerd en met sierlijke armbewegingen roept de priester/regisseur/politieman beelden op, om er vervolgens mee te schuiven en te spelen. Door kaders te veranderen ontstaat een nieuwe kijk, betekenissen veranderen door beelden anders te rangschikken. De werkelijkheid wordt gemanipuleerd waar je bijstaat. Het is een technisch razend knappe scène, waarin de virtuositeit van een grote regisseur tot uitdrukking komt in de vorm én de inhoud. Toch klopt Spielberg zichzelf hier niet alleen maar op de borst. Het feit dat Anderton zijn choreografie uitvoert op een klassieke compositie, Schuberts Onvoltooide Symfonie, zou er zelfs op kunnen wijzen dat hij hier eerder een hommage brengt aan zijn grote inspirator Stanley Kubrick.
De scène roept bewondering op voor het filmmakersambacht, maar Spielberg wijst tegelijkertijd op de potentieel gevaarlijke kanten van het regisseren en monteren van beelden uit de werkelijkheid. We hoeven echt niet terug te gaan naar de beeldmanipulaties die cineasten als Leni Riefenstahl of Sergej Eisenstein zich permitteerden in dienst van totalitaire regimes. Een veel recenter voorbeeld van montagebedrog, waarover nog lang niet voldoende schande is gesproken, is William Friedkins Rules of engagement, waarin alle vuile trucs werden ingezet om de kijker te overtuigen van de terroristische inborst van Arabische vrouwen en kinderen. Denk vooral niet dat Spielbergs film een droog theoretisch betoog is over de gevaarlijke verleiding die uit kan gaan van op een groot bioscoopdoek geprojecteerde beelden. In de allereerste plaats is het een zeer onderhoudende publieksfilm, die tussen enkele grote actiescènes door de tijd neemt om gevaarlijke tendenzen in de huidige wereld uit te vergroten naar een toekomst, die pas bij nadere beschouwing angstaanjagend blijkt te zijn. Toch lijkt Minority report gemaakt te zijn met in het achterhoofd de gedachte dat film bij de huidige stand van de techniek een uiterst machtig medium is. Een medium dat makkelijk misbruikt kan worden in handen van mensen met minder nobele bedoelingen. Of erger nog: in handen van mensen die — net als Anderton — de consequenties van hun eigen manipulaties niet kunnen doorzien, omdat ze verblind zijn door hun streven naar een zogenaamd hoger doel.

Fritz de Jong


Philip K. Dick

Hij leed aan depressieve buien, experimenteerde driftig met psychedelische drugs en was zo paranoïde als een deur. Geen wonder dat Philip K. Dick (1928-1982), de schrijver van het korte verhaal waarop Steven Spielberg zijn Minority report baseerde, in zijn boeken steeds weer de meest angstaanjagende toekomstvisioenen wist op te roepen. Visioenen die filmmakers inspireerden tot zeer beklemmende films. De bekendste Dick-film is natuurlijk Blade runner, Ridley Scotts visionaire bewerking van het verhaal met die prachtige filosofische titel ‘Do androids dream of electric sheep?’ Net als in Paul Verhoevens Total recall (gebaseerd op het al even fraai getitelde ‘We can remember it for you wholesale’) en de minder geslaagde Dick-verfilmingen Impostor en Screamers (‘Second variety’), worden we hier ingevoerd in een spookachtige wereld, vervuild en verwaarloosd en geregeerd door machtige corporaties die de bevolking afknijpen door te marchanderen met elementaire levensbehoeften als zuurstof en water. Dat er in zulke corrupte werelden geen plaats is voor de waarheid spreekt eigenlijk voor zich.
Wat maakt de verhalen van Dick nou zo aantrekkelijk voor filmers? Ten eerste zijn dat de hoofdpersonen, cynische kerels vaak die zich proberen te handhaven in een vijandige wereld. De typische Dick-protagonist is een mengeling van hardboiled-detectives als Sam Spade en Philip Marlowe en de ten onrechte van misdaden beschuldigde overlevers waar Hitchcock zo dol op was. Kant en klare filmkarakters kortom, waar je als regisseur of acteur bijna niks meer aan hoeft te doen.

Robot-spinnen

Minstens zo aantrekkelijk zijn de toekomstige werelden die Dick schetst. Doordat de schrijver zo goed is in het beschrijven van de angsten van zijn personages heeft hij slechts heel weinig woorden nodig om de contouren van een naargeestige toekomst te schetsen. Voor de lezer is dat fijn omdat hij zijn fantasie de vrije loop kan laten, en voor cineasten en hun art directors geldt dat natuurlijk in verhevigde mate.
De grootste kracht van Philip Kindred Dick is evenwel de psychologische authenticiteit van zijn verhalen. Zijn futuristische nachtmerries zijn niet geworteld in een intellectuele tegenzin tegen totalitaire regimes. Waar befaamde anti-utopieën als Orwells ‘1984’ en ‘Animal farm’, Bradbury’s ‘Fahrenheit 451′ en Huxley’s ‘Brave new world’ toch in de kern een wat afstandelijke uitvergroting bieden van de gruwelen van stalinisme, Spaanse fascisme en nazidom, daar gaat Dick een stap verder door altijd dicht bij zijn bizarre belevingswereld te blijven. In zijn verhalen weet hij zijn zeer particuliere angstpsychoses zo te verwerken, dat iedere lezer er zijn eigen bangste dromen in kan herkennen. Voor Dick was de vrees voor totalitaire en corrupte heersers dan ook helemaal geen historische of theoretische kwestie. De schrijver wist zich — ongetwijfeld onder invloed van pillen, drugs en een neurotisch karakter — in zijn eigen tijd al vervolgd, gekooid en bespied.

FdJ