Klara and the Sun
Sprookje door de ogen van een robot
Klara and the Sun
Taika Waititi maakt een wat naïef en sentimenteel sprookje van de gelijknamige roman van Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro.
Kazuo Ishiguro en Taika Waititi. Het zijn twee namen die je niet snel zou combineren. De filosofische sensibiliteit van het werk van de Japanse Nobelprijswinnaar laat zich moeilijk rijmen met de geëxalteerde stijl van de Nieuw-Zeelandse filmmaker van onder meer Jojo Rabbit (2019) en Hunt for the Wilderpeople (2016). Toch staan ze samen op de aftiteling van Klara and the Sun, Waititi’s verfilming van het gelijknamige boek van Ishiguro uit 2021.
In de praktijk blijkt de combinatie weliswaar niet desastreus, maar toch wat ongemakkelijk. Waititi heeft zowel zijn stijl als humor duidelijk wat ingetoomd. Maar met een aantal ingrepen, zowel in de plot als de visuele stijl, geeft hij zijn adaptatie van Klara and the Sun een flinke zet in de richting van een sprookje. Het kleurenpalet is zacht en de zon schijnt uitbundig.
Elke ochtend bedankt Klara die zon, die haar oplaadt, en vraagt ze om gunsten. “Laat vandaag alsjeblieft mijn dag zijn.” Klara is een robot. Preciezer gezegd: een AF, een ‘Artificial Friend’, die eenzame tieners van aanspraak en vriendschap moet voorzien. Maar ze is een verouderd model, en een beetje vreemd. Omdat ze met de zon praat. En geregeld op één been staat.
Eenzaamheid is er in deze futuristische wereld volop. Vooral onder tieners die, zoals de toch al vroegwijze Josie, worden ‘verheven’, een procedure die ze tot wonderkinderen maakt. Josie kan pianospelen als een virtuoos, lost op haar slaapkamer wiskundige problemen op. Maar de procedure had bij haar een desastreus bijeffect. Ze lijdt aan een mysterieuze, dodelijke ziekte. Wanneer Josie haar moeder ervan overtuigt Klara voor haar aan te schaffen, hangt er dan ook een donderwolk boven hun opbloeiende vriendschap. Klara maakt het haar missie om Josie beter te maken. Met behulp van de zon.
Het is het perspectief van Klara dat ons deze wereld binnenleidt. Het perspectief van een onbeschreven blad dat de omgeving vaak net een beetje anders interpreteert. In literatuur werkt dat toch beter, omdat zich via haar woorden in ons hoofd een beeld vormt van hoe zij de wereld ziet. In de film zien we echter dat wat zij denkt te zien in feite iets anders is. Zoals de Cooting-machine, een industrieel voertuig dat dikke rook uitstoot, terwijl het in de ogen van Klara een monster is dat de zon dreigt op te slokken.
Jenna Ortega heeft het charisma om, ondanks Klara’s wel erg wijdogige naïviteit, de film te dragen. Amy Adams, als de kille moeder van Josie, lijkt zich echter in een heel andere film te bevinden, met haar ingetogen (of misschien eigenlijk gewoon wat vlakke) spel. Ergens halverwege is er dan weer een ‘feestje’ waar andere verhevenen zijn uitgenodigd en waarin Waititi plots vol voor vet aangezette humor gaat, inclusief kolderiek bedoelde slapstick. Die scène slaat volledig dood.
De filosofische lagen in het verhaal blijven ondertussen nagenoeg onaangeroerd. In plaats daarvan zoekt Waititi waar hij maar kan het sentiment op. Mocht je twijfelen wat je moet voelen, dan spelt de nadrukkelijke muziek van Michael Giacchino dat nog wel even uit.