Jij bent mijn vriend

Stompen, knuffelen, praten

  • Datum 24-10-2018
  • Auteur Sandra Heerma van Voss
  • Gerelateerde Films Jij bent mijn vriend
  • Regie
    Petra Lataster-CzischPeter Lataster
    Te zien vanaf
    22-11-2018
    Land
    Nederland, 2018
  • Deel dit artikel

In een van de leerlingen van juf Kiet zagen gelauwerd documentairemakers Petra en Peter Lataster terecht een eigen film: Branche uit Macedonië blijkt een charismatische gids langs de valkuilen van vriendschap.

Meestal gebeurt het puur toevallig. In de klas kom je naast een grappig uitziend jongetje te zitten en je weet meteen: dit is hem. De zesjarige Branche snakt naar een vriend. Als enig kind van net in Nederland gearriveerde Macedonische immigranten belandt hij in de Brabantse klas van Kiet Engels, de juf die schitterde in de vorige, zeer succesvolle film van Petra en Peter Lataster. Branche is de ster van wat je een spin-off van De kinderen van juf Kiet zou kunnen noemen, en hij draagt zijn 77 minuten bijna non-stop camera-aandacht moeiteloos. Zijn woelige gevoelsleven valt zo direct en puur van zijn gezicht af te lezen dat het gemakkelijk blijkt om je met zo’n jong mens te identificeren.

Ayham, het Syrische jongetje waar zijn keuze op valt, laat zich niet makkelijk verleiden: een arm om hem heen, zijn naam roepen, aanvankelijk lijkt het een hopeloze zaak. Maar het lukt. De kroon op de vriendschap komt van juf Kiet, die Ayham en Branche ten voorbeeld stelt aan de klas, terwijl ze innig omstrengeld op hun stoeltjes zitten: uit zulke verschillende landen, en toch vrienden.

Het drama van De kinderen van juf Kiet school erin dat een klas vol migrantenkinderen ook een kleine in- en uitvoerhaven is, wat voor zowel kinderen als leerkracht een haast ondoenlijk aanpassingsvermogen vergt. Ook Ayham blijkt op een dag vertrokken. Branche’s verslagen blik en eenzame solospel op het schoolplein zijn groots – geen fictief kind had voor meer ontroering kunnen zorgen.

In de drie cruciale jaren dat de Latasters Branche bleven volgen leert hij niet alleen Nederlands praten, maar verandert hij ook van een bijna doorschijnend kwetsbare, ontheemde kleuter in een kranige basisschoolleerling met een vetkuifje, een Brabantse ‘g’ en een hekel aan rekenen. De goeiige, gesettelde Sem wordt zijn derde en misschien wel liefste vriend; ze vinden elkaar in hun unanieme oordeel over witte boterhammen, ‘de allerlekkerste’. Taal smeert nu de vriendschap, maar gebaren blijven tellen: je snoep samen delen op schoolreis, dat is belangrijk. Wat zonde toch dat volwassen vriendschappen zo vaak uitdraaien op een louter verbaal steekspel, met alle risico’s van dien.