IN MEMORIA DI ME
Mysterieuze novieten
In Saverio Costanzo’s in memoria di me zoekt priester-in-wording Andrea in zijn kloosterkamer naar innerlijke stilte, maar vindt hij raadselachtige geluiden op de gang.
Hij moet de stilte opzoeken, de stilte in zichzelf waar God huist. Dat is de opdracht die Andrea (Christo Jivkov) krijgt bij zijn aanvang van het noviciaat, de opleiding tot priester, in de basiliek op het Venetiaanse eiland San Giorgio. Hij komt er om zijn yuppenleven, dat ogenschijnlijk geslaagd was maar dat hem geen voldoening gaf, achter zich te laten. Zijn eerste gesprek met de prior, dat de schijn van een sollicitatie heeft, opent Saverio Costanzo’s in memoria di me. De prior vraagt Andrea wat hij in de basiliek wil worden. Hij antwoordt: "Een persoon."
Andrea’s zoektocht naar zijn inwendige stilte wordt echter constant verstoord. Want echt stil wordt het nooit in het klooster. Natuurlijk, de lange, lege gangen, de spartaans ingerichte leefcellen en de door kaarsen uitgelichte basiliek zijn gehuld in een gewijd zwijgen. Maar deze statige stilte wordt constant doorbroken door de machinerie van het concrete: in de kamer van de prior tikt een klok, op de eetzaal wordt tijdens de maaltijden klassieke muziek gedraaid, de buitenwereld dringt binnen door de misthoorns van passerende schepen en het feestgedruis van de cafés aan de kade aan de overzijde. En ’s nachts klinken er gedempte voetstappen en fluisterende stemmen in de gangen.
Nachtelijke uitstapjes
Die zijn van Andrea’s medenovieten Fausto (Fausto Russo Alesi) en Zanna (Filippo Timi), en voeren naar een raadselachtig kamertje aan het eind van de gang. In Furio Monicelli’s semi-autobiografische roman Lacrime impure — Il gesuita perfetto (Onpure tranen — de perfecte Jezuïet, 1960), waarop Saverio Costanzo zijn film losjes baseerde, worden die nachtelijke uitstapjes verklaard door de homoseksuele verlangens van de novieten. Costanzo maakt deze verhaallijn slechts zeer impliciet onderdeel van zijn naar het heden verplaatste vertelling.
Uiteindelijk draait in memoria di me, zoals ook de titel duidelijk maakt, dan ook niet om wat er nu precies aan de hand is, maar om de innerlijke worsteling van Andrea. Zoals Carlos Reygadas in stellet licht (2007) de leegte van het boerenland zocht om de kale emoties van een driehoeksverhouding bloot te leggen, zo zoekt ook Costanzo naar een zo kaal mogelijke omgeving, waarin bovendien alle mannen gelijk zijn en in dezelfde effen pullovers en vlakke overhemden gekleed gaan. Daarmee neemt hij de vrijheid om alle kleine emoties en elke minieme innerlijke schommeling uit te vergroten — en stilistisch aan te zetten, met zooms en muzikale nadruk.
Het is alleen jammer dat die innerlijke worsteling zich uiteindelijk maar moeizaam laat vertalen naar opwindende cinema. De prachtige beelden van Mario Amura maken veel goed, en Costanzo’s keuze om een voice-over achterwege te laten en Andrea’s twijfel in beelden te vertellen dient geprezen te worden. Maar echt helderder wordt het er allemaal niet van. Dat zal bij de ene kijker een plezierig gevoel van ambiguïteit achterlaten, en bij de ander een gefrustreerd onbegrip.
Joost Broeren