I Was a Teenage Sex Pistol
De braafste punk van de klas
I Was a Teenage Sex Pistol
Zonder Glen Matlock hadden The Sex Pistols niet geklonken als The Sex Pistols. Dat beweert de bassist al jaren: eerst in zijn punkmemoire I Was a Teenage Sex Pistol uit 1996, en nu weer in de brave rockumentaire met dezelfde titel.
Quizvraag: wie was de bassist van The Sex Pistols? Was dat Sid Vicious, de tragische figuur die als geen ander de pose van een punkmuzikant wist aan te nemen, zonder te kunnen spelen? Was het gitarist Steve Jones, die op Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols bijna alle baspartijen voor zijn rekening nam? Of was het Glen Matlock, bij het verschijnen van die elpee al uit de band gezet/gestapt, maar wel genoemd als medeauteur van tien van de twaalf nummers?
Alle antwoorden zijn goed. Maar in het mede door hemzelf geproduceerde I Was a Teenage Sex Pistol beargumenteert Glen Matlock dat hij de enige Pistols-bassist was die ertoe deed. Met zijn basgitaar op schoot memoreert de Londenaar hoe hij het legendarische intro van ‘Anarchy in the U.K.’ bedacht – nota bene geïnspireerd door een hit van Abba. Ook pakt hij de volle credits voor muziek én tekst van de derde Pistols-single, ‘Pretty Vacant’.
Jarenlang probeerde Steve Jones de artistieke inbreng van Matlock te bagatelliseren. Dat vond zijn neerslag in de tv-serie Pistol (2022), Danny Boyle’s enerverende maar onevenwichtige bewerking van Jones’ autobiografie. In Matlocks film horen we Jones er niet meer over, waarschijnlijk omdat hij en drummer Paul Cook sinds enige tijd weer touren met de bassist, als The Sex Pistols.
Wie nadrukkelijk niet meewerkte aan de film is zanger John Rotten/Lydon, die al jaren luidruchtig in onmin leeft met zijn voormalige bandgenoten (en de rest van de wereld).
Glen Matlock, een goed geconserveerde zestiger met een sympathieke babbel, eist niet alleen zijn songcredits op. Ook betoogt hij dat het kortstondige succes van de band in de eerste plaats te danken was aan de muziek. En dus niet aan de door manager en rasmanipulator Malcolm McLaren uitgelokte schandalen, zoals het scabreuze Bill Grundy-interview in 1976. En ook niet aan de verbale provocaties van Johnny Rotten. Of de subversieve losgeldbriefjes-esthetiek in Jamie Reids hoesontwerpen. Of de met veiligheidsspelden bijeengehouden outfits uit de punkboutique van McLaren en diens partner Vivienne Westwood. Of de ophef over het destructieve gedrag van Matlocks opvolger Sid Vicious. In Matlocks versie van de Pistols-mythe zijn al die dingen leuke anekdotes, maar ook: ruis en bijzaak.
Vanuit die visie hebben de makers een nogal brave muzikantenkroniek afgeleverd die onbedoeld blootlegt waarom de Pistols – afgezien van Rottens snerende vocalen – zoveel conventioneler klonken dan andere punkbandjes. Dát was de bijdrage van Matlock. Punk had ook bestaan zonder hem.