Hen
Kip ziet mens
Hen
György Pálfi beziet de mensheid door de blik van een kip. Maar misschien neemt hij daarmee iets te veel afstand.
Na een close-up van een ei dat uit een cloaca wordt geperst, opent Hen (Kota) met een reeks beelden waarin kuikens in een fabriek over lopende banden rollen en vallen. Door mensenhanden ruw van de band geplukt en in bakken gegooid. Hoe kunnen mensen zo met dieren omgaan, schiet door je hoofd. Maar eigenlijk is dat niet echt een raadsel als je beschouwt hoe mensen met mensen omgaan.
Dat laatste is wat Hen voornamelijk doet. Maar dan vanuit het perspectief van een kip. De protagonist is een zwartbruine leghorn (gespeeld door in totaal acht kippen). Of misschien is protagonist niet helemaal het juiste woord. Ze is meer een getuige, maar dan wel een getuige zonder benul van waar ze getuige van is.
De Hongaarse regisseur György Pálfi maakte in 2002 zijn speelfilmdebuut met Hukkle, een nagenoeg dialoogloos portret van een boerengemeenschap waarin een man voortdurend de hik heeft en waarin bovendien een moordcomplot verstopt blijkt te zitten. Vervolgens maakte hij met Taxidermia (2006) een groteske komedie over perversiteit en verval. Pálfi is een maker die graag de minder mooie kanten van de mensheid blootlegt, met een ironische distantie alsof hij er zelf niet helemaal onderdeel van is.
Met die kip kiest hij deze keer zelfs een niet-menselijk perspectief. Soms zien we de wereld met pov-shots even letterlijk door haar zwarte kraaloogjes maar vaker vormen die een (lach)spiegel voor menselijk gedrag. De reactieshots van de kip zijn goud. Maar er knelt ook wat tussen dat perspectief en de thema’s die Pálfi aansnijdt.
Na wat omzwervingen belandt de kip bij een aftands restaurant aan de kust, waar schijnbaar nooit iemand komt eten, dus wordt het geld verdiend met schimmiger praktijken. Daarmee verschuift de focus wat richting de mensen, al kadreert het camerawerk van Giorgos Karvelas scènes steeds zo, dat het blijft voelen alsof je door de ogen van de kip kijkt. Die zo haar eigen sores heeft. Zo moet ze een hok delen met een stel kiftende kippen en een haan die haar doorlopend bespringt.
De licht-komische toon, die als vanzelf meekomt met de wat meewarige blik van de kip, begint te wringen wanneer de film serieuzere thema’s aan lijkt te snijden. Een subplot rond het smokkelen van vluchtelingen neemt een vreemde wending wanneer de kip een ei legt in het ventilatiesysteem van een vrachtwagen, waarna alle migranten omkomen.
Vanuit het perspectief van de kip doet het lot van die migranten er niet toe. Dus doet dat er in de film ook weinig toe. Daardoor blijft onduidelijk wat Pálfi met die scène wil. Waarschijnlijk onbedoeld krijgt de komische toon van Hen hier iets cynisch, of onverschilligs, wat de film niet helemaal van zich af weet te schudden.