HEARTS IN ATLANTIS

Te nuchter voor aliens

  • Datum 25-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films HEARTS IN ATLANTIS
  • Regie
    Scott Hicks
    Te zien vanaf
    01-01-2001
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Voor zijn nieuwste film Hearts in Atlantis bewerkte regisseur Scott Hicks (Shine) een verhaal van Stephen King over de vriendschap tussen een oude man met een geheim en een tienjarig jongetje. "Ik wilde geen zuiver romantisch-nostalgische film maken over een jongen die opgroeit in de jaren zestig. Wat ik zo waardeer aan King is de manier waarop hij een voortdurend gevoel van ongemak weet te creëren."

Scott Hicks (r.) en Anthony Hopkins op de set van Hearts in Atlantis

Het lijkt een bizarre combinatie: regisseur Scott Hicks, die onder meer Shine en Snow falling on cedars maakte, en het Stephen King-verhaal ‘Hearts in Atlantis’, over een aimabel buitenaards wezen dat bevriend raakt met de 10-jarige Bobby. Toch werd Hicks direct geraakt door de bitterzoete coming of age-vertelling, die hij dankzij zijn vrouw, producente Kerry Heysen, in handen kreeg. "Tussen alle alien-onzin door heeft King een wonderbaarlijke gave om menselijk gedrag te observeren en te beschrijven. Ik begrijp alleen niet waarom zo’n schitterend verhaal uiteindelijk zo’n rare draai moet krijgen door uit alle hoeken en gaten aliens tevoorschijn te laten komen. Dat laat mij persoonlijk volkomen koud en doet alleen maar afbreuk aan de sterke karakters", aldus Hicks die in Londen de pers te woord staat.
Hij vertelt hoe hij met scenarist William Goldman — die eerder al Kings Misery tot bioscoopfilm bewerkte — om de tafel ging zitten en min of meer eiste dat alle buitenaardse wezens uit het script verdwenen: de vriendelijke alien werd gewoon de lieve oude man Ted (Anthony Hopkins) die een geheime gave met zich meedraagt.

Waarom eigenlijk? Gelooft U niet in aliens? "Nee, sorry, daar ben ik waarschijnlijk te nuchter voor. Al kost het mij geen enkele moeite meer te accepteren dat er mensen zijn die dingen voelen die je ‘paranormaal’ zou kunnen noemen. Ook daar heb ik trouwens sterk aan getwijfeld, maar sinds ik zelf mensen heb ontmoet die gedachten konden lezen, móet ik dat wel accepteren. Misschien dat dat ooit ook nog eens met aliens gebeurt, wie weet."

Een ander aspect dat U radicaal heeft veranderd, is de moeder van het jongetje. "In het boek was ze doodeng! Ik wilde er geen monster van maken — het is veel makkelijker om een verachtelijk karakter neer te zetten dan iemand voor wie het publiek nog enige sympathie op kan brengen. In het boek, en ook in de eerste versie van het script, is ze een verschrikkelijk mens: ze gooit haar zoon tegen de muur, overal bloed, dat zou niemand haar ooit kunnen vergeven. Zo iemand zou ik ook nooit geloofwaardig in een film op kunnen voeren: ik wil echt dat mensen iets voor haar kunnen voelen, haar kunnen begrijpen. Ze maakt verkeerde keuzes, ze stelt verkeerde prioriteiten, ze doet domme dingen, maar ze is geen slecht mens. Net als de vader in Shine: hij doet ook vreselijke dingen, maar je begrijpt waarom hij het doet. Ik hou ervan karakters iets minder ééndimensionaal te maken dan meestal gebeurt in dit soort films."

In het boek wordt Ted achtervolgd door andere aliens. In de film heeft U daar mannen van een X-Files-achtige regeringsorganisatie van gemaakt. "Ik wilde het nog in het midden houden, maar tijdens previews werd duidelijk dat het Amerikaanse publiek meer informatie wilde. Amerikanen houden niet van ambigue gevoelens: ze willen antwoorden! Dus heb ik een extra scène geschoten waarin Bobby suggereert dat de Low Men FBI-agenten zijn: een verklaring voor mensen die er per se een willen hebben. Daarmee vallen we indirect terug op de oorsprong van het verhaal: King vertelde dat hij het idee voor het boek kreeg door een oud krantenbericht over ‘psychics’, mensen met paranormale gaven, die de FBI tijdens de Koude Oorlog rekruteerde om communisten op te sporen. Voor wie verder wil kijken, zit er nog genoeg ambiguïteit in het plot: de suggestie over wie de Low Men zijn wordt nergens hard gemaakt, want Ted beantwoordt Bobby’s vraag nooit.
"Ik wilde ook geen zuiver romantisch-nostalgische film maken over een jongen die opgroeit in de jaren zestig. Wat ik zo waardeer aan King is de manier waarop hij een voortdurend gevoel van ongemak weet te creëren. Er zijn dingen fout in deze wereld, een besef waar kinderen vroeger of later mee geconfronteerd worden. Bobby begrijpt niet waarom zijn moeder doet wat ze doet, begrijpt niet waarom er zwarte mannen achter een lieve opa als Ted aan zitten. Zo steekt het leven nou eenmaal in elkaar: de wereld is niet alleen maar pais en vree, er kan elk moment iets vervelends gebeuren. Dat besef is ook een deel van volwassenheid."

U hebt bij de release van de film eind september gezegd dat dit het soort film is waar de wereld na de aanslagen in New York op zit te wachten. "Ah, je hebt op internet gekeken? Ik ben één keer fout geciteerd en dat achtervolgt me nu al vijf maanden. Die woorden zijn me toentertijd een beetje in de mond gelegd. Het was de eerste film die weer in première ging na 11 september, en iedereen vroeg me toen of ik het wel gepast vond om nu een film uit te brengen. Ik heb toen gezegd dat ik geen enkele reden kon bedenken waarom iemand juist na die aanslagen niet een film als deze zou willen zien: een lieve, onschuldige film vol hoop. Het was zeker niet zo dat we de release opeens planden omdat we dachten dat iedereen daar na 11 september behoefte aan had; we zagen alleen geen reden om de film terug te trekken. De reacties die ik na de première kreeg waren ook erg positief, mensen die zeiden: ‘Ik kon even alle leed in de wereld vergeten, en dat voelde eigenlijk best goed.’ Dat is toch ook een functie van films, tegenwicht voor de harde realiteit? Er is al genoeg ellende in de wereld en er zijn al meer dan genoeg gewelddadige films wat mij betreft. Het kan helemaal geen kwaad af en toe ook eens een positieve film te zien."

Robbert Blokland