Fresh

Carrière in het ghetto

  • Datum 27-09-2010
  • Auteur René R. Kastelein
  • Gerelateerde Films Fresh
  • Regie
    Boaz Yakin
    Te zien vanaf
    20-07-1995
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

De ghetto’s van New York en Los Angeles vormen een dankbaar decor voor aanstormende Amerikaanse cineasten. Na Boyz ’n the hood, Do the right thing en Menace II society lijken de grenzen van de ghetto-film inmiddels aardig verkend. Het gevaar van opzichtige imitatie is allesbehalve denkbeeldig. Fresh is echter een onderhoudende film over een twaalfjarige drugskoerier. Debutant Boaz Yakin voegt een indringend perspectief toe aan de verbeelding van uitzichtloosheid in Amerika’s meest gewelddadige woonwijken.

“Later wil ik echte grote maffia worden”. Die enthousiaste toekomstvisie kreeg de televisiekijker begin maart opgedist in een documentaire tv-serie van de Tros over criminaliteit in Neerlands meest beruchte woonwijk. Woorden uit de mond van een werkelijk belachelijk jong Bijlmerbewonertje. Er zal aan die vooravond van de verkiezingen in menige huiskamer geshockeerd zijn gereageerd. Wellicht wordt er — zoals een mediajournalist voorstelde — ooit nog een integer portret van die jongen gemaakt. Maar ook hier geldt dat de Hollandse werkelijkheid zo absurd niet kan zijn of er is aan de overzijde van de oceaan al wel fictie van gemaakt. In dit geval overtuigende fictie, gebaseerd op stevige research.

En zo komt er schot in de carrière van Boaz Yakin. In 1989 schreef hij het scenario van The punisher, een weinig overtuigende misdaadfilm met, dat wel, Jeroen Krabbé als gangster. Een jaar later volgde The rookie, een Clint Eastwood vehikel die door de maestro zelf werd geregisseerd, maar beslist geen hoogtepunt in diens oeuvre is.

Fresh is een flinke sprong voorwaarts. Al in de openingsbeelden laat Yakin de middelmaat van Hollywood achter zich. De camera daalt van een weidse wolkenlucht naar een lege straat omgeven door woestenij: het grote Amerikaanse landschap. De beelden vloeien over: het kader vult zich met huizen en kantoren en vuilnisbakken. We zien binnen een enkele camera-instelling een asfaltjungle ontstaan — waaruit nauwelijks een weg meer terug is voor z’n bewoners. Zo’n vloeiende overgang van prairie naar ghetto is anecdotisch, maar ook effectief in z’n contrast.

Yakins gedoseerde gebruik van overvloeiers, vertekenende groothoeklenzen en lage camerastandpunten refereert aan de stijl van Gus van Sant. De gebruikelijke snoeiharde rap is ingewisseld voor een ingetogen score van Stewart Copeland. Eerder schreef hij onder meer de muziek voor Francis Ford Coppola’s Rumble fish. Op deze klassieke film lijkt ook de bijrol van Samuel L. Jackson geïnspireerd, die de monoloog over tijd (time is a funny thing) voortzet waar Tom Waits die ooit eindigde. Dergelijke citaten zijn uiteraard bijzaak, maar niet oninteressant voor het arthousepubliek waarnaar Fresh overduidelijk knipoogt.

Verleidingen
De film is gesitueerd in Bushwick, Brooklyn en werd gedraaid in veertig dagen. Veel langer duurde de zomervakantie van hoofdrolspeler Sean Nelson dan ook niet. Deze casting bleek een gouden greep. Nelson was ten tijde van de opnamen nauwelijks ouder dan de twaalfjarige jongen die hij speelt, maar heeft een uitstraling en acteertalent die een veel hogere leeftijd doet vermoeden. Hij overtuigt als kind dat op het schoolplein wat onhandig zijn eerste verliefdheid beleeft. Een jongen dus die nauwelijks opvalt en (juist daarom) door de twee dealers waarvoor hij dope bezorgt zo’n grootste toekomst wordt voorspeld.

Aanvankelijk klinkt de gebruikelijke ghetto-grootspraak (“come on, fuck me up”) nog te aarzelend uit de mond van de twaalfjarige. Waarna loutering volgt. Fresh weerstaat de verleidingen van een verslaafde prostituée zonder geld en slaat haar recht in het gezicht. Die verrichting blijft niet onopgemerkt, want “dealers hebben hun ogen niet in hun zak”.

Fresh kent de codes, zwijgt als hij wordt ondervraagd door agenten en blijft vriendelijk als dealer Esteban vertelt dat zijn zus het zo lekker doet in bed als ze high is. Zo klimt hij snel op in de hiërarchie van de handel. Dit in tegenstelling tot z’n vriendje Chuckie, die alleen maar hard roept dat hij de “dope moves” heeft. De schooljongen komt nooit verder dan een uitstapje in de wereld waarnaar hij overduidelijk verlangt. En dat wordt hem dan ook meteen fataal.

Bloedvlekken
Yakin is, in tegenstelling tot veel collega’s, betrekkelijk spaarzaam met geweld. De eerste moordpartij komt ongeveer halverwege de film en is uiterst gestileerd. Niet de actie wordt getoond, maar het beklemmende resultaat: een lekgeschoten basketbal, twee stervende kinderen op een kale betonnen speelplaats, stuiptrekkend en gorgelend in hun eigen bloed.

Waar veel cineasten via de omweg van eindeloze vuurgevechten de vrede verkondigen (vlak voor of tijdens de aftiteling), lijkt Yakin te beseffen dat die goedbedoelde oproep aan de homeboys hypocriet is. Al is het maar omdat geweldfilms uiteindelijk altijd inspelen op de fascinatie voor geweld. En zouden die op z’n best goedbedoelde oproepen al ooit indruk hebben gemaakt? De levensles die de regisseur/scenarioschrijver daar tegenover stelt is overigens nog dunner: ’the only way to win in the streets is to play the game by your own rules’.

En inderdaad is het, na de bloedvlekken op het beton, met de ‘onschuld’ van de schooljongen gedaan. Wat hem rest is niet de voorspelde carrière, maar wraak als middel om te ontsnappen. De intrige die Yakin daartoe verzon is ingenieus genoeg om te compenseren dat de actie zich, naarmate de film vordert, vernauwt tot variaties op een beproefd thema. Het onderlinge wantrouwen en de obligate afrekeningen tussen gangsters — we kennen het inmiddels. Al zijn ook deze scènes met vaart gemonteerd en knap geacteerd tot in de bijrollen toe.

Wellicht had er iets meer ingezeten — psychologische diepgang bijvoorbeeld — maar wie daarover zijn hoofd wil breken mist de pointe. Van een werkelijk gemiste kans is geen sprake. Fresh is een visueel krachtig, bovenal onderhoudend debuut van een vindingrijk cineast. Weliswaar een cineast die soms iets te nadrukkelijk terugvalt op de gebaande paden, maar ook een regisseur met voldoende eigen stijl en visie. Vooralsnog is dat reden genoeg om Boaz Yakins loopbaan nauwlettend te volgen.