De manager

Wie gelukkig is, verkoopt meer

Datum
26-08-2026
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Maartje Bakers
Te zien vanaf
03-09-2026
Land
Nederland, 2026

De manager

Via de taal, taboes, gebruiken en rituelen rond management schetst Maartje Bakers de contouren van onze hedendaagse werkcultuur. Als een antropoloog met gevoel voor ironie.

Na jaren van daling is in 2025 de arbeidsproductiviteit in Nederland weer flink gestegen, zo luidde het nieuws dit voorjaar. Opluchting alom, want arbeidsproductiviteit is de motor van de economie. En de economie, die moet nu eenmaal groeien.

In een systeem waarin genoeg niet bestaat, hou je het hoofd alleen boven water door continu de prestaties op te krikken. Dat geldt voor bedrijven en overheden, voor werkgevers en werknemers. Het kan altijd meer, groter, beter of effectiever. Hoger. Hoger.

En nog hoger: een terugkerend beeld in De manager, de eerste lange-documentaireregie van Maartje Bakers (Dansmariekes, 2004; Personae, 2020), is dat van stalen kabels die kreunend een liftcabine naar de volgende ver­dieping van een modern kantoorgebouw hijsen. In directe zin verwijzen die shots naar de verschillende managementlagen waarlangs de film zich be­weegt, maar het beeld roept ook iets anders op: het gevoel dat er constant aan getrokken moet worden om de output van de werknemers te optimaliseren. Zie hier het bestaansrecht van de manager.

In zijn alomtegenwoordigheid lijkt het verschijnsel te banaal voor woorden – wie heeft er nooit een manager gehad of is er zelf een (geweest)? – en juist daarom is het een geweldige ingeving van Bakers om het eens onder de loep te nemen. De manager belichaamt de hedendaagse werkomgeving zoals de prikklok symbool stond voor die van onze grootouders.

Sansevieria
Tegelijkertijd is de manager geen eenduidige figuur. Zij/hen/hij kan zich manifesteren als autoriteit, als facilitator, als gelijke onder gelijken. De manager focust daarom op een situatie waarin de manager ondubbelzinnig manager is: het functioneringsgesprek. Bij uiteenlopende organisaties legde Bakers echte en (in het kader van een training) nagespeelde gesprekken vast: tussen managers en werknemers, en tussen managers en hún managers – want ook de manager wordt gema­naged. In leiderschapscursussen en coachsessies wordt gewerkt aan de vaardigheden die de manager zelf geacht wordt te ontwikkelen.

De architectuur van de ruimtes waarin dit plaatsvindt, druipt van de symboliek: veel glas (transparantie!), binnenpleinen (verbinding!), ronde vormen (veiligheid!). Een sansevieria voor de huiselijkheid, een pak tissues om emoties mee droog te deppen. Dit is niet meer de steriele efficiëntie waar Jacques Tati in Playtime (1967) zo schitterend de draak mee stak. Koele ratio heeft in de hedendaagse onderneming plaatsgemaakt voor iets anders: organisatiecultuur.

Rituelen
Harun Farocki, nog zo’n maker die graag zijn lens richtte op wat anderen over het hoofd zagen, legde in de korte film Ein neues Produkt (2012) de (beeld)taal vast waarmee het idee van corporate culture wordt gecreëerd en aan de man gebracht. Farocki volgt daarin een team van organisatieconsultants tijdens bezoeken aan verschillende grote bedrijven. “Individualiteit moet ergens anders plaatsvinden”, luidt de toelichting bij een maquette van een kantoortuin vol identieke flexplekken. Tegelijk moedigen diezelfde consultants het managementteam aan om zich diepgaand te interesseren voor de persoonlijke levens van hun werknemers – vanwege de invloed die privé-omstandigheden kunnen hebben op de motivatie en werkprestaties van het personeel, natuurlijk.

Zulke paradoxen brengt ook De manager aan het licht in soms heerlijk ongemakkelijke situaties. Tijdens een managementworkshop wordt niet alleen duidelijk wat mensgericht leidinggeven inhoudt, maar ook wat het doel ervan is: “Als die medewerker het gevoel heeft dat jij er voor hem of haar bent, dan is die ook veel meer bereid om er voor jou te zijn.” De statistieken liegen er niet om: “Iemand die gelukkig is, verkoopt 37 procent méér.”

Als een antropoloog schetst Bakers via de taal, taboes, gebruiken en rituelen rond management de contouren van een universele werkcultuur, waarvan de manager als drager fungeert. Het blijkt al met al geen lichte taak om voor gelukkig presterende medewerkers te zorgen. Hoeveel mensgerichtheid is passend, en welk resultaat mag je daarvan verwachten?

“Als je heel empathisch op allerlei moeilijke gevallen afgaat, dan wordt dit volgens mij een heel verkeerde tent”, werpt iemand tegen op een van de weinige momenten dat er níet om de hete brij heen wordt gedraaid. In de corporate utopie vallen de behoeften van de werknemer volledig samen met die van het bedrijf, maar de praktijk onthult hoe die zich werkelijk tot elkaar verhouden. Hoe mensgericht je er ook naar kijkt, een dienstverband is een transactie.

Dat wordt tijdens die vreemde dans die functioneringsgesprek heet zowel erkend als verhuld met vragen van het type wat-heb-jij-van-óns-nodig-om-dat-stukje-groei-nog-te-realiseren? Met een scherp oog voor de inherente ironie van dit alles, maar zonder die ten koste van de betrokkenen uit te buiten, legt Maartje Bakers de vinger aan de pols – en op de zere plek – van de moderne werkvloer.