BigBug

Voor wie zich afvroeg hoe een bijna-doodervaring voelt

  • Datum 10-03-2022
  • Auteur Ronald Rovers
  • Thema Thuiskijken
  • Gerelateerde Films BigBug
  • Regie
    Jean-Pierre Jeunet
    Te zien vanaf
    15-02-2022
    Land
    Frankrijk
  • Deel dit artikel

Jean-Pierre Jeunet maakt een beroerde comeback met zijn eerste film in negen jaar. Een sciencefictionsatire die geen satire is en waarvan de sciencefiction minder intelligent is dan een bord bonen dat zich door de darmen van een koe een weg naar buiten onderhandelt. Om Blackadder maar weer eens te citeren.

Je kunt een nieuwe film van Jean-Pierre Jeunet welwillend tegemoet treden omdat de man ons hoogtepunten als Amélie en Delicatessen heeft gegeven. Maar respect laat zich niet verpakken als vriendelijkheid. We moeten streng zijn om vooruit te komen.

BigBug is een overbodige en humorloze poging tot komedie. Een film met sciencefictionaspiraties die nergens meer is dan een onappetijtelijke uitstalkast van tweederangs visuele effecten en oninteressante dialogen. Een film die een visie wil hebben – waarschijnlijk is dat het hele probleem – maar in het duister tast. Elke plank wordt misgeslagen.

Voor sommige mensen zal de komische timing wel werken – zoals ook de komische timing van Don’t Look Up voor sommige mensen schijnt te werken – maar voor de meeste mensen niet. Een Amerikaanse recensent noemde BigBug een screwballkomedie maar die analyse is wankel: daarvoor is de film niet licht genoeg. Jeunet tolt niet lekker rond in zijn zelfgecreëerde universum zoals in eerdergenoemde films: hij zoekt verbinding met de realiteit door over de macht van megacorporaties of over de verhouding tussen mens en machine te oreren. Het plezier en de gewichtloosheid van Amélie zijn verdwenen, net als de inventiviteit en eigenzinnigheid uit Delicatessen. Wat overheerst is een sterk gevoel van ‘dit hebben we eerder en beter gezien’ en ‘waarom is dit in godsnaam gemaakt’.

Deze anderhalf uur treurigheid speelt zich af in een futuristische woning waar ons geduld op de proef wordt gesteld door kansloze dialogen en de meest uitgedroogde erotiek sinds Margaret en Dennis Thatcher. Een paar steampunk-achtige frutsels doen het huishoudwerk, min of meer aangevoerd door een excentrieke AI met steeds wisselende kapsels die duidelijk de verkeerde conclusies hebben getrokken uit Blade Runner 2049.

Het huis is van Alice (elke vergelijking met Alice in Wonderland is crimineel en strafbaar) waar ze net haar nieuwe geliefde Max ontvangt (een man zonder een spoor van persoonlijkheid) en haar ex met z’n secretaresse komt binnenwandelen. Verder drentelen toevallig twee tieners binnen en verschijnt de schmierende en bemoeizuchtige buurvrouw Francoise als, oh joy, de robots de wereldheerschappij overnemen en alle deuren op afstand sluiten. De personages zitten vanaf nu met elkaar opgesloten en dat kan maar een ding betekenen: meer kansloze dialogen. Mensen verdwijnen in kamers en komen weer tevoorschijn, zoals men lang geleden in theaters pleegde te doen totdat iemand bedacht dat het helemaal niet grappig is. De irritante teckel van Francoise worstebeent pedant om het huis maar weigert de deur open te doen en de kijker te verlossen. Ondertussen gebeurt er van alles wat blijkbaar in het scenario stond maar niet de moeite van het noemen waard is. Het huis-tuin-en-keukengefilosofeer over vrije wil van de robots grenst aan een bijna-doodervaring.

De film is niet offbeat of quircky maar gewoon lam en niet boeiend. ‘Agressively unfunny’, schreef Variety, en mja, precies dat. Als dit de robot-apocalyps moet zijn dan sterven we van verveling voordat voor er ook maar één schot is gevallen. Electric Sheep my ass.