De beentjes van Sint-Hildegard

Succesvolle remake met meer sprookjesachtige toon

De beentjes van Sint-Hildegard

Wat maakt De beentjes van Sint-Hildegard tot zo’n opvallend succes? Een vergelijking met de Tsjechische relatiekomedie waarop Johan Nijenhuis en Herman Finkers hun film baseerden, biedt enkele hints.

Voor de corona-pauze was de komedie De beentjes van St. Hildegard, het geesteskind van regisseur Johan Nijenhuis en vooral scenarist/hoofdrolspeler Herman Finkers, al hard op weg een kassucces te worden. Distributeur September Film hoopt dat succes nu voort te zetten: de film draait weer in 155 zalen en is zo met ruime voorsprong de prolongatie-titel die per 1 juni het grootst werd uitgezet. Cynici zullen er een zoveelste bewijs in zien dat het makkelijk scoren is met films voor een oudere doelgroep. Maar je kunt het succes van De beentjes ook anders zien, en daarvoor is het verhelderend om de film naast de Tsjechische komedie te leggen waarop hij werd gebaseerd: Teorie tygra van Radek Bajgar uit 2016.

Het plotverloop van de twee films is in grote lijnen gelijk. Beide draaien om een dierenarts genaamd Jan (Finkers in De beentjes; Jirí Bartoska in het origineel), die na veertig jaar huwelijk begint te bokken tegen de teugels waaraan hij loopt. Om te ontsnappen aan de strakke regie van zijn echtgenote zonder de confrontatie met haar aan te hoeven gaan, veinst hij vroege dementie, om in een tehuis tot rust te kunnen komen. Die verhaallijn wordt in beide films gespiegeld in zijlijntjes over zijn volwassen zoon en dochter die beide ook worstelen met hun relaties en met voorgebakken ideeën over mannen en vrouwen.

In allebei de films is het het overlijden van Jans schoonvader, die zijn leven lang onder de plak zat, die zijn zoektocht naar vrijheid in gang zet. Allebei openen ze met een korte proloog waarin die oude schoonvaders van huis gaan om een lang gekoesterde droom na te jagen, en daaraan onderdoor gaan. Daar zit ook meteen een eerste verschil tussen de twee films. In Teorie tygra stapt hij op zijn fiets, en blijkt hij eigenlijk het liefst in een bootje over de Moldau en de Elbe naar Hamburg te willen drijven. In De beentjes gaat de oude man op pad met een ezeltje, voor een voettocht richting het religieuze reliek dat de film zijn titel geeft. Zo voegt Finkers direct aan het begin twee belangrijke elementen toe aan zijn versie: een religieus aspect (Finkers zelf is overtuigd katholiek) en een meer magisch-realistische toon. Zeker dat laatste is echt een toevoeging; in de realistische, bijna documentaire-achtige filmstijl van Teorie tygra wordt dit simpele verhaal wel érg basaal. Nijenhuis en Finkers maken het (ja, echt) cinematischer.

Grotere verschillen zitten er daarnaast in de culturele context. Finkers kiest ervoor om de gender-rollen in één van de verhaallijnen over Jans kinderen om te draaien. Waar in de Tsjechische versie álle mannen zoeken naar hun vrijheid en álle vrouwen daardoor controlerende haaibaaien worden, pakt dat in Nederland net iets gelijkwaardiger uit – al drijft ook De beentjes uiteraard op allerhande clichés over wat mannen danwel vrouwen zijn en willen. Beide films stevenen onvermijdelijke af op een happy end, maar hoe dat uitpakt verschilt enorm. In de versie van De beentjes blijft Jans echtgenote Gedda (Johanna ter Steege) daarbij een stuk meer in haar waarde dan de Tsjechische Olga (Eliska Balzerová).

Maar het meest opvallende verschil zit in de onverwachte politieke lading die uit bijzinnen in Teorie tygra opdoemt. Een zoektocht naar individuele vrijheid heeft hier in Nederland nu eenmaal een heel andere lading dan in Tsjechië, een land dat (zoals op meerdere momenten in Teorie tygra fijntjes wordt benadrukt) veertig jaar gebukt ging onder een communistisch bewind. Die maatschappelijke gelaagdheid ontbreekt in De beentjes, en ook daarom is de keuze voor een meer sprookjesachtige toon verstandig.

Kortom: filmisch werd het wat opgefrist, in sfeer wat vrolijker en minder realistisch, en het kleine beetje schuren van de maatschappelijke context vervloog. Tel dat alles bij elkaar op, en je ziet hoe Nijenhuis en Finkers een toch al publieksvriendelijk origineel tot een nóg makkelijker verteerbare vertelling schaafden.