ANOTHER DAY IN PARADISE

Larry Clark: Een antropoloog tussen de junks

  • Datum 08-10-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Another Day in Paradise
  • Regie
    Larry Clark
    Te zien vanaf
    01-01-1998
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Wie wil, kan nu het complete oeuvre van Larry Clark (1943) gaan bekijken. Het Groninger Museum wijdt een overzichtstentoonstelling aan zijn fotografische werk, en in de bioscoop draait zijn film Another day in paradise. De rode draad in zijn werk is het verlies van onschuld, vandaar dat kinderen er vaak een hoofdrol in spelen. In Clarks debuutfilm Kids uit 1995 (ook te zien in Groningen) zien we ze vrijend en vechtend, en in Another day in paradise schietend en spuitend. "Ik toon de wereld zoals ik die ken."

Met het uitbrengen van zijn fotoboek Tulsa in 1971, maakte Larry Clark in één klap naam als controversieel fotograaf. Zijn talent was onmiskenbaar, maar voor veel critici waren de taferelen destijds te confronterend. Clark gidst in Tulsa de kijker door een kille, harde wereld, waarin drugs, criminaliteit en seks de boventoon voeren. Saillant detail: de zichzelf injecterende en elkaar bevredigende jongens en meisjes op de foto’s zijn Clark zelf en zijn marginale vrienden. De taferelen in zijn tweede fotoboek, Teenage lust, tonen eveneens de naakte werkelijkheid. "Ik heb die foto’s niet gemaakt als voyeur, maar als deelgenoot van het geheel", legt Clark uit. "Ze vertellen iets over mijn leven, over mijn beleving van vertrouwen, angst, dood en seksualiteit. Het gaat in mijn werk om het verlies van onschuld. Wie volwassen wordt, verliest het recht op onschuld, maar bij sommigen gebeurt dat al tijdens de puberteit."
Larry Clark is geboren en getogen in Tulsa, Oklahoma. Omdat zijn ouders als boekverkopers veel van huis zijn, wordt hij opgevoed door zijn grootouders. Zo rond z’n vijftiende gaat het mis; Larry komt in aanraking met jongeren die amfetamine gebruiken, en het duurt niet lang of hij zet dagelijks een heroïneshot. Toch brengt hij het op om na de high school fotografie te gaan studeren. Hij valt op bij zijn leraar omdat hij zich al snel afzet tegen alles wat gangbaar is in de fotografie, de commerciële fotografie in het bijzonder. Met een diploma op zak en twee jaar Vietnam achter de rug begint Clark zijn ‘outlaw’-vriendenclub in Tulsa te fotograferen. Hij raakt weer veslaafd aan de heroïne en legt op heldere momenten met zijn camera vast hoe hij en zijn vrienden spelen met hun leven.

Antropoloog
Echt wereldberoemd werd Clark pas drie jaar geleden, als regisseur van de schokkende teenagefilm Kids. De New-Yorkse tieners die daarin de hoofdrol spelen, worden door Clark afgeschilderd als cynische en onverantwoordelijke jongens en meisjes. De film toont één dag uit hun leven, waarin ze drugs en alcohol gebruiken, zonder condoom neuken, en een neger halfdood slaan in Central Park. De film werd destijds positief ontvangen door het merendeel van de vaderlandse filmpers. Mark Moorman van Het Parool had echter zijn twijfels, met name over de erotiserende blik van de camera. Zijn collega Bart van der Put ging daar in mee en schreef: ‘De opzichtige manier waarop Clarks camera over ontluikende borstjes en ontblote dijtjes glibbert, doet vermoeden dat het hem toch echt niet alleen om het welzijn van pubers te doen is.’
Clark (vader van drie kinderen): "Kids was geen waarschuwing. Zoals Tulsa en Teenage lust foto-essays zijn, zo is Kids een filmessay. Waar men misschien moeite mee heeft, is dat mijn foto’s en films levensecht zijn; het gaat om mensen die gewetenloos andere mensen beroven, en een kick halen uit ruige seks en drugs. Ze hebben er vaak lol in, zijn op zoek naar spanning. Wat ik doe, is hun leven in kaart brengen, als een antropoloog. Wanneer de toeschouwer die levenswijze vervolgens veroordeelt, dan is dat natuurlijk zijn goed recht. Maar waar ik een hekel aan heb, is het ontkennen van de werkelijkheid. Mijn motto is en blijft ‘show it how it is’. Dus ook de consequenties, zelfs als ze pijn aan je ogen doen."
De kille toon die Kids karakteriseert, is in Another day in paradise ingeruild voor een gloedvol misdaadsprookje à la Bonnie & Clyde. Clark noemt de film dan ook een ‘outlaw road movie’. De versie die hier in Nederland zijn internationale première beleeft, is de director’s cut, waar zeven minuten extra ‘steamy sex’ aan is toegevoegd. Verhaal in het kort: in de ogen van de jeugdige drugsgebruikers Bobbie en Rosie zijn Mel en Sid de coolste volwassenen die ze kennen. Ze hebben altijd geld en drugs voorhanden en als ze weer wat nodig hebben, plegen ze ergens een overval. Via hen komen Bobbie en Rosie voor het eerst in aanraking met ‘het goede leven’. Mel leert Bobbie de trucjes van het boevenvak en Sid neemt Rosie ondertussen mee uit winkelen. De overvallen die ze met z’n viertjes plegen vormen meer de slagroom op het toetje dan een noodzakelijk kwaad. Totdat het misgaat; de familie begint uiteen te vallen, ook omdat Rosie zwanger is geraakt en haar vriendje probeert over te halen om samen een nieuw bestaan op te bouwen.

Echt licht
Het scenario is gebaseerd op het boek van ex-gedetineerde en -verslaafde Eddie Little. Toen Clark diens verhaal las, herkende hij er zijn eigen Tulsa-avonturen in. "Ik besloot een poging te wagen om het boek te mengen met mijn eigen outlaw-geschiedenis. Het was een langgekoesterde wens om die tijd een keer te reconstrueren. De rol van Mel is bijvoorbeeld gebaseerd op mijn herinneringen aan een hele goede vriend die overleed aan een overdosis. Ik hou van verhalen vertellen. Vanaf het begin had ik in mijn hoofd hoe het moest worden. Het duurde weliswaar bijna vier jaar om de financiering rond te krijgen, maar ik prijs me nu zeer gelukkig dat ik deze film heb kunnen maken."
Toch was het maken van Another day in paradise, naast de geldproblemen, voor Clark vooral in het begin een slopende exercitie. "Filmen is nou eenmaal het afvinken van problemen. Vooral over het licht lag ik vaak in de clinch met de cameraman en de lichtcrew. Ik wilde per se natuurlijk licht, in dezelfde sfeer als mijn Tulsa-foto’s. Waarom? ‘Because it makes sense.’ De toeschouwer heeft een soort ingebouwde radar voor wat waarachtig, natuurlijk licht is en wat kunstmatig. Als er zonlicht door een raam naar binnen valt, dan moet dat zo zijn. Ik haat kunstlicht, hoe goed de lichtontwerpers ook hun best hebben gedaan." Naast het natuurlijk tegenlicht wordt de outlaw-sfeer ondersteund door een prachtige bluesy soundtrack. Alle liedjes, van Otis Redding tot Clarence Carter, zijn volledig te horen. De betekenisvolle titels, zoals ‘Hard to handle’ en ‘I’ll let nothing separate us’, sluiten geraffineerd aan op het verloop van het verhaal. Clark: "The music is great, man. That was the fun part. Ik ben opgegroeid met blues en gospel. De liedjes passen goed bij het leven in de Midwest. Ze vormden ook mijn inspiratiebron tijdens het schrijven van het scenario. Het laatste lied ‘Can I change my mind’ ligt me het meest aan het hart, ook omdat het de film tot dan toe zo mooi opsomt. Bobbie moet namelijk aan het eind van de film een keuze maken: onder de vleugels van de charismatische maar onvoorspelbare Mel wegvluchten of zich erbij neerleggen dat hij een outlaw blijft tot de dood er op volgt."

Skateboard
Niet zozeer de sfeer of het avontuurlijke verhaal alswel de prachtige karakters — en de sterke vertolking van die rollen — maken van Another day in paradise een film die je nog een tijd lang bijblijft.
"Ik wilde van tevoren de koers niet helemaal uitgestippeld hebben", aldus Clark. "Daarom heb ik bewust de schema’s die er waren in de war gestuurd. Repeteren deden we op de draaidagen zelf, als er al tijd voor was. Al die dingen hebben het onbevangen spel van de acteurs in de hand gewerkt. We hebben geen enkel shot opnieuw hoeven doen."
Mel wordt overtuigend gespeeld door James Woods, Melanie Griffith zet met Sid een tragische junk neer, en de jonge Vincent Kartheiser (Bobbie) en Natasha Gregson Wagner (Rosie) bewijzen dat ze klaar zijn voor het grote werk. Mel is eigenlijk een groot kind met sociopatische neigingen. Toch is hij voor Bobbie de gedroomde vader. Welk verwantschap heeft Clark met deze twee personages? "Ik ben voor een groot deel Bobbie en voor een groot deel Mel. In de film zegt Sid tegen Mel: ‘Je bent veertig maar je gedraagt je als een achttienjarige.’ Zo zit ik ook in elkaar, ben ik bang. Om je de waarheid te zeggen: ik zou nu het liefst m’n skateboard pakken en de straat op gaan."

Renson van Tilborg

De foto-overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum is te zien tot en met 6 juni. Informatie: 050-3666555.