À pied d’oeuvre

Navelstarende klusjesman

Datum
03-06-2026
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Valérie Donzelli
Te zien vanaf
18-06-2026
Land
Frankrijk, 2025

À pied d’oeuvre

Wat een inzicht in de gig economy had kunnen opleveren, blijft in de autofictie-verfilming À pied d’oeuvre hangen in zelfkanttoerisme.

Regisseur en acteur Valérie Donzelli heeft ervaring met autofictie: in haar enerverende La guerre est déclarée (2011) verwerkte zij met haar partner de strijd die ze voerden toen hun jonge kind een hersentumor kreeg. Maar het verfilmen van andermans autofictie blijkt andere koek. Haar À pied d’oeuvre, naar het gelijknamige boek van Franck Courtès, komt nergens echt tot leven.

De hoofdpersoon van het boek is een naamloze ik-figuur die direct is gebaseerd op Courtès’ eigen ervaringen; in de film heet hij Paul Marquet en wordt hij met een naar apathie neigende verstilling gespeeld door Bastien Bouillon. Net als Courtès zelf was deze hoofdpersoon ooit een succesvol fotograaf, die zijn carrière opgaf om zich toe te leggen op de literatuur. Maar al snel komt hij erachter – zoals hij het zelf zegt in de direct aan het boek ontleende voice-over – dat schrijven iets anders is dan gepubliceerd worden, en gepubliceerd worden weer iets anders dan met schrijven je brood verdienen.

Terwijl hij vruchteloos ploetert aan zijn derde roman, moet hij wel in zijn levensonderhoud voorzien, hoe spartaans dat ook is. Dus schrijft hij zich in op een online platform waar particulieren de laagste bieder inhuren voor allerlei klusjes in en om huis.

Dat biedt natuurlijk genoeg aanleiding voor beschouwingen over de gig economy – een beetje zoals de Nederlandse journalist Jeroen van Bergeijk zich onderdompelde in allerlei laagbetaalde baantjes voor zijn boek Undercover aan het werk. Met het verschil dat Van Bergeijk op zoek is naar inzicht in al die mensen die hij daar ontmoet, en reflecteert op zijn eigen rol en moraliteit.

À pied d’oeuvre daarentegen (de titel betekent zoveel als ‘hard aan het werk’) zet Pauls opdrachtgevers en collega-klusjesjagers vooral in als voer voor droogkomische intermezzo’s tussen het navelstaren over zijn kunstenaarschap door. Het wringt dat de verteller erop blijft hameren dat hij geen andere uitweg heeft, terwijl de film op geen enkele manier uitlegt waarom hij niet gewoon in deeltijd die lucratieve foto’s blijft maken.

Ook stoort het hoezeer de film leunt op de voice-over. De prijs voor beste scenario die de film won op het filmfestival van Venetië, kreeg hij misschien omdat het allemaal zo ontzéttend geschreven aanvoelt. Al impliceert het ook dat de jury toch meer zag in wat voor mij nergens uitstijgt boven zelfkanttoerisme in het kwadraat: eerst zwelgt schrijver Courtès in zijn zelfverkozen bijna-armoede, en vervolgens zwelgt Donzelli met hem mee. Wellicht dat er op papier meer zelfreflectie in zat – het boek werd in Frankrijk lovend ontvangen – maar zoals het wordt gepresenteerd in deze film is het vooral naïef.