MUBI Spotlight: Dancer in the Dark

  • Datum 29-05-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

In mei presenteren de Filmkrant en video-on-demand platform MUBI een online filmprogramma met Gouden Palmwinnaars. Voordat Lars von Trier in Cannes persona non grata werd vanwege Nazistische uitspraken, won hij in 2000 de Palme d’Or voor Dancer in the Dark. Een donkere, hartverscheurende variatie op Amerikaanse musicals. Maar ook een ode aan het leven.

Het is in Cannes altijd onverwacht wie de Palm wint. Dit jaar was iedereen verrast door Jacques Audiard’s Dheepan, in 2000 versloeg von Trier’s Dancer in the Dark onder andere Wong Kar-Wai’s In the Mood for Love en O Brother, Where Art Thou? van de gebroeders Coen (dit jaar de juryvoorzitters). Het is natuurlijk altijd speculeren over welke film de Palm had moeten winnen, maar wat vaststaat is dat Von Trier’s eigenaardige musical de Palm meer dan verdient. De scène die de redenen hiervoor het beste illustreert vormt het middelpunt van Dancer in the Dark.

Maar eerst over de hele film. Het is een eenvoudig, melodramatisch verhaal dat zich afspeelt in het Amerika van de jaren zestig: Selma (Björk, die voor deze rol terecht gelauwerd werd als beste actrice) zal door een erfelijke ziekte blind worden en heeft er alles voor over om haar zoon Gene (Vladica Kostic) dit lot te besparen. Om de operatie die hiervoor nodig is te bekostigen werkt ze dag en nacht in een fabriek. Als haar buurman en huisbaas Bill (David Morse) haar geld probeert te stelen en Selma hem betrapt, dwingt hij haar om hem te vermoorden. De goedheid van Selma maakt haar meer slachtoffer dan dader. En dat allemaal in de vorm van een musical. Of misschien wel een anti-musical.

Eerst vormen de zang en dans in een amateuropvoering van The Sound of Music waar Selma in speelt de musicalelementen van de film. Maar plotseling vormen de geluiden van de fabriek een ritme, loopt het fletse beeld vol kleur en barst Selma uit in zang. De musicalnummers in Dancer in the Dark zijn de fantasieën van Selma, een manier om aan de akelige realiteit te ontsnappen. De meesterlijke hand van de Nederlandse cameraman Robby Müller (onder andere verantwoordelijk voor Wim Wenders’ Paris, Texas en Jim Jarmusch’s Dead Man) onderstreept de dagelijkse ellende en levendigheid van Selma’s innerlijke wereld met digitaal geschoten beelden. Flets in de realiteit, nostalgisch verzadigd en vol met afwijkende kaders in fantasieën.

Nooit eerder zag een musical er zo uit. Maar als het enfant terrible dat Von Trier is, combineert hij het genre met melodrama en verzet hij zich tegelijk tegen de conventies ervan. Zo levert Von Trier een zeldzame prestatie: hij maakt een musical over eenzaamheid. De vrolijke fantasieën vormen dan wel een alternatief voor de akelige realiteit, maar de film krijgt de kijker er ook steeds verder mee in zijn greep. Von Trier laat ons nooit ontsnappen, wegkijken kan niet. Vooral niet van die laatste scène die ons net zo gebroken achterlaat als de nek van Selma, bungelend aan een draadje. Dancer in the Dark is de antithese van een musical — feelbad in plaats van feelgood.

En dan nu over die ene scène. Het middelpunt van de film vormt een musicalnummer waarin de hoofdpersoon tegelijk afscheid neemt  en een ode brengt aan zien. De mensen dansen in de velden, het weidse landschap strekt zich uit, de trein en daarmee het ritme denderen verder en Selma zingt: "I’ve seen what I was / and I’ve seen what I’ll be / I’ve seen it all / there is no more to see." Hartverwarmend en hartverscheurend tegelijk. En Palm d’Or-waardig.

Deze scène, maar eigenlijk de hele film, is een duet tussen Von Trier en Björk, waarin ze de kracht van muziek, verbeelding en vriendelijkheid bezingen. Misschien wel tegen beter weten in.

Sacha Gertsik

Filmkrant-lezers kijken drie maanden gratis op MUBI.com, waar Dancer in the Dark vanaf vandaag 30 dagen lang is te zien.