De machinaties van awards season
Liefs uit L.A.
One Battle After Another
Met de Oscar-uitreiking komt op 15 maart 2026 een einde aan awards season, dat in Hollywood inmiddels pakweg de helft van het jaar beslaat. Wilfred Okiche, sinds kort gevestigd in Los Angeles, maakte het prijzencircus voor het eerst als insider mee.
In Hollywood staat het leven van september tot en met maart in het teken van wat bekend is komen te staan als awards season. Het is niet vreemd dat al die prijzengala’s steeds meer hetzelfde voelen: in feite zijn het allemaal slechts voorzetjes richting de uitreiking in maart van de Academy Awards, beter bekend als de Oscars – in sommige kringen beschouwd als de hoogste filmprijs.
Awards season heeft altijd een plek gehad in mijn werk als filmcriticus. Maar dit jaar ben ik er, na mijn verhuizing van Nigeria naar Los Angeles, voor het eerst volledig ingedoken. Als lid van de Critics Choice Association kreeg ik een compleet nieuw perspectief op het prijzencircus.
Doen prijzen ertoe? Natuurlijk, aangezien ze de aandacht sturen naar films die dat – hopelijk – verdienen. Maar doet awards season ertoe? Dat is een complexere vraag. Enerzijds is het een hoognodige viering van film als kunstvorm voor een filmindustrie die chronisch in crisis is. Het is al minstens een decennium one battle after another – de pandemie, opeenvolgende stakingen, de dreiging van AI. Maar de wolk die dit seizoen boven Hollywood hangt is wel erg donker. Het bioscoopmodel, zowel qua imago als financieel nog altijd de ruggengraat van de industrie, staat hevig onder druk. Met dank aan streamers als Netflix, dat de oude studio’s voorbij streefde en sommige zelfs al heeft ingelijfd. Het is maar de vraag of een paar maanden feesten en speechen genoeg zijn om iets open te breken in een door onzekerheid verstarde industrie.
Elke organisatie die een prijs uitreikt – van de Golden Globes tot de diverse beroepsverenigingen in de filmindustrie – doet er alles aan haar bestaansrecht te bewijzen, met elk een eigen stemsysteem en afgekaderde groep stemgerechtigden. Toch loopt het er steeds weer op uit dat slechts een handjevol lovend ontvangen en commercieel succesvolle films de prijzen verdelen. De films van de grote studio’s en streamers maken veel meer kans dan onafhankelijke producties en buitenlandse films, die zich de astronomische bedragen niet kunnen veroorloven die in de campagnes worden gepompt. Dat zijn nu eenmaal de regels van het spel en iedereen accepteert het.
Maar waarom wordt dat hele circus opgetuigd? Is het alleen maar gebakken lucht?

Af en toe voelt dat zeker zo. Voor een receptie rond boksfilm Christy werd steracteur Sydney Sweeney een halfuurtje ingevlogen om potentiële stemmers te paaien. Ik kreeg er de kriebels van, hoe collega-journalisten zich naar voren elleboogden voor een selfie met Sweeney, die op dat moment verwikkeld was in een stevige controverse: ze weigerde zich uit te spreken tegen de extreemrechtse connotaties van een rond haar opgetuigde reclamecampagne van jeansmerk American Eagle.
Meestal gaat het simpelweg om geld. De films die kans maken staan maandenlang in de aandacht en de op tv uitgezonden prijzengala’s kunnen hoge kijkcijfers scoren. Het winnen van een Oscar – of alleen al een nominatie – kan zomaar een paar miljoen opleveren in extra kaartverkoop, en makers kunnen de aandacht omzetten in hogere gages en meer creatieve invloed bij toekomstige projecten. Ook rond het prijzencircus gaat veel geld om: van tv-presentatoren en pr-medewerkers tot cateraars en stylisten. Zo zijn de prijzen zelf bijna bijzaak geworden.

Soms gaat het om sterren. Hoe zot het ook klinkt, verbazingwekkend vaak wordt een lastige keuze beslist door wie zich meer benaderbaar opstelde tijdens de vele feestjes. Al maanden hoor ik om me heen hoe Teyena Taylor haar kansen vergroot door haar sprankelende aanwezigheid op allerlei borrels, terwijl iemand als Michael B. Jordan zich gereserveerder opstelt. Feit: Taylor won van die twee tot nu toe meer prijzen. Het is vaak een kwestie van een lange adem: dat oudgediende Delroy Lindo voor Sinners zijn eerste Oscar-nominatie ooit in de wacht sleepte, zou nooit gebeurd zijn als de studio er niet flink in had geïnvesteerd om hem op allerlei events rond de film handjes te laten schudden met de stemmers.
De Oscars draaiden altijd al vooral om promotie en awards season is daar simpelweg een uitvergroting van – de studio’s en streamers wedijveren tactisch en financieel om de buit binnen te slepen voor hun films en makers. Om een idee te geven van de obscene bedragen die daar inmiddels mee gemoeid zijn: de relatief jonge indie-studio Neon gaf vorig jaar naar verluidt zo’n achttien miljoen dollar uit aan de marketing, distributie en prijzencampagne voor Sean Bakers sekswerkersfilm Anora – zeker drie keer zo veel als het productiebudget van de film.

Waar gaat al dat geld heen? Reclame, natuurlijk: de vele For Your Consideration-advertenties op prominente plekken in het hele land zijn peperduur. Net als het rondvliegen van cast en crew naar allerlei events, en het organiseren van zogenoemde tastemaker screenings in luxe bioscopen in Los Angeles, waar de huurprijzen in dit hoogseizoen de pan uitschieten. Die screenings zijn het voornaamste middel om de aandacht op een film te vestigen en mond-tot-mond-reclame op gang te brengen. De eerste ervan vinden al in het vroege najaar plaats, rond de premières op de prominente festivals van Venetië en Toronto. Het seizoen werd dit jaar geopend met privéscreenings van Yorgos Lanthimos’ Bugonia en After the Hunt van Luca Guadagnino, en ook wie niet naar Toronto afreisde kon films als Nia DaCosta’s Ibsen-bewerking Hedda en Hikari’s Rental Family vrijwel tegelijk met de wereldpremière zien.
Meer screenings volgen rond de bioscoopreleases van de films. Waarbij je met die andere onvermijdelijke circusact van awards season wordt geconfronteerd: q&a’s. Sterren en critici van belangrijke vakbladen worden opgetrommeld om buzz te creëren, eventueel bijgestaan door beroemde vrienden of collega’s. Zo kwam Christopher Nolan opdraven om na een screening van Sinners met regisseur Ryan Coogler in gesprek te gaan over de Ierse invloeden in zijn vampier-epos en babbelde Charlize Theron na een vertoning van The Smashing Machine met Dwayne Johnsson over hoe het is om te acteren onder bergen prothese-latex. Soms levert dat interessante gesprekken op, maar meestal komt er weinig uit en illustreert het alleen maar hoe hol en cynisch deze publiciteitsmolen is.

Een stuitend voorbeeld was een For Your Consideration-screening van de Tunesische Oscar-inzending The Voice of Hind Rajab. Het nagesprek met producent Odessa Rae en acteur Saja Kilani werd knullig geleid door een bekende medewerker van een gerenommeerd vakblad. Toegegeven, dit was iemand die eerder bekendstaat als opiniemaker dan als gedegen criticus, maar dan nog waren de flauwe grappen een affront na de intense ervaring van de film. Producent Rae maakte de sfeer nog ongemakkelijker door de opwinding van het filmteam te beschrijven nadat men beelden van de familie had gevonden van de vermoorde Hind. Waarmee ze onbedoeld die waargebeurde tragedie reduceerde tot een kwestie van content-productie.
Hoewel Netflix een flinke rol speelt in meerdere crisissen die de filmindustrie bedreigen, was daarvan niets te merken tijdens hun jaarlijkse Holiday Party begin december, een van de populairste feesten van het seizoen. CEO Ted Sarandos mengde zich onder de gasten, net als de sterren uit de grootste hits die het platform het afgelopen jaar produceerde – onder meer Adam Sandler, Jacob Elordi en regisseur Rian Johnson – stonden gewillig hun opgewonden fans te woord.
Toen ik de uitnodiging in mijn inbox kreeg, verbaasde ik me over een detail in de kleine lettertjes: er werd benadrukt dat gesprekken met de aanwezige sterren en directieleden strikt vertrouwelijk waren. Misschien was het gewoon standaardbeleid van Netflix, maar het zinnetje kreeg een andere lading toen twee dagen later het plan voor de overname van Warner Bros. door Netflix voor dik 82 miljard dollar werd aangekondigd. Het is een deal die de industrie hier in een existentiële crisis heeft gestort en het bioscoopmodel nog verder onder druk zet. Niet dat iemand in Hollywood het geld van Netflix weigert, overigens.

Dankzij slim positiespel van kleinere studio’s als Neon, Mubi en A24 spelen buitenlandse films de afgelopen jaren een steeds grotere rol. Sinds Bong Joon-ho’s Parasite in 2020 de Oscar voor beste film won, durven de studio’s steviger in te zetten op hun internationale titels. Dit jaar gooit vooral Neon hoge ogen met vier prominente titels: het Noorse Sentimental Value, het Braziliaanse The Secret Agent, de Franse productie It Was Just an Accident en Sirāt uit Spanje. Er verschuift dus wel iets, maar echt snel gaat het niet. Tijdens de uitzending van de Golden Globes-uitreiking werd regisseur Kleber Mendonça Filho bij het in ontvangst nemen van de prijs voor beste niet-Engelstalige film voor The Secret Agent als een van de weinige winnaars weggespeeld door het orkest.
Dat was overigens nog altijd een betere behandeling dan hij een week eerder kreeg bij de Critics Choice Awards, waar hij zijn prijs zonder enige opsmuk kreeg overhandigd op de rode loper. Dat uitgerekend Mendonça Filho, die zijn filmcarrière begon als criticus, dit ten deel viel op een gala georganiseerd door de beroepsvereniging van filmcritici is wat mij betreft Hollywood ten voeten uit. Het awards season lijkt misschien te draaien om de merites van films, maar in feite zijn het status en het grote geld die alles bepalen.
Vertaling: Joost Broeren-Huitenga