Rogier Hesp over Goud

'De keerzijde van de medaille is eenzaamheid'

Regisseur Rogier Hesp duikt voor zijn speelfilmdebuut Goud in de wereld van turners en de verstikkende relatie tussen een vader en een zoon, een toptalent. Hesp: “Ze klampen zich aan elkaar vast. De vader vindt dat hij geen bestaansrecht heeft zonder de sport.”

Regisseur Rogier Hesp parkeert een lege kinderwagen naast ons tafeltje in het Haarlemse café Vooges. Hij moet zo zijn dochter van de crèche halen. “Waterpokken”, verklaart hij. Het is alledaags en heeft daarom iets ontroerends. Zijn speelfilmdebuut Goud speelt zich af in een wereld die verre van alledaags is. Hesp neemt ons mee naar de top van de Nederlandse turnwereld. De sport is veelzijdig en fotogeniek. Maar Hesp koos er in de eerste plaats voor vanwege het eenzame karakter. “Het moest een sport zijn zonder teamgenoten; de hoofdpersoon moest geïsoleerd zijn. Die jongens trainen veertig uur per week. Verder eten ze en slapen ze. Voor andere dingen hebben ze geen tijd. Ik ben niet per se geïnteresseerd in sport. Wel in talent. Dat is een gave, maar soms ook een last.”

Een paar jaar geleden maakte Hesp de middellange film Ketamine over een beklemmende broederband en de duistere kant van drank en drugs. In Goud staat een benauwende relatie tussen vader en zoon centraal. Hesp: “De relatie tussen een vader en een topsporter interesseerde me. Ik vond een krantenknipsel over een kogelstoter die door een familiedrama om het leven kwam. Zijn vader had hem vermoord.”

Hesp kwam erachter dat in de sportwereld vaker relaties tussen vader en zoon kapotgaan. Toch herhalen sportfilms vaak hetzelfde succesverhaal. “Iemand heeft een droom, gaat door allerlei ontberingen en staat aan het einde gelukkig op het erepodium met een gouden plak. Ik wilde een film maken over de keerzijde van de medaille. Ik vroeg me af: kun je zowel een liefhebbende vader als een dwingende coach zijn? Ik denk het niet. Een coach vraagt andere dingen dan een vader. Presteren is iets anders dan iemand helpen zich als mens te ontplooien.”

Versmolten
De vader en zoon in Goud zijn tegengestelden en tegelijkertijd nauw aan elkaar verwant. Vader Ward (Marcel Hensema) turnde vroeger ook, maar kreeg een ongeluk, kan niet meer lopen en zit in een rolstoel. Zijn zoon Timo (David Wristers) is topatleet. Wanneer hij wordt gekwalificeerd om te trainen voor het Nederlandse team op het WK, komt de droom van zijn vader uit. Hesp: “De relatie is verstikkend, maar er is ook liefde tussen hen. Ze klampen zich aan elkaar vast, zijn met elkaar versmolten. De vader vindt dat hij geen bestaansrecht heeft zonder die sport. En de zoon wil zijn vader aanvankelijk bij zich hebben om hem te verzorgen.”

David Wristers speelt Timo. Hij is topturner en had geen acteerervaring. Hesp: “Aanvankelijk wilde ik met een stand-in werken, maar toen we navroegen of we iemand in een half jaar zouden kunnen scholen, werden we echt uitgelachen. ‘Dan kan hij net een koprol en een handstand.’”

Nu kon Hesp in dromerige, lange takes draaien. De stijl is ingetogen. Cameravoering, muziek en montage staan allemaal in dienst van de beleving van Timo. “Ik houd van kleine, realistische verhalen en echte acteursfilms. Marriage Story bijvoorbeeld. Dat verhaal is zo simpel, maar zo krachtig. Of het waargebeurde verhaal The Straight Story van David Lynch, waarin een stokoude man op zijn grasmaaier van Iowa naar Wisconsin rijdt. Die film heeft ook iets eenvoudigs en puurs. Films die vooral over de vorm gaan, spreken me minder aan.”

Aanraking
Timo’s moeder is verdwenen. Weggelopen. Wanneer dit precies is gebeurd en waarom, vertelt Goud niet. Ze is alleen te zien in een oud filmpje, waaruit blijkt dat ze eveneens turnster was. “We hebben wel scènes met de moeder gedraaid, maar het werkte niet. Het gaat erom dat ze er niet is: die afwezigheid is belangrijk.” Die afwezigheid wordt inderdaad sterk gevoeld. De achterblijvers proberen het gemis op te vullen of te negeren. Ward herkent in Timo niet alleen zichzelf en zijn mislukte droom, maar misschien ook wel zijn vertrokken vrouw. “Ik denk dat we dat altijd doen. In mijn kinderen zie ik ook mijn vriendin.”

Voor Timo gaat de fysiotherapeut Irene (Loes Haverkort) een grote rol spelen. Zij raakt hem aan zoals hij nooit wordt aangeraakt. “Fysiotherapie is intiem. Als zij zijn been naast zijn oor drukt, dan zijn hun gezichten heel dicht bij elkaar. De hand op zijn nek geeft hem kippenvel op zijn rug.” Extreme close-ups maken dat je het als toeschouwer bijna ook voelt. Timo’s gevoelens schommelen tussen het gemis van moederlijke warmte en ontluikende seksualiteit. “Ik wilde een kwetsbaar verhaal vertellen in een wereld van kracht. Zo’n jongen is drie keer zo breed als ik. Hij ziet er fysiek uit als een volwassen man, maar is mentaal nog niet zo ver.”

Hesp denkt dat we intimiteit te snel met iets seksueels verwarren. “Toen ik het verhaal pitchte, zagen mensen in eerste instantie alleen iets seksueels. Dat had ik plat gevonden. De aanraking staat voor veel meer. Daarom hebben we goed gekeken naar die massage. Die eindigt in een soort wiegen, als het wiegen van een kind.”

Haar in de war
Hesp besteedde veel aandacht aan de locaties. Een klein deel van de film is in Kiev gedraaid. “De sfeer waar ik naar zocht was dat ongezellige Oostblok-achtige. Ik wilde de sportwereld hard neerzetten, zodat je via de omgeving de druk om te presenteren voelt. Timo’s huis is vooral praktisch. Er is een bed, een bank, een keuken en dat is het. Er zit weinig kleur in de omgeving, het is er donker. Daarin merk je dat de moeder is verdwenen.”

Het eindtoernooi draaiden ze in Stuttgart op de echte wereldkampioenschappen. “Daar ben ik wel trots op”, zegt Hesp. “De organisatie werkten goed mee en wij pasten ons schema aan op hun pauzes. Dat was best spannend.” Zodoende hadden ze voor de scène waarin Timo zich met een reeks sprongen kwalificeert voor de kampioenschappen, maar zes minuten de tijd om op te nemen. “Dat is eigenlijk onmogelijk”, vertelt Hesp. “We hadden al bedacht hoe we de sprong in losse close-ups aan elkaar zouden kunnen snijden, maar het is veel mooier als het in één doorlopende take lukt. Dus we hebben het buiten op straat geoefend met de steadycam operator, zodat hij wist hoe hij moest draaien.

Uiteindelijk kon David de sprong twee keer doen. De eerste keer viel hij op het eind. Wij schrikken natuurlijk. Het was erop of eronder. De tweede keer landde hij na de driedubbele salto echt perfect. Dat was een mooi moment. Hij was on fire.”

Het zal de laatste keer zijn dat Wristers op de wereldkampioenschappen turnt, verwacht Hesp. “David heeft een blessure aan zijn pols en kan niet voldoende trainen om op Olympisch niveau te komen. Bovendien heeft de film hem veranderd. Hij heeft een andere wereld gezien. Hij studeert nu rechten en heeft een acteercursus in Londen gevolgd. Binnenkort is hij te zien in een bijrol in de nieuwe film van Jim Taihuttu. Op de première zag ik in hem een ander mens. De eerste keer dat ik hem ontmoette, had hij zijn haren strak in een scheiding. Nu zaten ze lekker door de war.”