Rebecca Zlotowski over Vie privée
‘Ik kan geen personage bedenken als ik niet weet waar ze woont’
Rebecca Zlotowski Foto: Tim P. Whitby
Veel critici vinden Rebecca Zlotowski’s Vie privée triviaal. Juist in de speelse vertelmanier schuilt een verzet tegen de mannelijke normen van cinema.
Misschien zou ik dit gesprek niet moeten opnemen. Schuldbewust glijden mijn ogen naar mijn telefoon, die net buiten het zicht van mijn webcam op tafel ligt. Het rode balkje pulseert onverstoorbaar, ongevoelig voor mijn twijfels.
Rebecca Zlotowski (An Easy Girl, 2019; Les enfants des autres, 2022) en ik praten over Vie privée. Een film waarin een psychoanalyticus, een Amerikaanse expat in Parijs, leert in het moment te leven, nota bene door te beseffen dat ze de gesprekken met haar cliënten niet zou moeten opnemen. Lilians fetisjistische relatie tot de opnames van haar sessies (op bandjes waarvan de emotionele waarde wordt bepaald door hun exorbitante prijs, een van de grappen over Amerikanisme die de film rijk is) hebben haar onverschillig gemaakt voor de bijzonderheden van de levensverhalen van haar cliënten.
Op het scherm van mijn telefoon zijn onze stemmen gereduceerd tot lijnen. Ik vraag me vaak af of ik beter zou luisteren als ik mijn gesprekken niet zou opnemen. Natuurlijk zouden mijn interviews minder feitelijk zijn zonder de uitgesproken woorden om op terug te vallen, maar misschien zouden ze wel echter zijn. Misschien mis ik, net als Lilian, de essentie door letterlijk te nemen wat intuïtief zou moeten blijven.
Natuurlijk neem ik dit gesprek wel op. Alles in mijn leven heeft me voorbereid om een goede gesprekspartner te zijn, maar ik heb leren interviewen door interviews te lezen: hoe je informatie uit iemand haalt, maar vooral hoe je dit vervolgens in geschreven vorm giet, behapbaar voor de lezer. Maak het niet persoonlijk, dwaal niet af. In de Anglo-Amerikaanse traditie worden interviews vaak woord voor woord uitgeschreven, alleen “licht ingekort voor de leesbaarheid”, maar iedereen die weleens een goed gesprek gevoerd heeft, weet: gesprekken laten zich niet platdrukken. Als er iets is dat gesprekken zijn, dan is het wel onleesbaar.

Verder praten
Toch zou dit een van die leesbare interviews worden. Ik zou de vijftien minuten die me zijn toegewezen uitwerken tot een begrijpelijk gesprek. Maar als ik na afloop mijn redacteur bericht (“vijftien minuten Zlotowski natuurlijk veel te kort”), word ik verrast door een telefoontje van haar impresario: Rebecca wil graag verder praten. Ik kan een interview regelen via haar assistent, Pierre.
Twee weken later. In onze respectievelijke woonkamers spreken we over de toon van haar film. Rebecca zoekt naar het juiste woord, corrigeert mijn gebruik van ‘licht’ naar ‘luchtig’ en dan naar ‘humoristisch’ om uiteindelijk te landen op ‘speels’. Ze wil films maken die je niet één keer wilt zien, maar waar je naar terug wilt keren.
Het is volgens mij geen toeval dat ze een film heeft gemaakt over een psychoanalyticus: haar oeuvre wordt gekenmerkt door een diepte die onder een alledaags oppervlak schuilt. Net zoals het volgens mij geen toeval is dat recensenten neerbuigende vergelijkingen maken met Only Murders in the Building (2021-), die zogenaamd onserieuze televisieserie.
Huiselijk
Televisie, met zijn wortels stevig in het huiselijke in plaats van het publieke, blijft het domein van de vrouw. Ook de subplot over Lilians huiselijke leven wordt door recensenten als te ‘laag’ beschouwd voor cinema.
“Ik kan geen personage bedenken als ik niet weet waar ze woont. Of ze de woning huurt of de eigenaar is. Hoe ze rondkomt, waar het geld vandaan komt. En ik kan geen personage bedenken als ik haar libido, haar seksualiteit niet ken. Wanneer neukt ze? Hoe vaak? Af en toe, of elke dag?”
Het huis en seks. Hoewel ze in bijna alle films aanwezig zijn, worden ze paradoxaal genoeg zelden serieus genomen als centrale thema’s. Wat betekent het om het leven serieus te nemen? Niet als spektakel, maar als geleefde werkelijkheid. Waarom is dat zo snel ‘triviaal’? Met andere woorden: waarom zijn Lilians gevoelens voor haar ex niet serieus genoeg voor echte cinema?
Ongeschreven regels
Ik vraag me af of dezelfde verwijzing naar een lowbrow-detectiveserie zou worden gemaakt als de hoofdpersoon een man was geweest, of dat het dan als een knikje naar film noir was begrepen. Door dit hardop te zeggen, breek ik de ongeschreven regels van het filminterview. Ik spreek uitvoerig over een onderwerp dat taboe zou moeten blijven: de ontvangst van het werk. En, erger nog, ik zet mezelf daarbij in de schijnwerpers. Rebecca lijkt zich er niet aan te storen. “Ik kan niet de exegeet zijn van mijn film en zijn ontvangst,” zegt ze, “maar ik zou graag willen lezen hoe jij als schrijver over deze ideeën denkt.”
Terwijl we praten, weet ik al dat ik moeite zal hebben om dit in de mal van een geschreven interview te gieten.
“Misschien wordt het een stuk over het ingaan tegen mannelijke ideeën over cinema. De vorm gaat dan ook in tegen mannelijke ideeën over journalistiek”, noteer ik na het interview.
“Ik zal haar Rebecca noemen in plaats van Zlotowski,” voeg ik toe, “zoals in het gesprek zelf.”
Komedie
Er bestaat een hardnekkig idee dat drama plechtiger is dan komedie, dat het moeilijker en gewichtig is. “Ik doe zeker een poging om de ernst van het filmmaken te doorbreken”, zegt Rebecca. “Natuurlijk is dat moeilijker. Soms zie ik films die onverbiddelijk zijn, die bijna gewelddadig zijn in hun relatie met de kijker. Dit soort films laat me niet onberoerd. Maar de films die me helpen om een relatiebreuk, rouw of het einde van een vriendschap te overleven, zijn niet die films. Ken je dat soort films uit de jaren vijftig waar je in wil leven? Die wil ik maken. Dat is geen escapisme. Het gaat om het creëren van iets dat de moeite waard is om na te jagen.”

“Het gaat om beleefdheid”, zegt ze dan. “Als je iemand bij je thuis uitnodigt, deel je een tafel en een maaltijd, maar niet je donkerste zorgen. Tien jaar geleden maakte ik een film, Planetarium [2016], waarin ik dat wel deed. Ik vond het geweldig om die film te maken, maar ik wist dat er iets mis was in het proces. Het was alsof ik een nachtmerrie deelde. Bij deze film wilde ik ook een innerlijke crisis delen, maar dan als een droom.”
Ik zeg dat ik nog nooit een mannelijke filmmaker over beleefdheid heb horen praten. Rebecca lacht. “Planetarium was een zeer ambitieuze film, zeer zorgvuldig gemaakt. Niemand heeft hem gezien, omdat mensen wel bereid zijn om de films van David Lynch te ontcijferen, maar niet die van mij. Ik vind het moeilijk om dat te zeggen, want als ik mijn films zie of eraan denk, heb ik nooit het gevoel dat ze goed zijn. Ik begrijp heel goed waarom mensen mijn films niets vinden.”
Meanderen
Interviews schrijven betekent een gesprek omzetten in iets abstracts, iets objectiefs. Iets dat niet echt heeft bestaan en niet echt kan bestaan. Hoezeer ik ook mijn best doe, mijn interviews klinken nooit zoals op papier. Mijn vragen meanderen, soms stel ik er per ongeluk drie tegelijk. Ik spreek de mensen die ik interview dan ook nooit aan met ‘u’, maar de richtlijnen schrijven wel voor dat ik dat in mijn tekst doe. ‘U’ zorgt voor een afstand, die de beste interviews weten te overbruggen, en die ik dan kunstmatig weer aan mijn tekst toevoeg.
Ik vertel hoe mijn collega’s bij dit filmtijdschrift bewonderaars zijn van haar werk, maar hoe ze graag zouden zien dat ze eens een grote film zou maken. Cinema. Rebecca wil juist dat haar films bescheiden zijn, zegt ze. “Geen enkele mannelijke regisseur zou dat waarschijnlijk zeggen. De nobele vorm van cinema is la grande forme. Natuurlijk is die vorm mannelijk. Vol energie. Ik heb nog nooit een film gemaakt die langer dan twee uur is. Ik zou dat nooit doen, omdat iedereen me vertelt dat een lange speelduur ingewikkeld is voor de distributie. Ik denk dat lengte in zekere zin een glazen plafond is, want mijn mannelijke regisseursvrienden geven er geen moer om. Immers: hoe langer, hoe grootser. Dus misschien moet ik dit doorbreken. Aan de andere kant: tijd is voor iedereen beperkt. En er zijn zoveel geweldige films die anderhalf uur duren.”
“Als vrouwelijke filmliefhebber of filmmaker hebben we allerlei ervaringen die aan mannen toebehoren. Ik ben er ook door gevormd. Maar we hebben ook de kans om iets anders te leren kennen.” Rebecca vertelt dat de bevriende regisseur Céline Sciamma antagonisme in haar films vermijdt. “Als we dit soort verhalen uitdiepen,” zegt ze, “wordt cinema waarschijnlijk wat milder.” Aan de andere kant: “Met Jeanne Dielman zei Chantal Akerman eigenlijk: ‘Fuck jullie mannen, ik heb drieënhalf uur van jullie leven gestolen.’ Misschien is dat wel de weg vooruit.”
Beleefdheid
De vraag waar we steeds op terugkomen is deze: in hoeverre moeten wij ons als vrouwen conformeren aan normen waar we ons niet in kunnen vinden, onder het mom van emancipatie? Moeten we proberen te voldoen aan de mannelijke maatstaven van de industrie, of is de ware radicaliteit juist te vinden in cinema en filmkritiek die weigeren zich aan die mannelijke norm aan te passen? Is beleefdheid ons zo sterk aangeleerd dat dit onze vrijheid belemmert, of is beleefdheid juist een waarde die we moeten koesteren en als samenleving moeten nastreven?
“Het enige waar ik moeite mee heb is het idee dat ik als vrouwelijke filmmaker intieme films over intieme onderwerpen moet maken”, zegt Rebecca. “Wanneer je weinig geld hebt, is het eenvoudiger om heel dicht op de huid te filmen. Maar ik wil de mogelijkheid hebben om alle verhalen te vertellen die ik wil, met een enorme set en van alles in het beeld. Laten we er dus voor zorgen dat de verhalen die we creëren niet alleen maar onze glazen plafonds weerspiegelen.”
Midden in haar antwoord kijkt Rebecca op haar telefoon. Ze is de tijd vergeten; een vriendin wacht op haar. Ze wil nog één ding weten, voordat ze gaat: waar ik woon. “De volgende keer dat ik in Amsterdam ben, drinken we samen koffie.” Ik weet het nu al: dat gesprek neem ik niet op.
Vie privée is vanaf 15 januari 2026 te zien in de bioscoop.