Karlovy Vary 2024: Peter Hoogendoorn over Drie dagen vis

'Het is een stiekeme ode aan mijn vader'

Drie dagen vis. Still: Mark de Blok

Drie dagen vis, de langverwachte tweede speelfilm van Peter Hoogendoorn, is geselecteerd voor de hoofdcompetitie van de 58e editie van het filmfestival van Karlovy Vary, dat vandaag opent. Hoogendoorn: “Het is een roadmovie, maar in plaats van door leuke landschappen gaat de film langs hele ordinaire plekken.”

In 2014 gooide Peter Hoogendoorn hoge ogen met zijn debuut Tussen 10 en 12, een persoonlijke speelfilm gebaseerd op het plotse overlijden van Hoogendoorns zusje. Tien jaar later is er eindelijk een tweede speelfilm. Drie dagen vis gaat in première in de Crystal Globe Competition van het filmfestival van Karlovy Vary in Tsjechië.

Dat er zo lang tussen die twee films zit, heeft blijkbaar te maken met Hoogendoorns schrijfproces. Hij laat zijn scenario’s haast organisch ontstaan door kleine momenten uit zijn eigen leven te grijpen. Slechts heel geleidelijk krijgen die losse flarden de gestalte van een film, die juist door zijn persoonlijke specificiteit een universele kracht krijgt.

Voor Drie dagen vis putte Hoogendoorn uit de eigenaardige relatie met zijn vader, die om medische redenen naar Portugal verhuisde en eens in de zoveel tijd een bezoek brengt aan Nederland om praktische zaken te regelen. De film volgt eenzelfde soort vader tijdens zo’n bezoek, en laat zien hoe deze Gerrie (een geweldige rol van Ton Kas) en zijn zoon Dick (een minstens even goede Guido Pollemans) drie dagen met elkaar door moeten brengen in de kantoortjes en wachtkamers van allerlei instanties in en rond Rotterdam. De titel slaat op de uitdrukking “bezoek en vis blijven drie dagen fris”, wat hier extra tragisch wordt omdat Dick juist hunkert naar de genegenheid en erkenning van zijn vader.

Voordat Drie dagen vis in wereldpremière gaat in Tsjechië, spreekt Peter Hoogendoorn op het terras van een Amsterdams café over de bitterzoete tragikomedie waar hij tien jaar aan sleutelde. “Tussen 10 en 12 is natuurlijk echt een drama-drama. Hier is eigenlijk geen reet aan de hand.”

Net als Tussen 10 en 12 is Drie dagen vis opnieuw autobiografisch en daarmee ook bijzonder specifiek. Waar komt die neiging tot hyperpersoonlijke cinema vandaan? “De grap is dat ik eigenlijk steeds een thriller of horror wil maken. Alleen heb je daar meer plot voor nodig. Het is een andere manier van denken en maken dan ik gewend ben. Als aanmeldingsfilms voor de Filmacademie maakte ik steeds thrillers, geïnspireerd door de Amerikaanse mainstream. Daardoor kwam ik steeds op de reservelijst terecht. Dat gebeurde vier jaar achter elkaar, waarna de Filmacademie zei: ‘We willen iets persoonlijks van je zien.’ Vanaf dat moment ben ik meer persoonlijk werk gaan maken. Dat proces is eigenlijk heel losjes. Ik schrijf scènes op, of kleine momenten die me zelf aan het lachen maken, of die me ontroeren. Dan wordt het op een gegeven moment een verzameling losse scènes zonder sterke coherentie, die langzaam gestalte vindt en betekenis krijgt.”

Peter Hoogendoorn

De paradox is dat hoe persoonlijker en specifieker dingen zijn, hoe universeler ze kunnen worden. Merkte jij dat ook? “Dat hoor ik inderdaad veel van mensen. Hoe ze soortgelijke dingen hebben meegemaakt of delen van zichzelf of van hun ouders in de personages herkennen. En dat terwijl Drie dagen vis zo’n aparte constellatie is. Want het was echt zo dat mijn vader uit Portugal naar Nederland kwam om allemaal van die praktische bezoekjes te doen toen hij hier nog ingeschreven stond. Ik hobbelde daar dan maar een beetje achteraan. Het is een soort roadmovie, maar in plaats van door leuke landschappen gaat de film langs hele ordinaire plekken.”

Voor mij vangt de film ook iets wezenlijks over Nederlandse kneuterigheid. Over hoe we de neiging hebben om onze diepere emoties in sociale situaties weg te stoppen. Zocht je bewust naar zo’n afspiegeling van Nederlands sentiment? “Ik heb nooit een boodschap voor ogen als ik begin met schrijven. Ik schrijf op gevoel en verzamel wat ik bijzonder of eigenaardig vind. Wat me wel opviel is dat mensen zich bij enkele internationale scriptlabs waaraan ik deelnam verwonderden over het culturele aspect van hoe mensen in Nederland met elkaar omgaan. Het idee dat een vader en zoon elkaar voor het eerst in lange tijd weer zien en elkaar dan alleen een soort halfslachtige hand geven, dat vonden ze bizar.”

Is het lastig om uit je eigen leven te putten en in je herinneringen en ervaringen te graven voor een scenario? Dat deed je ook al met Tussen 10 en 12, wat reflecteert op een traumatische gebeurtenis uit je leven. “Door met Tussen 10 en 12 bezig te zijn dacht ik betekenis te kunnen geven aan die dramatische gebeurtenis. Maar die film was eigenlijk ook een vlucht uit de realiteit, omdat ik op het moment niet echt kon bevatten wat er aan het gebeuren was. Dat je in één keer je zusje kwijtraakt, zorgde er bij mij voor dat ik uitzoomde en haast op macroniveau naar het geheel aan het kijken was. Dat ik naar de agenten in de woonkamer staarde en ging nadenken over de absurditeiten van zo’n dag, van wat er dan allemaal gebeurt. Soms denk ik dat ik het rouwtraject daardoor helemaal gemist heb. In het geval van Drie dagen vis is het misschien anders. Ik zie deze film als een stiekeme ode aan mijn vader. Mensen zien misschien twee mannen die een moeilijke relatie hebben, maar ik zie juist de hunkering naar genegenheid die er ook de hele tijd is.”

Die dingen kunnen natuurlijk tegelijk bestaan; de film gaat over die grijstinten. “Ik probeer ook gewoon mijzelf te begrijpen door al die momenten op te schrijven. In eerste instantie niet eens met de intentie er een film van te maken, maar dat is uiteindelijk wel gebeurd. Ik wil een soort ontroerende blik vinden, waardoor ik op afstand naar mezelf kan kijken en ook eerlijk kan zeggen: misschien ben ik niet zo sterk, misschien maak ik soms dezelfde fouten en verval ik in dezelfde patronen.”

Hoe is het dan om op de set te staan met acteurs Ton Kas en Guido Pollemans als de filmische equivalenten van jezelf en je vader? “Het is natuurlijk het verhaal van mijn leven, maar dat was niet het startpunt op de set. Het ging meer om de dynamiek tussen die twee mannen. Ik probeerde het autobiografische los te laten, maar op een gegeven moment ging dat niet meer. Dat had vooral met uitspraak en ritme te maken. Ik woon al lang in Amsterdam, maar kom uit Rotterdam. Wij hebben wat Hagenezen ook hebben: dat je dingen in een bepaalde flow uitspreekt. Bij de casting liep ik vooral daar tegenaan, dat de zinnen te netjes werden uitgesproken. Die volkse manier van praten moest er dus weer in.”

Hoe uitte zich dat dan? “Ik kan de zin niet meer precies herhalen, maar vroeg in de film loopt Dick met zijn vader over straat en ziet hij een gedumpte stoel liggen en zegt iets van: ‘Ja, je denkt dat zo’n vent het karig heeft, maar zo’n gast heeft wel zijn hele leven op een Martin Visser gezeten totdat hij in het hiernamaals pleurde.’ Zo’n soort zin moet in één adem uitgesproken worden. En dat was best lastig.”

Dat uit het leven gegrepen gevoel gaat dus bijna als vanzelf zwaarder wegen in uw films? “Terwijl ik dat niet per se wil! Ik wil nog steeds elke keer die thriller of horror maken, maar dan wordt het toch weer veel specifieker. Ik zou bijvoorbeeld nooit op de synopsis van deze film uit kunnen komen aan het begin van dit traject: een man komt voor drie dagen naar Nederland en speelt met de gedachte om eventueel al zijn zaken over te zetten naar Portugal, wat bij zijn zoon inslaat als een bom. Dan denk ik: ja, daar zou ik geen zak aan vinden. Maar al schrijvend krijgt het betekenis. Het is schrijven, schrijven, schrijven, en dan lang schrappen en plakken.”


Drie dagen vis gaat zaterdag 29 juni 2024 in wereldpremière op het filmfestival van Karlovy Vary en wordt in 2025 in de Nederlandse bioscopen verwacht.