Nikolaus Geyrhalter over Earth

'Het er niet mee eens zijn is te eenvoudig'

Earth (Erde)

De mens verandert en verbouwt meer aan het aardoppervlak dan de natuur kan bijhouden. Met dat idee in het achterhoofd bezocht de Oostenrijkse documentairemaker Nikolaus Geyrhalter voor Earth bouwplaatsen over de hele wereld om te zien hoe wij de wereld opnieuw inrichten. “Toen ik op die plekken kwam, begreep ik pas dat ik hier ook onderdeel van uitmaak.”

Als sinds de jaren negentig legt Nikolaus Geyrhalter vast hoe de mens zijn verwoestende sporen over de gehele wereld achterlaat. Zo filmde de Oostenrijkse documentaireregisseur oorlogsgebieden (The Year After Dayton, 1997), nucleaire rampplekken (Pripyat, 1999) en uitgestrekte stukken natuur die opeens als racebaan moeten dienen voor de Dakar (7915 Km, 2008). Zijn bedoeling is nooit om af te keuren wat hij er filmt. Met zijn camera wil hij de onderliggende processen tonen, en in de montage wil hij die ontleden. Al dat doet soms veel stof opwaaien: Our Daily Bread (2004) was voor velen een schokkende confrontatie met de geautomatiseerde massamoord op dieren in de bio-industrie.

Een rooskleurig beeld schetst Geyrhalter niet van het Antropoceen, het tijdperk van de mens op aarde. Daarom voelde zijn Homo sapiens (2016) zo toepasselijk: een contemplatief werk dat zich een wereld zonder mensen voorstelt. Earth (Erde)is een soort prequel van die film. Hier zien we hoe de mens de natuur wegschuift om grondstoffen te winnen of ruimte te maken voor flatgebouwen en winkelcentra. Het schetst het beeld van een wereld in beweging en roept prangende vragen op over hoe we die wereld überhaupt met elkaar willen inrichten. We spraken Geyrhalter in 2019 op de Berlinale, waar Earth in wereldpremière ging; de film is nu op de online editie van Movies That Matter te zien.

Bij elkaar genomen schetsen al uw films een urgent beeld van het Antropoceen. Er zijn weinig regisseurs die zich zo consistent met zo’n overkoepelend thema bezighouden. Wat motiveerde u om dat hier voort te zetten? “In dit geval geef ik slechts een klein aspect mee van wat het Antropoceen is, maar het is iets waar veel mensen nog niet bij stilstaan. Het gebeurt op de achtergrond van onze maatschappij, dus we kunnen de schaal ervan niet bevatten.”

Ik zie ook de bouwputten wel als ik de stad uitga. “Maar hoe dichtbij kom je dan echt? Precies dat interesseert me. De statistieken die aangeven dat wij mensen inmiddels voor meer aardverschuiving zorgen dan de natuur zelf, dat was het vertrekpunt voor mijn research. Ik wilde naar die plekken om te zien wat er echt gebeurt, en om welke redenen.”

In Homo sapiens stelde u zich een wereld zonder mensen voor. Hier krijgt het individu weer de hoofdrol, via interviews. Earth voelt daarom als een soort prequel van uw eerdere film. Waarom kwam de nadruk weer bij de mens te liggen? “Ik hoor dat wel meer ja, over die prequel. Ik was er in ieder geval zeker van dat ik geen film zonder woorden wilde maken. Dat komt omdat ik in het bijzonder geïnteresseerd ben in de mensen die al die zware werktuigen bedienen. Het is niet hun schuld dat de wereld zo verandert, dus ik wil met ze praten over hun meningen en hoe zij zich erover voelen. Bijna niemand praat met hen over zulke dingen. Ik wil de schaal van dit globale project naast dat menselijke inzicht zetten. Als je die twee dingen samen ziet begin je te begrijpen dat er een reden is waarom dit allemaal gebeurt. De manier waarop wij nu leven, hoe onze samenleving nu is ingericht, dat is allemaal gekomen door dit soort projecten. En zo lang onze drijfveer om te groeien toeneemt, wordt de impact van deze operatie op onze planeet alleen maar groter.”

Nikolaus Geyrhalter (foto Alexander Tuma/Viennale)

U toont in uw films dingen die velen beschouwen als abject; Our Daily Bread is daar het meest voor de hand liggende voorbeeld van. Toch bespeur ik amper kritiek of afschuw. Blijft u doelbewust bij tonen en ontleden? “Natuurlijk is er ook een oordeel van mijn kant, want ik ben het niet eens met alles wat ik film, maar het er niet mee eens zijn is te eenvoudig. We moeten deze realiteit accepteren en proberen te begrijpen wat de achterliggende beweegredenen zijn. Wanneer ik op zo’n locatie ben begrijp ik pas dat ik hier ook een onderdeel van uitmaak, snap je? Natuurlijk moeten we streven naar een leven dat minder beroep doet op de grondstoffen van de aarde, maar we kunnen dat pas bereiken als we echt begrijpen wat er nu gebeurt. En dan stuit je al snel op een praktisch probleem: de plekken die ik film zijn niet zo toegankelijk.”

U kiest hier voor een globaal perspectief. U filmt niet alleen in Oostenrijk, maar ook in bijvoorbeeld Hongarije, Spanje, en Canada. Waar moesten de locaties aan voldoen? “Het moesten plekken zijn die ons wisten te verassen: een kolenmijn in Hongarije die omsingeld is door oude bommen; een kopermijn in Spanje die naast een archeologische opgraving ligt. Dat zijn de verassingen voor ons, want het feit dat er wereldwijd grootschalige mijnbouw is verrast niet echt. Daarbij wil ik toevoegen: de echte verassing was de warmte van de mensen die we filmden. Eenmaal in zo’n omgeving, met de juiste helm, jas en schoenen aan, voel je je deel van hun team. Je wordt deel van de operatie, waardoor een gesprek voeren heel makkelijk is. Ik zei altijd tegen ze: jij opereert de machines, ik de camera, en we doen allebei waar we het best in zijn. Zo zie ik eigenlijk mijn stijl van filmmaken ook, als een soort handwerk.”

Over die warmte: uw films kunnen een cynisch gevoel meegeven, alsof we de wereld eigenhandig om zeep helpen. Maar Earth heeft een onverwacht positieve blik en gevoel voor humor. Hoe balanceert u die extremen? Ik kan me namelijk voorstellen dat alle research die u doet overweldigend moet zijn. “Absoluut, maar zo is het leven ook. Het is schrijnend en prachtig. Het is overweldigend en zo, zo complex. Hoe dieper je erin duikt, hoe complexer het wordt. Een simpele oplossing bestaat namelijk niet – anders hadden we die al lang gevonden. De mensheid echt leren begrijpen is onmogelijk. Je kunt het blijven proberen, en net wanneer je denkt iets te pakken te hebben, realiseer je je weer dat je praktisch niets weet. Ik blijf het proberen en hoop dat mijn publiek daar vervolgens zelf mee aan de haal gaat.”