Kristen Stewart over The Chronology of Water
‘Ik wilde dat mijn film zou aanvoelen als herinneringen’
Kristen Stewart op de set van The Chronology of Water. Foto: Andrejs Strokins
Tijdens het gesprek over haar regiedebuut zijn Kristen Stewarts woorden even associatief als de beelden van The Chronology of Water. “Alleen zijn is een illusie.”
Na haar doorbraak met de door tieners geadoreerde Twilight-films, waren veel mensen verbaasd dat Kristen Stewart zich ontpopte tot serieus acteur, met inmiddels een Oscar-nominatie (voor Spencer, 2021) en een César (voor Clouds of Sils Maria, 2014) op zak. Maar dit is de persoon die op haar twaalfde een sterk duo vormde met Jodie Foster in Panic Room (2002) en vijf jaar later speelde in Sean Penns indrukwekkende Into the Wild.
Ze is beide collega’s achternagegaan door ook regisseur te worden, met de verfilming van Lidia Yuknavitch’ autobiografische boek The Chronology of Water, waarin een vrouw misbruik en verslaving te boven komt door haar stem te vinden als schrijver. Stewart had een minder traumatische jeugd, maar ook zij vond haar weg via de kunst en vertelde daar uitgebreid over tijdens het filmfestival van Londen.
“Ik wilde al films regisseren sinds ik bij het proces betrokken ben. Ik raakte geobsedeerd door de verschillende manieren waarop je een film kunt regisseren en wilde graag mijn eigen versie daaraan toevoegen. Dit boek was enorm inspirerend en voelde als het perfecte project om die pleister er in één keer af te trekken. Het gaat voor mij niet zozeer om de specifieke details van iemands leven, maar om het belang van persoonlijke verhalen en zelfontplooiing, over het losbreken uit voorgeschreven patronen, over wat creatieve expressie voor iemand kan betekenen. Ik was onder de indruk van Lidia’s unieke stem, van wat ze zegt over de kneedbaarheid van onze werkelijkheid en hoe kunst ons de mogelijkheid biedt daar iets anders van te maken.”
Voor de verbeelding van Lidia’s memoires gebruikte Stewart een associatieve beeldtaal. “Ik wilde als het ware heel veel snapshots maken en dan de juiste momenten vinden om bij elkaar te zetten. Net zoals het leven fragmentarisch aanvoelt, terwijl het emotioneel verbonden is door een soort narratieve draad.”
Ze gebruikte daarvoor doelbewust een analoge camera. “Als je digitaal filmt, kun je eindeloos doorgaan en wordt het heel compact, zonder een moment waar je iets van jezelf in kan projecteren. Ik wilde dat mijn film zou aanvoelen als herinneringen: niet keurig afgerond, maar vluchtig. Alsof je het op iemands zolder hebt gevonden. Als een verscheurd familiealbum, of een DMT-trip door een leven dat pas op zijn plek valt via andermans perspectief. De door mij gekozen beeldtaal was de enige manier om een stuk van een pagina of een herinnering af te scheuren. Anders zou het te breed en banaal zijn geworden. Het analoog filmen zorgde voor minder controle, wat ruimte gaf voor een vleugje mystiek.”

Afvoerputje
Stewart is zich ervan bewust dat ze een fijnere jeugd had dan Yuknavitch, maar volgens haar maakt dat weinig verschil in de beleving van het vrouw zijn.
“Lidia staat symbool voor een universele ervaring. Voor de eerste keer dat je beseft dat jouw lichaam niet volledig van jou is, de eerste keer dat je bloedt, de eerste keer dat je je daarvoor schaamt, de eerste keer dat je er trots op bent. De keren dat je het door het afvoerputje ziet wegspoelen en denkt: ‘Wow, ik ben in staat tot het scheppen van leven.’ Tegelijkertijd komt dat bloed uit een intieme plek, waar we constant van worden beroofd. Het is een bizarre tegenstelling, dat onze sterke punten onze zwakke punten worden en omgekeerd. Onze samenleving is niet voor iedereen even aardig of gelijk en je moet een behoorlijk bord voor je kop hebben om dat niet te zien. De stemmen van vrouwen worden nog steeds onderdrukt, hoewel het vijftig procent van de bevolking betreft.
“Daar gaat deze film ook over: dat voor meisjes het handopsteken in de klas niet hetzelfde is als voor jongens. Er zijn voortdurend stemmen, van vaders, van God, van de therapeut, die allemaal het patriarchaat vertegenwoordigen. Stemmen die ons vertellen dat we zijn er niet op zijn gemaakt om onszelf of elkaar te helpen. Dat we zijn bedoeld om door mannen bezeten te worden en te horen hoe we lief en braaf moeten zijn. Dat is verdrukkend. Ik heb zoveel mannen na het zien van deze film horen zeggen: ‘Shit, dat was heftig.’ En dan denk ik: ‘Ja, dat is het inderdaad. Ik ben blij dat het moeilijk voor jou was, want het is ook moeilijk voor ons.’ Het hele punt van dit boek en deze film is dat als wij ons gedefinieerd voelen door de dingen die met ons zijn gebeurd, dat zich niet laat ontkennen.”
Stewart heeft ook een boodschap voor lotgenoten: “Het gaat erom zaken in de juiste context te plaatsen, ervan los te komen en je een eigen weg te banen. Om contact te zoeken met anderen die trots op je zijn, wat vooral moeilijk is als je niet in een liefdevol gezin bent opgegroeid. Als je het gevoel hebt dat de wereld geen ‘ja’ tegen je zegt, ga je ‘nee’ tegen jezelf zeggen. Maar er is altijd wel ergens steun te vinden, of het nu in de kunst is of in een gemeenschap. We zijn nooit echt alleen. Alleen zijn is een illusie. Het is een idee dat door onderdrukkers is bedacht om jou het gevoel te geven dat er geen hulp of lotgenoten zijn. Dus de volgende keer dat jij je alleen voelt, luister naar jouw eigen stem en probeer daar volume aan te geven. Want andere mensen zullen jou horen en trots op je zijn, gewoon omdat jij jezelf bent. Je moet wel gek, pessimistisch of cynisch zijn om te denken dat je, als je eerlijk bent tegen jezelf en tegen anderen over wat jij wil, je niemand zult vinden die hetzelfde voelt.”
Dezelfde golflengte
Stewart vond zelf zo’n gemeenschap bij haar eerste speelfilmlange regie. “Het mooiste aan acteren is de gedeelde ervaring. Mijn favoriete regisseurs hebben iets te zeggen en bieden interessante perspectieven, maar het zijn vooral mensen die de ruimte met je delen en een omgeving creëren waarin we allemaal tot bloei kunnen komen. Ik voelde als regisseur de druk om degene te zijn die wordt geacht het allemaal onder controle te hebben. En tegelijkertijd moest ik mensen de vrijheid geven zich veilig te voelen om met mij in het diepe te springen. Ik heb veel voorwerk gedaan om een podium te creëren waarop anderen zowel mijn ideeën als hun eigen ideeën konden verkennen. Regisseurs en acteurs zijn elkaars partners. Imogen Poots hielp mij deze film te schrijven en te regisseren, en ik denk dat ik haar heb geholpen in deze film te acteren. Het was misschien haar lichaam, maar onze twee zielen waren volledig met elkaar verbonden. Samen breng je iets tot stand dat je nooit in je eentje had kunnen bereiken.”
Ook de rest van cast en crew zat op dezelfde golflengte. “We konden elkaar allemaal recht in de ogen kijken en het was heel bevrijdend dat we niets hoefden te verbergen. We steunden elkaar en moedigden elkaar aan om ruimte in te nemen, onze stemmen te laten horen. Wat ik als regisseur nastreef, is de chaos beperken of er juist in meegaan als dat nodig is. Je kunt makkelijk verzanden in de details en hectiek van het filmproces, maar ik wil niet vergeten te voelen, wil niet de last op de schouders van anderen leggen. Als je begint met filmen, moet je zorgen dat iedereen erbij betrokken is. Dat jouw verwachtingen en alle tijd die je erin hebt gestoken je er niet van weerhouden om emotioneel aanwezig te zijn. Want het mooiste voor acteurs is als ze het oprecht voelen en daardoor iets op de set ontstaat. Als regisseur wil ik daarbij zijn en het met ze delen. Ik wil er niet buiten staan, want dat doen we al te vaak in ons leven.”
Stewart heeft grote Hollywood-films gemaakt, maar was blij haar regiedebuut te maken met een bescheiden, onafhankelijke productie. “Het was geweldig om mijn film in alle vrijheid te kunnen maken, in een afgeschermde, liefdevolle omgeving. Ik had de tijd honderden fouten te maken en precies te kunnen zeggen wat ik wilde zeggen. Om de film te boetseren over een lange periode, zonder dat mensen aan me gingen trekken omdat zij het hadden gefinancierd. Het voelde als iets heel persoonlijks en intiems. En nu het publiek de film kan zien, is het alsof iedereen mijn dagboek gaat lezen, ook al is het de bewerking van andermans verhaal. Deze film was een waanzinnig cadeau en hopelijk kunnen we dit vaker doen. Maar zelfs als het eenmalig was, was het een fantastische ervaring. Als het aan mij lag, zou dit de meest commerciële film ooit zijn, zou het een kassucces worden. Maar ik ben niet bang voor het resultaat, want de film is zo oprecht, dat het zijn eigen relatie met de wereld kan hebben. En met iedereen die daarin leeft.”
The Chronology of Water draait vanaf 8 januari 2026 in de bioscoop.