Halina Reijn over Instinct

‘Ik ben klaar met het circusberenbestaan’

Reijn (midden) op de set van Instinct. Foto Kris Dewitte

Op 27 september opent Instinct de 39ste editie van het Nederlands Film Festival. Het regiedebuut van Halina Reijn maakt internationaal veel indruk en won al verschillende prijzen. “Ik hoorde mezelf plotseling zeggen: ‘Ik wil geen enkele schaamhaar of een tepel van een vrouw in deze film zien’.”

Instinct is het indrukwekkende regiedebuut van actrice en schrijfster Halina Reijn (1975), een film die z’n echte verhaal verbergt achter een bizar kat-en-muis-spel van de twee hoofdpersonages. Carice van Houten speelt Nicoline, een therapeute in een tbs-kliniek, die zich aangetrokken voelt tot een serieverkrachter (Idris, gespeeld door Marwan Kenzali). De film opent op 27 september de 39ste editie van het Nederlands Film Festival en werd ook geselecteerd voor de festivals van Locarno, Toronto, Londen en Chicago. In Locarno won de film de Variety Piazza Grande Award, uitgeloofd door critici van het Amerikaanse vakblad Variety, en kreeg hij een Special Mention van de jury als veelbelovend debuut. Instinct is ook de Nederlandse inzending voor de Oscars.

Wat was jouw motief om deze film te maken? “Heel simpel. Ik zag een programma bij de EO dat heette Liefde in de TBS, een item in actualiteitenprogramma. Dat fascineerde me mateloos. Heb je natuurlijk in elke instelling, liefde. Het sprak me alleen heel erg aan dat iemand die juist als beste zou moeten weten hoe zo’n psychopaat of sociopaat of narcist functioneert, alsnog ten prooi kan vallen aan zo iemand en zo ver over haar eigen grenzen kan gaan.”

Oppervlakkig gezien gaat de film over een psychotherapeute die valt voor een… “…serieverkrachter.

Maar ik heb iets anders gezien. “Wat heb jij gezien?”

Dit gaat over iemand die seksueel beschadigd is. “Precies.”

Wat je nergens hardop zegt. “Dat is precies wat ik wil vertellen. Ik wilde heel graag iets maken over intimiteit. Over iemand die door beschadiging nooit meer intiem met iemand kan zijn. Uiteindelijk is het een vertelling over macht, seksualiteit en intimiteit.”

Ze kan niet meer op haar instinct vertrouwen. “Exact.”

Want het is kapot. “Je hebt wel heel goed opgelet.”

Dit is het soort film die alleen werkt met hele goeie acteurs. Waarin het echte verhaal verborgen zit. Dat ze in die gefragmenteerde spiegel kijkt vond ik trouwens net iets te uitgesproken metaforisch. “Hahaha. Ja, het valt me ook op dat het een monomane vertelling is. Blijkbaar zat er iets in mij met een grote urgentie dat eruit moest. Bijna simpel.”

Ik vind het niet simpel. “Ah ok. Ik ben het namelijk met je eens van die spiegel. Ik vind het bijna kinderlijk van mezelf, dat beeld, maar het is ok. Wat ik wilde vertellen is een verhaal over een worsteling met intimiteit. In de film suggereren we voorzichtig waar die vandaan komt, maar dat wilden we niet bij de kijker door de strot duwen.”

Je koos een extreme arena voor een verschijnsel – intimiteit – dat de laatste jaren nogal complex is geworden. “Inderdaad, al moet ik erbij zeggen dat #MeToo niet speelde toen ik met Esther Gerritsen aan het scenario begon. Onze motivatie om de film te willen maken werd er wel groter door. We voelden ons gesteund doordat ineens zoveel vrouwen naar buiten traden met verhalen van misbruik. Want je moet weten dat sommigen mensen Instinct als antifeministisch zien. Maar het is belangrijker dan ooit om verhalen over grenzen, macht en seks te vertellen.”

Die grens is dus altijd permeabel. Zeker voor iemand die nooit geleerd heeft waar die grens ligt doordat ze misbruikt is. “Exact. En de pijn daarvan.”

Als #MeToo pas gaandeweg ging spelen, waar kwam jouw fascinatie dan uit voort? “Die heeft ook te maken met de rollen die ik heb gespeeld. Al die grote rollen in klassieke stukken gaan over het zoeken van die vrouwen naar intimiteit: Hedda Gabler, Het temmen van de feeks, Lulu van Frank Wedekind, Electra.  Ik worstel daar ook mee. De film is een uitvergroting van iets wat me op allerlei manieren fascineert: waarom steek ik een sigaret op en rook ik ‘m op terwijl ik weet wat de gevolgen zijn?
“Wie is de vrouw nu? Voor mezelf ben ik een samenraapsel, een soort monster van Frankenstein. Aan de ene kant een feminist. Aan de andere kant wil ik een klein meisje zijn die beschermd wordt door een dominante man. Ik snap niets van mijn eigen seksualiteit. Ik voel me een gefragmenteerd wezen, om maar weer op die spiegel terug te komen. Een carrièrevrouw die alleen maar wil werken. Aan de andere kant wil ik een huisvrouw in de jaren vijftig zijn en waarom heb ik geen kinderen en bladiebladiebla.
“Al die verschillende archetypen zitten in mij. Die kan ik op het toneel heel goed inzetten. Dus wat me in het echte leven misschien tegenwerkt is op het toneel top. Toch ben ik in de war en dat wilde ik laten zien met deze film. Ik heb het gevoel dat meer mensen die verwarring voelen. Mannen dus ook. Het overheersende collectieve thema nu, zeker in het Westen, heeft te maken met geslacht, grenzen, seksualiteit en identiteit.” [Maakt snurkgeluiden, alsof het een saai onderwerp is.]

Dat is toch niet saai? Gisteren schreef een vrouw op Twitter: ‘Ik liep vanochtend over de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam, word ik vastgepakt door een wildvreemde en in mijn nek gekust. Ik kon wel met mijn ellenboog slaan maar het was al gebeurd en de viezigheid krijg ik niet meer van me af’. Ik dacht: als je dat toch allemaal moet meemaken. “Heb je Queen of Hearts gezien? Die Deense film over een vrouw, perfect gezin, kinderen, alles perfect. En dan komt haar stiefzoon van zeventien in huis wonen en daar krijgt ze een seksuele relatie mee. Daar is het de vrouw die volledig over grenzen gaat. Het kan andersom ook gebeuren. Ik ben zelf een vrouw en ik ervaar die verwarring over mijn eigen drijfveren en seksualiteit en mijn eigen relationele issues voortdurend. Aan de ene kant is het een privézaak, aan de andere kant is het een collectieve kwestie. Er heerst nu ook een grote preutsheid en een grote angst en dat is superfascinerend.”

Juist door de angst om te ver te gaan, is intimiteit zo complex geworden. Hoe ga je daarmee om als je iemand voor het eerst in een kroeg ontmoet? Het is anders dan twintig jaar geleden. “Toen die hele beweging begon, dacht ik nog: ‘Jezus, als je getalenteerd bent dan hoef je niet met iemand naar bed om een rol te krijgen’. Daar ben ik heel anders over gaan denken. Talent of geen talent heeft er niets mee te maken. Het gaat erom dat geen enkele vrouw of man door iemand met macht in zo’n positie moet worden gedwongen.
“Als actrice geef ik mijn grenzen nu veel beter aan. Toen ik in Engeland een voorstelling repeteerde zat er een Britse actrice in de cast die tegen me zei: ‘Jij laat je maar voortdurend op je billen slaan door al die oudere Hollandse acteurs’. Toen zei ik: ‘Ja, maar weet je, het is ook gênant om de hele tijd te moeten zeggen Doe Dat Niet. Boys will be boys, wat maakt het uit?’ Ik dacht: ‘Rot toch op met je moraalridderschap.’ Maar het is blijven hangen. Uiteindelijk voel ik me nu zóveel beter, zóveel meer opgelucht in mijn werk, waar ik vroeger dacht dat die dingen er nou eenmaal bij hoorden. Nu kan ik zeggen: ‘Sorry, daar heb ik echt even geen zin meer in.’ Of bijvoorbeeld naakt zijn. Nu durf je zulke dingen makkelijker aan te kaarten. Je voelt je gesteund en gedragen door een grotere beweging. Het nadeel ervan is dat iedereen gaat zeggen: mag ik je aanraken, mag ik je een hand geven? Dat is voor de kunst ook de dood.”

Waar ligt de grens? “In een van de eerste vergaderingen over de film hoorde ik mezelf plotseling zeggen: ‘Ik wil geen enkele schaamhaar of een tepel van een vrouw in deze film zien’. Ik wil alleen maar mannelijk naakt zien. Want het is de female gaze. Maar het mannelijk geslacht in beeld, dat mocht niet. Marwan kon het niks schelen hoor. Het waren anderen. Ik wilde deze film maken vanuit een bijna perverse vrouwelijke blik. Want we vinden het zo normaal dat… ik ga nu weer een serie in en dan wordt er toch weer gevraagd of ik bloot wil. ‘Waarom gaat hij niet in z’n blootje?!’, denk ik dan.”

Eigenlijk komt deze beweging net pas op gang. Want in allerlei seksuele relaties zit een scheve machtsverhouding. “Exact en dan kom je weer bij Oscar Wilde: alles gaat over seks behalve seks, dat gaat over macht. En als dat dan zo is, hoe gaan we daar dan mee om? Zeker in de kunst is het lastig want de vrijheid die je moet hebben om te komen tot de kern van wat je wilt tonen, vraagt om een grenzeloosheid. Maar ik ben er nu dus achter dat dat kan, met bepaalde codes. Dat op het moment dat Ivo STOP zegt, dat het dan ook echt stop is.
“Ik voel nu meer respect en afstand in het repetitielokaal. Sowieso heb je dat bij Ivo [van Hove, die Reijn veelvuldig regisseerde bij Toneelgroep Amsterdam] snel want die is heel zakelijk, bijna een afstandelijke unit tijdens repetities. Maar onder acteurs is er natuurlijk altijd een grijs gebied geweest: ik ken jou niet en wij moeten opeens gaan tongen met elkaar, what the fuck is dat? Hoe moeten we dat doen? Ik denk dat sinds deze beweging is opgekomen dat er meer respect en afstand is en minder hippie-groezeligheid. Daar ben ik heel blij mee.”

Wat ik onder meer sterk vind aan de film is dat die je dwingt om te beseffen dat het personage van Carice niet meer weet waar de grens ligt. Je kunt haar dus niet veroordelen. “Precies. Terwijl het makkelijk is om haar wel te veroordelen.”

Strak dat dat erdoor is gekomen. Dat het gemaakt is. “Dat is dus echt heel vet aan de producent, Frans van Gestel. Die is voor mij gaan staan, als een soort van rare ridder en heeft me alle vrijheid gegeven. En het was slim van Frans, en van Carice en mij, om het een kleine film te laten zijn. Klein budget, 23 dagen filmen. Dan hoef je ook niet allerlei targets te halen en hoef je geen groot publiek te pleasen.”

Hoe heb je het plan dan gepitcht aan Van Gestel? “Ik had al vaker met hem gepraat. Ik heb hem letterlijk meteen gebeld nadat ik die documentaire had gezien en gezegd dat ik een film wil maken over een psychotherapeut die verliefd wordt op haar grootste vijand, haar grootste demon. Toen heeft hij vijf schrijvers uitgenodigd. Daar kwam Esther uit tevoorschijn. Dat is een belangrijke stap geweest. Ik had dit nooit alleen kunnen schrijven. Ik denk abstract en theatraal: twee mensen in een ruimte, een tafeltje. Ik zie een toneelstuk.”

Dus die ruis die je constant op de achtergrond hoort, het verstoorde gevoel dat het personage met zich meedraagt, die komt van haar? “Dat is dus ook de genialiteit van Van Gestel, die heeft Michel Schöpping gevraagd. Dat is een van de allergrootste instituten in Nederland; een autoriteit in de filmwereld. Ik moest bij hém op auditie met het script. Hij is een kunstenaar pur sang. Hij snapte perfect wat ik wilde vertellen. Die ruis is belangrijk voor me geworden want dit is een verhaal over iemand die bijna gek wordt. Omdat elke menselijke interactie voor haar te intiem is. Die ruis laat je dat voelen.”

Ze zegt ook: ik wil geen vast contract. “Precies. Ze wil eigenlijk niet bestaan. Ze wil ophouden met bestaan. Dat kan ze alleen ervaren als ze gedomineerd wordt.”

Zeg je eigenlijk dat de look en feel van de film van de mensen om je heen kwam? Michel Schöpping, Jasper Wolf, de cameraman? Of was die ook jouw inspiratie? “Ik heb eigenlijk gewoon geïmiteerd. Ik heb twintig jaar lang naar Ivo van Hove gekeken. Hem geobserveerd. Helemaal in kaart gebracht. Exact zijn schema heb ik nagedaan. Wat hij altijd doet is: hij bedenkt iets. Dan roept hij het hele bedrijf bij elkaar tot en met de kapstokjuffrouw en vertelt zijn diepste motieven om dat ene stuk te maken. Zodat iedereen zich ermee verbonden voelt. Dat heb ik ook bij het maken van deze film gedaan. Alle moedergevoelens, alles wat onderdrukt is, kon ik de vrije loop laten. Hiervoor ben ik op aarde, dacht ik op een bepaald moment, nu snap ik het.”

Niemand probeerde het verhaal te verzwakken? “Tuurlijk zitten er dingen in die mensen eruit wilden halen. Maar ik ben nog nooit zover over mijn eigen grens gegaan om te vechten voor waar ik voor sta. Soms moest ik even naar de wc om mijn energie te beteugelen en niet tegen mensen uit te vallen, en dan rustig terug te komen en te zeggen: ‘Ik snap wat jullie zeggen. Maar we gaan het er niet uit halen.’ Dit was mijn missie. En dat komt ook door Carice. Kijk, Carice is sowieso mijn man eigenlijk, of hoe zeg je dat? We zijn natuurlijk soort van getrouwd. Zij en Marwan dwongen me bijna om radicaal te zijn, om in mezelf te geloven. Marwan zei de hele tijd: ‘Halina, ik doe dit alleen als jij echt maakt wat jij wilt maken.’ Carice en Marwan hoefden dit natuurlijk niet te doen, die zitten elke dag in Hollywood weet ik hoeveel geld te verdienen. Hun voorwaarde was: ok, maar dan wel jouw diepste shit op het doek.”

Kon je dit nu pas regisseren? “Ja, echt. Ik wilde al heel lang regisseren maar ik ben zo blij dat het nooit eerder van de grond is gekomen, haha. Het is natuurlijk ook een praktische kwestie. Je moet een time window hebben waarin Carice en Marwan vrij zijn om hieraan te werken. En ik ook, want ik had nog een toneelstuk en nog een toneelstuk en nog een toneelstuk. Ik heb me uiteindelijk losgerukt uit dat speelschema. Ivo en alles wat bij Toneelgroep Amsterdam kwam kijken, zijn in feite mijn filmschool geweest.”

Losgerukt. Ben je nu dan volwassen? “Ja. Ik ben nog steeds superbang en onzeker, zoals iedereen. Maar ik heb absoluut een gevoel van bevrijding. Omdat ik niet langer afhankelijk ben van dat circusberenbestaan. Wat ik hartstikke leuk vond maar waar ik klaar mee ben. Ik wil nu dit. Ik werd er agressief van op een gegeven moment: ‘Ga even dat doen, ga even daar staan.’ Voor mij klopte dat niet meer. Ik denk dat veel mensen dat hebben. Dat ze in hun beroep of relatie op zeker moment te boos worden. Dat het niet meer klopt. Ik dacht bij de repetities alleen nog maar: ‘Oh ja? Nou, doe jij dat maar’.”

Jij moet je eigen dingen gaan vertellen. “Ik had het bijna te laat door. Ivo had het sneller door dan ik. Hij vroeg al toen ik dertig was of ik een toneelstuk wilde regisseren. Maar dat voelt voor mij… Kijk, toneel is voor mij echt de heilige kerk omdat dat natuurlijk mijn bestaansrecht is. In film ben ik iets naïever. Daar kan ik mezelf zijn. Film is mijn ding en niet Ivo’s kerk.”

Wat is zijn essentie dan? “Wat ons bindt, als meester en muze dan, wat we toch heel lang voor elkaar zijn geweest, is een amorele blik op gedrag, seksualiteit en macht. Ik denk dat al mijn rollen voor hem daarover gaan. Ik kon me daar compleet in overgeven en hij veroordeelde me niet om die overgave. Hij zegt dus ook nooit: ‘Het is zo’n rare vrouw die Hedda Gabler.’ Nee, hij kijkt volledig vanuit zijn eigen pijn naar z’n personages. We hebben Het temmen van de feeks – dat gaat over een vrouw die superagressief is en helemaal in elkaar wordt geslagen en dan aan het eind zegt: ‘Ik ben jouw kleine meisje’  – dus zonder enige ironie zo op het toneel gezet. Want voor Ivo ging dat over twee mensen die een soort sadomasochistische relatie hebben, niet over iets met mannen en vrouwen. En daarin heb ik veel kwijt gekund van mijn diepste, verborgen geheimen. Dezelfde verborgen angsten en gedachten die ik nu in mijn eigen project hebt gestopt. Ik dacht altijd: als ik niet bij hem ben en zonder die groep, ben ik niks. Snap je? Nu denk ik: ik heb alles aan het theater te danken maar ik kan ook mijn eigen dingen maken, ik ben vrij.”