Arthur Harari over L’inconnue
‘Het idee van verdwijning spookt door deze film’
Vrnl Arthur Harari, Niels Schneider en Léa Seydoux op de set van L’inconnue
Cinema is voor Arthur Harari per definitie een verbinding met vroeger, vertelt hij in een gesprek over L’inconnue. Maar: “Deze film vertelt iets wat pas nu verteld kan worden.”
Arthur Harari begint zijn antwoord op de eerste vraag met een stilte. Een lange stilte, waarin hij zijn blik gericht houdt op zijn samengeknepen handen. Dan antwoordt hij, met onvaste stem: “Ik weet niet waarom dit me zo aangrijpt. Dit zag ik niet aankomen, ik denk dat dit festival… dat ik erg moe ben van alles, de presentatie van de film.”
We schrijven mei dit jaar en, toegegeven: het is nogal een festival voor Harari. De première van L’inconnue, twee dagen eerder op het festival van Cannes, werd gevolgd door een negen minuten durende staande ovatie. Bepaald geen lauwe ontvangst, al klapten velen ongetwijfeld ook uit solidariteit met de protestactie waarvan Harari kort daarvoor onbedoeld een boegbeeld was geworden – waarover verderop meer.
Zijn film, een labyrint van zielsverhuizingen dat minder lijkt te draaien om wat het allemaal betekent dan om de gevoelens die het oproept, wist van alle competitiefilms de pers het sterkst te verdelen. Wat op zichzelf een eerbewijs is aan de ongrijpbaarheid van de film; toch is de teneur van de ontvangst beduidend negatiever dan bij Harari’s laatste gang over de rode loper in 2023, toen hij als coscenarist deelde in het succes van Anatomy of a Fall van zijn echtgenote Justine Triet.
De vraag die Harari op deze ochtend lichtelijk van zijn stuk lijkt te brengen, komt van de collega met wie ik dit interview deel. De Portugese journalist opende het gesprek door de regisseur te vertellen dat zijn film hem deed denken aan een moment in de filmgeschiedenis waarin beelden het vermogen hadden pijn te doen. Een compliment natuurlijk, en zo vat Harari het gelukkig ook op. “Ik vind dat heel krachtig, het idee dat een film pijn kan doen. Daarom raakt het me”, legt hij uit. “Zulke ervaringen hebben we vooral in onze kindertijd, of als jongvolwassene. Uiteindelijk vergeten we hoeveel cinema teweeg kan brengen.”

“Ik kijk eigenlijk niet veel films meer tegenwoordig”, bekent hij dan. “Het gebeurt nog maar zelden dat een film iets met me doet wat me bijblijft. De mogelijkheid om dingen te beleven in film voel ik niet meer zo sterk. Tot mijn vijfentwintigste zag ik films die grote indruk maakten. Taste of Cherry [1997] van Abbas Kiarostami zette me enorm aan het denken. Dat was zó sterk, als de eerste keer dat je een landschap ziet, iemand kust, een geur opsnuift… Het was alsof iets me wakker schudde.”
Ik vertel hem dat de combinatie van realisme en surrealisme in L’inconnue me doet denken aan films van nog langer terug: films als Don’t Look Now (1973) van Nicolas Roeg, gemaakt voordat Harari werd geboren. “Ik hoor vaak dat mijn films doen denken aan vroeger, aan die manier van filmen”, bevestigt hij. “Maar voor mij ís cinema het verleden. Dat begon toen ik negen was en films zag die zich ver van mijn tijd en mijn land afspeelden. Het fascineerde me, ik vond dat zoveel interessanter dan wat zich voor mijn neus afspeelde. Door zelf films te gaan maken sprong ik op een trein die al heel lang geleden was gaan rijden.”
“Dat verleden dragen mijn films mee, maar tegelijk heb ik het gevoel dat dit mijn eerste film is die iets vertelt wat pas nu verteld kan worden. Dat is misschien vooral dankzij mijn broer, hij is jonger dan ik. Dit verhaal over identiteit en lichamen die muteren is iets dat nu in de lucht hangt, in de samenleving bestaat.”
Verdwijning
Die broer is Lucas Harari, illustrator en auteur van meerdere graphic novels, waaronder Le cas David Zimmerman (in het Nederlands vertaald als De zaak David Zimmerman), waaraan Arthur Harari als co-auteur meewerkte. Het leverde de basis voor het script van L’inconnue, waarvoor hun andere broer, Tom Harari, de cinematografie voor zijn rekening nam.
“Het begon als een project van mijn broer, het was zijn visie, en dat hielp me eigenlijk enorm”, vertelt Harari. “Bij de meeste films die ik zie, mis ik het gevoel dat het ergens in geankerd is, dat het verder reikt dan alleen maar dat verhaal. Dat dit verhaal bij mijn broer vandaan kwam en dat het ontstond in tekeningen – en tijdens het proces was er ook fotografie – gaf het een verleden. De graphic novel gaat, meer nog dan de film, over vragen van verwantschap, oorsprong, wat vroeger is gebeurd, sporen.”
In de film fotografeert hoofdpersoon David straathoeken die op oude ansichtkaarten zijn afgebeeld – vaak in buurgemeenten die in de tussenliggende tijd door Parijs zijn opgeslokt – opnieuw. Daarbij speelt het verhaal zich, niet nadrukkelijk maar toch duidelijk herkenbaar, af in een Joods milieu. Is het vergezocht om een lijn te trekken tussen het thema van verdwijning en de Joodse identiteit van het hoofdpersonage? “Nee, dat Joodse zit er absoluut in – ondergronds; er zullen ook mensen zijn die het helemaal niet opmerken. Voor mij spookt door deze film het idee van verdwijning in het algemeen. In het Jodendom zit dat historisch diep verankerd. Mijn afkomst is Joods, al ben ik in mijn hele leven nog nooit in een synagoge geweest. Mijn Joods-zijn is iets van de ziel, maar ik weet niet wat ik daarvan moet maken. Ik stel mezelf vaak de vraag, in relatie tot mijn kinderen bijvoorbeeld, wat ervan overblijft. Ik denk dat het zal verdwijnen. Maar: de kwestie van de verdwijning van dat wat we waren, gaat ons allemaal aan. Bij Joden is dat zeer aanwezig omdat men hen wilde laten verdwijnen. Maar momenteel is de geschiedenis omgedraaid en vindt elders een andere gewelddaad plaats. Er is dus niets specifiek Joods aan de kwestie van verdwijning.”
De affaire Canal+
Harari werd rondom de première van L’inconnue nog door iets anders in beslag genomen. Een dag voor de opening van het filmfestival stond zijn naam, samen met die van Juliette Binoche, Adèle Haenel, documentairemaker Raymond Depardon en honderden andere toonaangevende figuren uit de Franse filmindustrie, onder een open brief in het dagblad Libération. Daarin luidden zij de noodklok over de groeiende ideologische greep van miljardair Vincent Bolloré op de nationale filmproductie en -distributie.
Bolloré is niet alleen de hoofdaandeelhouder van Canal+, dat in Frankrijk de grootste private filmfinancier is, maar inmiddels ook voor ruim een derde eigenaar van bioscoopketen UGC, die hij over twee jaar volledig in handen wil hebben. Recente gebeurtenissen bij uitgeverijen en televisiekanalen die ook onderdeel zijn van Bolloré’s media-imperium laten volgens de ondertekenaars van de open brief zien welke reactionaire, ultrarechtse agenda deze man – zeg maar gerust de Rupert Murdoch van de Franse media – tot uitvoering aan het brengen is.
Nadat Harari in een interview in diezelfde krant Bolloré als ‘crypto-fascist’ bestempelde, trok de ceo van Canal+, Maxime Saada – ook al was de kritiek niet op hem of het mediabedrijf gericht, maar op de grootaandeelhouder – ongekend hard van leer door te stellen dat iedereen die Canal+ beschuldigde van crypto-fascisme voortaan kon fluiten naar financiering. Waarna de actie onder de leus ‘Zapper Bolloré’ alleen maar meer steun kreeg, nu ook vanuit de internationale filmindustrie.
Over die open brief heeft mijn collega nog een vraag. Ging de bezorgdheid over wat er zou kúnnen gebeuren, of is dit al aan de hand? “Canal+ lijkt nog niet direct te interveniëren in de filmproductie,” antwoordt Harari, “met uitzondering natuurlijk van Grâce à Dieu van François Ozon, vanwege de religieuze dimensie die een obsessie is van Vincent Bolloré. [Canal+ trok in 2018, verordonneerd door Bolloré, de financiering terug voor deze film over seksueel misbruik van kinderen binnen de katholieke kerk, SK.] Eén zo’n geval bewijst afdoende de noodzaak om de kwestie aan te kaarten. We kunnen niet meer denken: laten we rustig afwachten. De bezorgdheid over de groeiende macht van extreemrechts in Frankrijk is groot. Het is precies het juiste moment voor het opwerpen van deze vraag, nu we zweven tussen de angst dat het gaat gebeuren en de constatering dat het eigenlijk al begonnen is.”
L’inconnue draait vanaf 15 oktober 2026 in de bioscoop.