Alireza Khatami over Los versos del olvido

'Heeft u ooit een Iraanse actiefilm in Cannes gezien?'

Los versos del olvido is een geslaagd debuut van een Iraanse filmmaker die geen ‘Iraanse film’ wilde maken. Geslaagd, deels omdat zijn bedoelingen mislukten.

Hoe maak je een film universeel? Hoe zorg je dat je verhaal overal ter wereld wordt herkend en begrepen? Volgens een bekende benadering doe je dat, paradoxaal genoeg, door je film lokaal te wortelen: daarmee verwerf je de geloofwaardigheid van een geleefde werkelijkheid, met alle details en nuances, die je personages tot leven brengt – een voorwaarde voor empathie.

Regisseur en scenarist Alireza Khatami (1980) pakte het anders aan met zijn boeiende debuutfilm Los versos del olvido (‘De verzen van vergetelheid’), waarin een rechtschapen kerkhofbeheerder wordt overvallen door een militie die, kennelijk van overheidswege, lijken van burgerslachtoffers wil verbergen in zijn mortuarium. Dit verhaal wilde Khatami universeel maken door het juist los te weken van een specifieke plek en tijd.

Khatami legt het me uit op het festival van Venetië: “Mijn hoofdrolspeler komt uit Spanje. De lijkwagenbestuurder is Spaans, maar komt uit Argentinië – dat Argentijnse wilden we er ook in hebben. De vrouwelijke hoofdrolspeler zegt niets, maar de grafdelver komt uit Madrid en dat merk je aan zijn accent. De rest van de cast is Chileens. Dus je hoort Spaans, Argentijns en Chileens. Daardoor kun je niet zeggen waar dit verhaal zich afspeelt.”

Maar bij mij werkte dat niet – gelukkig. Ik spreek geen Spaans en hoorde dus geen verschillen tussen de accenten. Voor mij speelde dit verhaal zich gewoon af in één Spaanstalig land – al wist ik niet welk. Ik zeg ‘gelukkig’, omdat ik denk dat een Nederlandse film die zich zichtbaar in Amsterdam afspeelt, terwijl de helft van de acteurs om onverklaarde redenen Vlaams spreekt, voor mij niet ‘universeel’ zal voelen, maar ongeloofwaardig.

Daarbij maakt het natuurlijk uit of je de locatie herkent. Als Jackie Chan in Who Am I? (1998) in Johannesburg de hoek om slaat en met zijn auto opeens de Rotterdamse Koopgoot inrijdt, is dat voor een Rotterdammer belachelijk. Maar als je de plek niet kent, valt het niet op.

Los versos del olvido is opgenomen in Chili en wie dat herkent – ik niet – plaatst daar dus ook het verhaal. En dan lijken de historische ‘verdwijningen’ die de kerkhofbeheerder aan de vergetelheid wil onttrekken logischerwijs te verwijzen naar het Pinochet-tijdperk – zie de Filmkrant-recensie en ook bijvoorbeeld deze recensie in CinemaScope. Zo beoordeelt de Internet Movie Database vervolgens als goof (‘foutje’) dat een van de grafzerken als sterfdatum 2014 vermeldt – te laat voor Pinochet.

Nee, het is nog niet zo gemakkelijk een verhaal los te koppelen van een land, cultuur en tijd. Want wilde Khatami nu dat Los versos del olvido zich afspeelt op al die concrete plekken waarnaar hij verwijst, Chili (met Pinochet), Spanje (Franco) en Argentinië (Videla), of daadwerkelijk op een non-specifieke plek? En dus overal? “Dat laatste. Overal en nergens. Ik wil het hebben over de mensheid. Ik wilde geen film maken over Chili, zodat u kunt zeggen: ‘Oh, dit gaat over Chili, niet over Nederland.’ Die Europese zelfgenoegzaamheid, weet u wel? Dit gaat niet over de politieke situatie in Chili. Dit gaat over de politieke daad van het herinneren. En die is universeel.”

Toch zag ik een Spaanstalige film in, nam ik aan, een Zuid-Amerikaans land. Zo eentje met dictators en verdwijningen. Niet een film die ook over Nederland ging. Wat me er overigens niet van weerhield mee te leven – maar niet op de manier die Khatami bedoeld had.

Er blijkt meer te zitten achter Khatami’s weigering om zich in een nationaal hokje te laten plaatsen. Khatami is geboren in Iran, waar hij tot zijn 24ste verbleef en onder meer werkte met Asghar Farhadi. Vanaf 2004 woonde hij achtereenvolgens in Maleisië, Libanon en de Verenigde Staten. Maar men verwacht van hem, vertelt hij, nog altijd ‘Iraanse films’. “Europese filmfestivals willen dat Iraanse filmmakers politieke films maken, waarin het Iraanse regime wordt bekritiseerd. De Europeanen plaatsen zichzelf hierbij in een superieure positie: ‘Wij halen je hierheen uit liefdadigheid. Wij redden jou.’ Maar Europa heeft geen recht van spreken: het is zelf schuldig aan de grootste misdaden uit de geschiedenis, zoals we allemaal weten.”

Daarom wilde hij een film maken die zich onttrok aan hokjesdenken. Als ik vervolgens, half grappend, suggereer dat hij dan ook sommige personages Engels, Nederlands of Iraans had kunnen laten spreken, reageert Khatami gebeten: “Het is grappig dat u dit zegt. Ja, dat was mooi geweest – maar zoiets kun je alleen maken als je een witte filmmaker bent. Dit gaat over festivalpolitiek. Ik bedoel, heeft u ooit een Iraanse actiefilm in Cannes gezien?”

Nee. “Of één in Berlijn? Nee, natuurlijk.”

Maar zijn die goed genoeg om vertoond te worden in Cannes of Berlijn? “Kom op nou zeg.”

Een Nederlandse actiefilm die goed genoeg is voor Cannes ken ik niet. “Maar ‘goed genoeg’ is heel subjectief. Hoeveel slechte films zie je niet elk jaar in Cannes, Berlijn of hier in Venetië?”

Ja, die zijn er natuurlijk. “Dat kunnen we allemaal zien. Dus de vraag is: wie mogen die films maken?”

Maar dan wil ik toch even aandringen, want u heeft die films gezien: vindt u echt dat er Iraanse actiefilms zijn die in Cannes of Venetië in competitie zouden kunnen draaien? Of zelfs in een bijprogramma? “Nou ja, ‘actiefilms’ moet je ruim nemen. Kijk, er is een formule voor een succesvolle Iraanse festivalfilm: een sociaal-realistisch drama, met een vrouw, een sluier, een onderdrukkende man, en dan gaat het over haar relatie met seksualiteit, de sharia en de autoriteiten. Dat is wat jullie te zien krijgen. Maar er zijn andere Iraanse films, die niet in het buitenland worden vertoond. En sommige daarvan zijn geweldig! Maar als filmmaker word je geacht je aan de clichés te houden.”

Khatami polemiseert – maar ik kan zijn frustratie begrijpen. Toch heeft hij óók te maken met het hokjesdenken van het publiek: de magisch-realistische elementen in het overwegend naturalistische Los versos del olvido zal de kijker automatisch categoriseren als Zuid-Amerikaans. Niet als Hollands.

“Natuurlijk staat het magisch-realisme wereldwijd bekend als Latijns-Amerikaans fenomeen. Maar in vele culturen vind je rond dezelfde tijd vergelijkbare literaire experimenten. Ik snap dat de calvinistische traditie daar anders tegenover staat, maar als je wat dieper graaft vind je in Europa ook voorchristelijke tradities met een grotere rol voor magie. Dat is in Nederland misschien onderdrukt – ik ken uw geschiedenis niet goed – maar in Iran wordt magie gevierd in literatuur, volksverhalen en poëzie, ook wanneer het niet helemaal in overeenstemming is met de religieuze regels. Denk aan De verhalen van duizend-en-een-nacht nacht.”

Als ik opmerk dat een film maken die zich ‘nergens’ afspeelt, past bij een kosmopoliet die buiten zijn geboorteland verblijft, zegt Khatami óók niet als ‘kunstenaar in exile’ te willen worden gelabeld. “Iemand zei me ooit: vertrouw nooit iemand die zijn zin begint met ‘Als een…’. Als een Iraanse filmmaker doe ik dit. Als een kunstenaar in ballingschap doe ik dat.”

Als een filmjournalist plaats ik mensen natuurlijk juist graag in hokjes. “Haha, ik begrijp wel dat journalistiek zo werkt: kennis is categoriseren. Maar mijn baan is dat niet.”

Ik begrijp waarom Khatami niet in hokjes gedrukt wil worden, maar geloof tegelijk niet dat je een film universeel kunt maken door hem los te weken van plaats en tijd. Waarom zouden we Los versos del olvido, tussen de uitersten van het nationale of het universele, niet een multinationale film kunnen noemen – een term die ik eerder introduceerde? Ik kan in Khatami’s film, met zijn naturalisme met magisch-realistische elementen, zijn stil humanisme onderbroken door absurdistische vignetten en zijn dichterlijke benadering van het dagelijks leven in politiek barre tijden, een vruchtbare kruisbestuiving zien van Iraanse en Latijns-Amerikaanse filmtradities. Dat gaat voorbij aan nationale clichés, precies zoals Khatami beoogde, maar is tegelijkertijd niet geheel ontworteld. Waarbij ik persoonlijk blij ben, dat ik het verschil tussen de Spaanse accenten niet hoor.