Berlinale 2026: Locatie

Berlijn als Ankara en Kaboel

Gelbe Briefe

Filmkrant doet dagelijks verslag van de 76e editie van de Berlinale, waar blijkt dat zelfs films over Afghanistan en Turkije prima in Duitsland gedraaid kunnen worden.

Afghanistan nadoen in Duitsland, dat klinkt als een flinke uitdaging. Maar het bleek makkelijker dan ze had verwacht, vertelt regisseur Shahrbanoo Sadat. Haar film No Good Men, de Berlinale-openingsfilm die speelt in Kaboel net voor de machtsovername van de Taliban in 2021, werd geheel gedraaid in Duitsland.

Het uitgangspunt van No Good Men was om de eerste Afghaanse romkom te maken. Het verhaal draait om Naru, een jonge camerapersoon bij een tv-zender – de enige vrouw op haar afdeling. De vrijgevochten feminist ligt in scheiding met haar vreemdgaande en overheersende echtgenoot en is ervan overtuigd dat er in haar land geen fatsoenlijke mannen meer zijn. Maar als de ervaren journalist Qodrat haar onder zijn hoede neemt, moet ze die mening bijstellen.

Sadat (Wolf and Sheep, 2016) begon al in 2020 aan de film, en hoopte toen nog hem in Afghanistan te maken. Maar na de machtsovername van de Taliban moest zij het land ontvluchten. Die chaotische en gewelddadige tijd maakte ze vervolgens expliciet onderdeel van de film, waarin zijzelf en coscenarist Anwar Hashimi de hoofdrollen spelen. Zo werd No Good Men een intrigerende mix van lichtvoetige romkom, politiek drama en feministisch pamflet. Een perfecte opener voor de Berlinale, waar meer dan op de andere A-festivals ruimte is voor de wereldproblematiek, maar men het toch ook graag gezellig houdt.

De binnenopnames voor No Good Men vonden plaats in studio’s in Sadats huidige woonplaats Hamburg, maar voor de buitenlocaties werd vooral in en om Berlijn gefilmd, vertelt de regisseur daags na de première van de film. “Ik was erop voorbereid dat draaien in Duitsland zou betekenen dat we allerlei compromissen zouden moeten sluiten. Maar de allereerste locatie die we bezochten, nam direct al mijn zorgen weg.”

Op zoek naar een gebouw dat dienst kon doen als de studio van Kabul News, de tv-zender waar Naru en Qodrat in de film werken, kwam Sadat terecht bij een filmarchief in het plaatsje Hoppegarten, net ten oosten van Berlijn. “Het was echt één op één hetzelfde gebouw als de echte studio waar ik zelf heb gewerkt in Kaboel. Dat filmarchief stamt uit de DDR-tijd. In het voormalige Oost-Duitsland heb je veel Sovjet-architectuur, net zoals je dat in Afghanistan hebt. Toen ik dat zag, wist ik dat we de film konden maken.”

Een plek creëren op een andere plek en doen alsof je ergens anders bent dan je daadwerkelijk bent, dat is natuurlijk niets nieuws in cinema. Al sinds jaar en dag “speelt” Los Angeles steden over de hele wereld. Tegenwoordig geldt hetzelfde voor de belastingtechnisch interessante alternatieven Toronto en Atlanta.

Andersom gebeurt het overigens ook: Amerika ergens anders namaken. Zoals gebeurde voor Gore Verbinski’s nogal tegenvallende AI-apocalyps-satire Good Luck Have Fun Don’t Die, een van de schaarse films met filmsterren in het festivalprogramma. Het verhaal over een tijdreiziger die naar het heden komt om een door AI aangerichte apocalyps af te wenden, speelt zich vrijwel geheel af op één vierkante kilometer in Los Angeles – maar werd om budgettaire redenen gedraaid in Zuid-Afrika. Er werd onder meer een complete replica van de iconische diner Norm’s neergezet, maar het was wellicht beter geweest als er zo veel detaillering en moeite in het rammelende scenario was gestopt. Overigens is de film officieel een Duits-Amerikaanse coproductie, wat het gevoel versterkt dat er op Berlinale dit jaar significant meer Duitse producties te zien zijn dan voorheen.

Nog meer Amerika-in-den-vreemde vinden we in A Prayer for the Dying, een Noors/Grieks/Engels/Zweedse coproductie die zich afspeelt in Wisconsin in 1870, maar werd gedraaid in Slowakije. In het piepkleine dorpje Friendship moet de lokale sheriff en priester, een getraumatiseerde oorlogsveteraan, de boel bij elkaar zien te houden als er difterie uitbreekt. Dat het dorpje ‘Friendship’ heet, maar het er als het eropaan komt uiteraard al snel ieder voor zich is, is tekenend voor hoe dit debuut van de Amerikaans-Noorse regisseur Dara Van Dusen je om de oren slaat met haar symboliek en thematiek. De opvallende stilering, met strakke, unheimische camerabewegingen die doen denken aan de films van Robert Eggers (The Lighthouse, 2019; The Northman, 2022) of een bloedserieuze Wes Anderson, houdt de boel lang overeind, maar uiteindelijk bezwijkt de film onder zijn eigen gewichtigheid.

Voor Verbinski en Van Dusen was het feit dat ze niet filmden op de plekken waar hun films zich afspelen vooral een productionele en financiële keuze. Voor Sadat was het daarentegen een bittere politieke noodzaak. De plek waar haar film zich afspeelt, het relatief net ietsje vrijere Kaboel van net voor de machtsovername door de Taliban, bestaat simpelweg niet meer.

Iets vergelijkbaars geldt voor Gelbe Briefe van de Turks-Duitse regisseur Ilker Çatak (Das Lehrerzimmer, 2023). De film draait om hoe het stel Aziz en Derya, zij acteur en hij theaterschrijver en academicus, met een kritisch toneelstuk het regime tegen de haren in strijken en allebei tegelijk worden ontslagen. Als hun leven in de culturele elite van het land verkruimelt, komen ook hun individuele en gedeelde idealen onder druk te staan.

Het zou op dit moment vrijwel onmogelijk zijn om de film te draaien in Erdogans Turkije. Çatak draaide dan ook, net als Sadat, in Berlijn en Hamburg – maar hij doet geen enkele poging om dat te verhullen. Sterker nog: hij benadrukt het. Nadat in de openingstitels hoofdrolspelers Özgü Namal en Tansu Biçer worden geïntroduceerd, komt in beeld: “Berlijn als Ankara”, en wat later in de film volgt “Hamburg als Istanbul”. Als Aziz later voor het gerecht moet verschijnen, plaatst Çatak de scène nadrukkelijk in de Berlijnse rechtbank, door in te zoomen op de Duitse teksten over volk en gerechtigheid boven het hoofd van de rechter – en door Aziz vertwijfeld te laten kijken naar een monument dat voor de deur staat, met manshoog het jaartal 1933. Zo wordt Gelbe Briefe niet alleen een film over Turkije nu, maar ook een waarschuwing tegen de autoritaire wind die door Europa waait.