Mubi Spotlight: Michael Haneke

Partij in een pervers spel

Der siebente Kontinent

De Filmkrant en VoD-platform Mubi presenteren elke maand een gezamenlijk filmprogramma. Filmkrant-lezers kijken drie maanden gratis. Deze maand viermaal Michael Haneke: een nadere kennismaking met de ontregelende blik van de Oostenrijkse filmauteur.

‘Controversieel’ was het bijvoeglijk naamwoord dat Michael Haneke jarenlang steevast vergezelde, maar je hoort die term beduidend minder vaak vallen sinds hij in 2012 met Amour zijn tweede Gouden Palm (de eerste was voor Das weisse Band in 2009) en vervolgens ook nog de Oscar voor Beste Buitenlandse Film won. Toch zijn er nog altijd filmliefhebbers die zijn oeuvre mijden.

Dat is ontegenzeglijk beter voor de gemoedsrust. Want laat je je door Haneke’s tegendraadse films uit je comfortzone rukken, dan riskeer je een eeuwig wantrouwen tegen het fenomeen film. Een gezond wantrouwen, welteverstaan.

Geweld als habitat
In de jaren negentig stond de Oostenrijker garant voor de meest claustrofobische bioscoopervaringen, met Funny Games (1997) als berucht hoogtepunt. Het rumoer rond die film met zijn bijna sadistisch misleidende titel wekte de belangstelling voor de thematisch verwante voorgangers Der siebente Kontinent, Benny’s Video en 71 Fragmente einer Chronologie des Zufalls, die hij zelf zijn "trilogie van emotionele vergletsjering" doopte. In elk van die drie films wordt door gewone burgers – een tiener, een student, een echtpaar – een geweldsdaad gepleegd, waarvan Haneke weliswaar de omstandigheden schetst maar zonder dat daar een bevredigende motivatie uit naar voren komt.

De vraag waarop geen antwoord komt is een constante in het oeuvre van Michael Haneke. Alleen dat al brengt een gevoel van claustrofobie met zich mee: alsof we ons in een game bevinden waarin we de kamer pas mogen verlaten wanneer we het raadsel hebben opgelost. Maar het is precies die perceptie – dat we door de gewelddaad voor een raadsel worden geplaatst – die Haneke keer op keer aan de kaak stelt. Wat zijn films ons tonen, is dat geweld geen aberratie is; het is onze habitat. Onze samenleving stoelt in gelijke mate op de gecontroleerde uitoefening van geweld én op de ontkenning daarvan. Ontregelend wordt het pas, wanneer de willekeur zijn intrede doet.

Contouren
De doorgaans nogal summiere uitwerking van de personages onderstreept dat aspect van willekeur. Gezichten verschijnen vaak pas na verloop van tijd in beeld, en van hun persoonlijkheden krijgen we slechts de contouren te zien: in wat voor huis ze wonen, welke auto ze rijden, hoe ze zich kleden en van welke muziek ze houden – en zelfs dat laatste is bij Haneke minder een kwestie van persoonlijke smaak dan van sociale klasse: popmuziek voor de gewone burger, klassiek voor de welgestelden. Zij heet Anna of Anne, hij Georg, Georges of George. Non-descript als ze zijn, nodigen ze nauwelijks uit tot identificatie, maar dat wil niet zeggen dat hun lot ons niet aangaat. Of raakt.

We moeten het alleen wel stellen zonder de behaaglijkheid van een eenduidige moraal. Want in Haneke’s films gaat die alle kanten op, en de personages die er zich het hardst op beroepen hebben zelden goeds in de zin. Morele argumenten zijn vaak niets anders dan een instrument voor machtsuitoefening. In de interactie met kinderen – die in zijn films bijna altijd een essentiële rol vervullen – komt dit het scherpst tot uiting. Hoe een groep kinderen in een protestants Noord-Duits dorpje aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog door deze ethiek gevormd wordt (inderdaad, we kunnen nu uittellen dat zij twintig jaar later tot de beroepsbevolking van nazi-Duitsland zullen behoren) is het onderwerp van Das weisse Band, die als ondertitel meekreeg Eine deutsche Kindergeschichte. Op het eerste oog doet de film zich voor als een historische detective, maar dat maakt allemaal deel uit van het spel dat Haneke speelt met de verwachtingen van zijn publiek, dat klaar zit voor een ontknoping aan het einde.

Vertrouw niet op mij
De bereidheid om ons door de filmmaker te laten leiden: Michael Haneke confronteert ons er keer op keer mee. Vertrouw niet op mij, doceert hij. Reduceer jezelf niet tot een machteloos subject. Hij maakte dit expliciet in Funny Games, waar het publiek partij wordt in een pervers spel waaruit de maker zelf zich juist volledig terugtrekt. God bestaat niet, zelfs niet voor hen die dat al wisten.

Niet voor niets besloot Haneke tien jaar na dato om van zijn meest provocatieve film een Amerikaanse remake te maken: Funny Games US. Want als de filmkunst ergens de rol van een hedendaagse mythologie vervult, dan is het wel in Hollywood: daar waar zelfs oorlogsmisdadigers helden kunnen worden, als dat de heersende ideologie dient. Dat is een reductie van filmische potentie en een infantilisering van het publiek, waartegen Haneke zich keert. Film is er niet om nieuwe mythen te creëren. Er zijn nog zoveel oude om te worden ontkracht.


Iedere vrijdag kiest de Filmkrant een nieuwe film uit het aanbod van Mubi, die vervolgens dertig dagen te zien is. Deze maand: viermaal Haneke, met 27 februari 2015 Der siebente Kontinent/The Seventh Continent (1989), 6 maart 71 Fragmente einer Chronologie des Zufalls/71 Fragments of a Chronology of Chance (1994), 13 maart Funny Games (2007) en 20 maart Das weisse Band (2009).