Godzilla-retrospectief
De aarde gromt nog steeds
Godzilla
Volgende maand verschijnt Godzilla Minus Zero, de eerste Godzilla-film die in de VS een R-rating krijgt. Op Mubi kun je onder de vlag ‘King of the Monsters’ acht eerdere Japanse Godzilla-films zien.
In 2017 overleed Haruo Nakajima, de acteur die voor de eerste Godzilla-film uit 1954 en de eerste elf vervolgfilms in het Godzilla-kostuum werd gehesen. Omdat rubber na de Tweede Wereldoorlog niet ruim voorhanden was en een soort cement werd gebruikt, woog dat eerste pak meer dan honderd kilo. Nakajima vertelde in interviews dat de temperatuur in het pak onder de bloedhete studiolampen zodanig opliep dat hij bij elke opname een halve emmer zweet verloor. “Het kon daarbinnen wel zestig graden worden. Maar acteurs klagen niet. Je doet gewoon je werk tot het klaar is.”
Het waren vreemde tijden. Slechts negen jaar nadat twee atoombommen Hiroshima en Nagasaki verwoest hadden, maakte Ishirô Honda over die nachtmerrie, die honderdduizenden levens had gekost, deze creature feature. Of, in het Japans: een kaiju-film. Een film die op dat moment een vreemde mix moet zijn geweest van vermaak en waarschuwing. Want kijk, dit is wat er kan gebeuren met al die radioactiviteit.
Wie dacht dat het publiek zeventig jaar na die eerste film wel genoeg heeft van de gast die t-rexen als ontbijt vreet, vergist zich. Godzilla Minus One, die slechts dertien miljoen euro kostte om te maken, leverde meer dan honderd miljoen euro op.
Toch zien weinig mensen die eerste films nog. Vooral natuurlijk omdat je de knop van je suspension of disbelief behoorlijk ver moet opendraaien, wil je niet slechts een curiosum zien wanneer het monster door het beeld beweegt met de souplesse van een havencontainer. Maar ook omdat de films niet zomaar overal beschikbaar zijn. Plus: waar begin je als er tegen de veertig Godzilla-films zijn gemaakt? Daar geeft de selectie van acht films die Mubi nu online heeft staan een duidelijk antwoord op: bij Honda’s eerste film uit 1954. Gemaakt met steun van de Japanse kustwacht.

Anders dan verreweg de meeste Amerikaanse creature features uit de jaren vijftig, die teerden op de publieke angst voor een Russische invasie en vrij simplistisch steeds weer de overwinning van de mensheid op de monsters serveerden, was Honda’s eerste Godzilla meteen al meer gelaagd. “Ze willen Godzilla alleen maar doden”, constateert paleontoloog en bioloog dr. Kyohei Yamane. “Waarom onderzoeken ze niet zijn weerstand tegen straling?” Voor de soundtrack van die eerste film componeerde Akira Ifukube zo’n krankzinnig sterke riff dat die het overheersende motief werd in allerlei Godzilla-films die daarna zijn gemaakt. Vijfenzestig jaar later, in 2019, werd dat motief nog steeds gebruikt in Godzilla: King of the Monsters, een van de Amerikaanse films in het ‘MonsterVerse’ waar de Japanse studio Toho toestemming voor gaf.
In 1968 regisseerde Honda Destroy All Monsters!, waarin de mensheid gekoloniseerd dreigt te worden door een vreemde mogendheid die monsters gebruikt om die invasie te laten slagen. Wat met de Amerikaanse troepenmacht in Japan na de Tweede Wereldoorlog natuurlijk geen onschuldige thematiek was. Bong Joon-ho’s The Host zou in 2006 diezelfde kritische houding tegenover de Amerikaanse aanwezigheid thematiseren, maar dan in Zuid-Korea. In het begin van die film zie je het Amerikaanse leger chemisch afval in de rivier dumpen waar later het monster uit komt. In 1975 zou Honda z’n laatste Godzilla regisseren – Terror of Mechagodzilla – waarin Japan opnieuw wordt bedreigd door een vreemde mogendheid. Het zat diep. Honda’s laatste film zit trouwens niet in het King of the Monsters-programma op Mubi. Wel Godzilla vs. Mechagodzilla (1974) van Jun Fukuda.
Zoals podcaster/journalist Will Sloan stelt in een begeleidend essay op Mubi: je kunt de Japanse Godzilla-films die nu al bijna driekwart eeuw worden gemaakt, bekijken als de frustraties en angsten van een collectief onderbewustzijn.

Dit suggereert wel meteen meer harmonie onder de makers van al die Godzilla-films dan in realiteit het geval was. De meer frivole films van Fukuda – in Godzilla vs. Gigan uit 1972 praat Godzilla zelfs even – zijn onder puristen een stuk minder geliefd. Die vervloeken de verandering van toon van de duistere allegorie in de eerste films naar de lichtere, speelsere toon van de films die tot pakweg 1975 werden gemaakt. Na dat eerste Shōwa-tijdperk (1954–1975) – de productie van Godzilla-films wordt meestal ingedeeld in vier tijdperken – werd in het Heisei-tijdperk vanaf 1984 een koerscorrectie ingezet: beginnend met The Return of Godzilla werd het monster weer een immense destructieve kracht en een bedreiging voor de mensheid.
Na de zes films van het Millennium-tijdperk (1999–2004) leven we sinds 2016 in het Reiwa-tijdperk van de Godzilla-films. Met z’n combinatie van naoorlogse misère, nucleaire dreiging én aandacht voor individuele slachtoffers van het monster, greep Godzilla Minus One in 2023 helemaal terug op Honda’s eerste Godzilla-film. De verwachting is dat Godzilla Minus Zero die traditie voortzet. Nu ik deze zin tik, merk ik dat ik kippenvel krijg. Nog een paar weken wachten, dan is het zover.
De acht films tellende collectie ‘Godzilla: King of the Monsters’ is nu te zien op Mubi (VoD). Godzilla Minus Zero is vanaf 5 november 2026 te zien in de bioscoop.