Coproductieverdrag
Met de billen bloot op de Chinese markt
Shanghai Trance
In oktober sloot Nederland een coproductieverdrag met China om de uitwisseling van films en expertise te bevorderen. Wat betekent dat? En hoe zit het met die… kuch… mensenrechten?
Door Ronald Rovers
Gij zult coproducties maken en gij zult toegang tot de Chinese markt krijgen. Als het over de film business gaat, zijn dat de stenen tafelen die de laatste vijf jaar van de berg kwamen rollen. Na intensieve voorbereiding door onder meer het Filmfonds sloot Nederland in oktober het derde coproductieverdrag in haar bestaan. Met China. Er wordt trouwens flink aan de weg getimmerd: donderdag 25 februari werd het zesde coproductieverdrag getekend, nu met de Federatie Wallonië-Brussel. Daarnaast heeft Nederland verdragen met Frankrijk, Canada, Duitsland en Zuid-Afrika.
Klinkt mooi, maar wat levert het op? Doel van die verdragen is het bevorderen van de uitwisseling van expertise en toegang tot elkaars steunmaatregelen, de fondsen en belastingvoordelen die lokale filmproductie en/of gebruik van lokale kennis belonen. In het geval van Zuid-Afrika komt daar de locatie bij, want het land is sinds jaar en dag leverancier van goedkope, zonnige decors voor commercials. Hier en daar ook voor films (Black Butterflies). Volgens de verdragen gaat het immers niet alleen om films maar ook om "andere creatieve mediaproducties".
Een geval apart
China is zoals bekend een geval apart. Aan de ene kant is de verhouding precair omdat het land andere opvattingen over mensenrechten heeft dan Westerse overheden zeggen te respecteren, en omdat via het Film Bureau openlijk censuur plaatsvindt op alles wat in de bioscopen verschijnt. Aan de andere kant wil niemand wachten om een stuk van de lucratieve Chinese markt te pakken.
Zakelijk gezien is een groot voordeel van een verdrag met China dat de films die erdoor tot stand komen buiten het jaarlijkse quotum van maximaal 34 buitenlandse films in Chinese bioscopen vallen. Zakelijk gezien is het bovendien verstandig jezelf hoe dan ook toegang tot de Chinese markt te verschaffen. Recent bleek de omzet van een Amerikaanse blockbuster daar groter dan in het thuisland. Die groei zal met de stijging van het aantal bioscopen alleen maar toenemen.
Praktisch gezien zal het verdrag voor Nederland vooral betrekking hebben op a) documentaires, animatie- en kinderfilms, "daar hebben onze Chinese partners hun interesse [voor] uitgesproken", aldus Filmfondsdirecteur Doreen Boonekamp b) toegang tot exotische locaties en c) toegang tot Chinees geld. Andersom zal China vooral profiteren van Nederlandse expertise op het gebied van postproductie. Wie denkt dat we via Nederlandse films het universele belang van functioneel naakt of de louterende effecten van vrije meningsuiting naar China kunnen exporteren is naïef.
De orde van de dag
"De Chinezen willen Chinese films en Amerikaanse blockbusters", zegt Natacha Devillers, die met haar bedrijven Les Petites Lumieres en China Blue al tien jaar in Shanghai als producent werkt en jaren geleden David Verbeeks Shanghai Trance produceerde. "In Europa levert alleen Luc Besson zulke films. Het is wel zo dat de markt voor kinderfilms begint te groeien. Logisch, want in China bestaan kinderfilms eigenlijk niet. De reden is dat er geen ratings system bestaat, waardoor alle films zich van oudsher op alle bezoekers richten."
En inderdaad, censuur is aan de orde van de dag, bevestigt ze. "Als je in China wilt werken, moet je volgens Chinese regels spelen. Ook de coproducenten. Uitzonderingen zijn er niet." Maar net als in de rest van de wereld, een beeld dat ook directeur Lorna Tee van het CinemAsia filmfestival in Nederland benadrukt, is de markt zelf in zekere zin de grootste censor. De meeste bioscoopbezoekers willen alleen vermaakt worden en zitten niet te wachten op confronterende onderwerpen of stilistische vernieuwing. Al lang voordat het Film Bureau ingrijpt, grijpen filmmakers en schrijvers bij zichzelf in en kiezen voor de veilige weg.
Devillers advies: "Stel realistische doelen. Geen enkele Europese film zat bij de top 50 best bezochte films van 2015. Het is een iteratief proces, je moet er van film tot film van leren. Als je een project hebt dat geschikt is voor een Chinees publiek en niet alleen maar een Chinees decor gebruikt, dan is het misschien geschikt om te coproduceren. Persoonlijk vind ik coproducties erg lastig. Ze voelen een beetje als een dubbelspel bij tennis waarbij de bal elke keer in het midden belandt."
Racistisch retoucheren
Hoe zit het dan met het schijnbaar racistisch retoucheren van publiciteitsmateriaal zoals bij de poster van The Force Awakens waarop de zwarte hoofdrolspeler John Boyega was weggemoffeld? Geen specifiek Chinees gebruik trouwens. Lionsgate haalde Italiaanse posters voor 12 Years a Slave terug toen bleek dat Brad Pitt en Michael Fassbender levensgroot stonden afgebeeld en het personage om wie het allemaal ging, Solomon Northup, nauwelijks herkenbaar was. Extra pijnlijk voor een film over slavernij. Maar hoe wrang ook, hiervoor zou net zo goed alleen marketing verantwoordelijk kunnen zijn. Hoe die dan weer geworteld is in raciale stereotypen is moeilijk te zeggen.
Toch kan samenwerking met China impliciet goedkeuring verlenen aan zulke praktijken, dus het is wel iets om beducht op te zijn. Hoe dat moet, is niet duidelijk. Amnesty Nederland vindt het bij monde van woordvoerder Emile Affolter te vroeg om zich uit te spreken. Begrijpelijk, want het is nauwelijks ontgonnen terrein. Wel zegt het de gang van zaken te zullen volgen.
Dirk van der Straaten, vorig jaar aangetreden als directeur van het Movies that Matter Festival, zegt over het coproductieverdrag geen uitgesproken standpunt te hebben. "Wat wij wel ervaren is dat wij ieder jaar een competitie organiseren voor films over mensenrechtenverdedigers. Al deze mensenrechtenverdedigers zullen komend festival aanwezig zijn, met één uitzondering: ‘hooligan sparrow’. Van deze Chinese mensenrechtenactiviste is het paspoort ingenomen. Dit is tekenend voor de precaire situatie waarin mensenrechtenverdedigers in China zich bevinden."