L’inconnue
Een ander in de spiegel
L’inconnue
Weinig films dit jaar zullen zo je lijf en je gedachten binnendringen als Arthur Harari’s L’inconnue.
Als een succubus gaat ze bovenop hem zitten en neemt hem. Neemt zijn lichaam en geeft het hare ervoor terug. In het eindeloos intrigerende L’inconnue beweegt een entiteit zich via seks van lichaam naar lichaam.
Althans, zo lijkt het. Wat het precies is dat via een grommend orgasme een ander lichaam binnendringt, wat het wil, is niet de belangrijkste vraag. De film draait om wat het doet met de persoon die achterblijft in een ander lichaam. Om de vraag wie we zijn voor onszelf en een ander, hoe identiteit zich verhoudt tot het lichaam.
Is een plek nog dezelfde als alles eraan uiterlijk is veranderd? L’inconnue begint met David (een bijna buitenaards uitziende Niels Schneider) die een oude ansichtkaart van een straathoek recreëert door op precies hetzelfde punt een foto te nemen. Eerder deed zijn vader al hetzelfde. Hoe verhouden die foto’s, die straathoeken zich tot elkaar? Wat definieert een plek?
Zijn vrienden nemen de lethargisch ogende David mee naar een oudejaarsfeest, waar piñata’s met de beeltenissen van onder meer Trump kapot worden geslagen. Waar zijn blik valt op het spiegelbeeld van een vrouw (Léa Seydoux) die hij maanden eerder fotografeerde. Of in elk geval fotografeerde hij dat gezicht. Zonder een woord te wisselen volgt hij haar, ze hebben seks, daarna zit hij in haar lichaam. Een lichaam dat eens behoorde aan een vrouw die Eva heet. Was zij de eerste?
Gebaseerd op de graphic novel De zaak David Zimmerman, die hij samen met zijn broer Lucas Harari maakte, creëerde Arthur Harari een film waar je enorm over kunt filosoferen, met z’n verwijzingen naar Joodse identiteit, Bob Dylan, zwangerschap. Maar het is vooral ook een film die zich in je lichaam nestelt. Je evenwicht verstoort. Vrijwel elke stilistische keuze creëert een disbalans. Zie de verontrustende zooms die Harari gebruikt. Als een stalker die probeert binnen te dringen. Of hoe shots soms iets te nauw gekadreerd lijken. Alles wringt en schuurt, zoals dat lichaam dat niet past.
Wanneer David zijn eigen lichaam terugvindt, wordt dat ‘bewoond’ door weer een andere jonge vrouw. Wat het ook was dat bezitnam van zijn lichaam, is alweer verder getrokken. Samen met deze Malia gaat David op zoek naar antwoorden, waarbij allerlei facetten van (gender)identiteit worden aangeraakt.
Plotseling ervaart David de beklemming van als vrouw alleen zijn met een man die je niet kent. Voelt een personage de vervreemding van mensen over je horen praten, denkend dat ze het tegen een ander hebben. Ziet iemand zijn moeder zich ontfermen over wie ze denkt dat haar zoon is. Alleen is hij het niet. Het is alleen zijn huls. Is dat dan wie je bent voor een ander? Hoeveel buitenkant is genoeg om een ander te laten denken dat jij het bent?
In plaats van toe te werken naar een oplossing, leidt L’inconnue je steeds verder het raadsel in, totdat het voelt alsof je in een spiegel kijkt waarin een ander terug staart. Die onbekende, dat is wie we zijn.