Venetië 2026: Tussenstand
Halverwege
Possible Love
Filmkrant doet verslag van de 83e editie van het filmfestival van Venetië, dat inmiddels halverwege is. Tijd voor een tussenstand.
Op de zesde festivaldag, met pakweg de helft van het filmaanbod achter de kiezen, maken we voorzichtig een eerste balans op.
Welke films verrasten ons? Welke stelden teleur? En welke trends beginnen zich af te tekenen?
Hugo Emmerzael
Persoonlijke favoriet tot nu toe: Primetime (Lance Oppenheim). Robert Pattinson kruipt in de huid van Chris Hansen, de Amerikaanse televisiepresentator die in zijn roemruchte programma To Catch a Predator (2004-2007) pedofielen uit de tent lokte om ze vervolgens live op televisie te arresteren. In zijn fictiedebuut (geproduceerd door A24) omzeilt Oppenheim de clichés van een biografiefilm. Hij lijkt vooral geïnteresseerd in het ontleden van de koortsachtige en problematische Amerikaanse massamedia van net na 9/11 en net voor de iPhone. De film kent zijn zwakke momenten, maar maakt indruk als krankzinnige meta-film.
Grootste teleurstelling: The Basics of Philosophy (Paul Schrader). Zijn vorige film Oh, Canada (2024) was al op het randje, maar met dit niemendalletje bereikt Paul Schrader een dieptepunt. Op tachtigjarige leeftijd heeft de regisseur en scenarist de puurheid van zijn eerdere werk – van het scenario van Martin Scorsese’s Taxi Driver tot zijn eigen films als regisseur – totaal verloochend. Deze bedenkelijke film over een filosofieprofessor die een zedendelict heeft verdrongen is vooral enorm lui. Het script hapert en rammelt, de reflecties op filosofie en Spinoza zijn banaal en het acteerwerk is akelig houterig. Maar misschien kan het toch nog erger: met zijn volgende film wil Schrader blijkbaar de gehele cast vervangen door met AI gegenereerde acteurs.
Grootste verrassing: No Paradise If You Are Killed by a Woman (Halkawt Mustafa). De derde speelfilm van de Koerdisch-Noorse regisseur is een meeslepende wraakthriller, gefilmd tussen het puin van de door ISIS bezette Iraakse stad Mosul. Een vrouwelijke scherpschutter van de Koerdische Peshmerga is daarheen gekomen om haar zus uit de klauwen van een ISIS-strijder te bevrijden. Vlijmscherp geschoten en indrukwekkend gespeeld door opkomend talent Avan Jamal. De oorlogsfilm kijkt weg als een kruising tussen Denis Villeneuve’s Sicario (2015) en de Metal Gear Solid-reeks van videogame-auteur Hideo Kojima.
Waar kijk ik nog naar uit: Musk (Alex Gibney). Het voelt kloppend dat een documentaire over de megalomaan aan het hoofd van Tesla, Space X en X “The Everything App” ruim drieënhalf uur duurt. Naar verluid gaat Gibney voorbij de clickbait en snelle hap van onze schaarse-aandachtseconomie met een documentaire die ongetwijfeld veel mensen in Amerika boos gaat maken. Hoe je het ook wendt of keert, Musk is een van de belangrijkste politieke figuren van onze tijd – de rijkste man op aarde, die gigantisch veel invloed op onze internetinfrastructuur heeft. Een goed moment om zijn problematische persona kritisch onder de loep te nemen.
Festivaltrends: Te weinig vrouwelijke makers, te veel foute mannen, bedenkelijk veel Russische filmmakers en journalisten, verrassend veel goede documentaires, consistent hogere temperaturen dan in eerdere jaren, te weinig vuilnisbakken rondom het festivalterrein, uit de hand lopende krimpflatie, erbarmelijk internetbereik.
Joost Broeren-Huitenga
Persoonlijke favoriet tot nu toe: Possible Love (Ga-neung-han sa-rang) van Lee Chang-dong. Lee toont opnieuw dat het persoonlijke, het politieke én de kunsten geen losse pijlers zijn, maar een onontwarbare kluwen, in dit verhaal over twee stellen – één arm, één rijk – waarvan de levens verweven raken. Zonder ook maar een moment te vervallen in melodrama legt hij de vinger op vele zere plekken, zowel in het intieme als het maatschappelijke domein.
Grootste teleurstelling: 15/18 van Cédric Kahn en The Echo Chamber van Andrea Palaoro. Niet omdat ik er per se hoge verwachtingen van had, maar omdat ze beide in hun tweede uur op verbluffend domme wijze de intimiteit die ze zorgvuldig hadden opgebouwd verkwanselen met als Groot Drama bedoelde Grote Clichés.
Grootste verrassing: From Inside Out –The Architecture of Peter Zumthor van Wim Wenders. Ik zat totaal niet te wachten op weer eens een kunstenaarsportret van Wenders, en irriteerde me mateloos aan de ondoenlijk grote 3D-bril die ik ervoor op moest zetten. Maar direct vanaf het eerste shot, van een simpele hoek van een kamer, was ik om en vervolgens heb ik me twee uur laten meeslepen – door Zumthors kalme bespiegelingen en Wenders’ wervelende beelden.
Waar kijk ik nog naar uit: A Bit of Light (Kami nour) van Ali Asgari. En een nacht met meer dan zes uur slaap.
Festivaltrend: Roundtable-interviews waar ik, geheel tegen de heersende (ongeschreven) regels, aan een tafel wordt gezet met Nederlandse collega’s.
KEES Driessen
Persoonlijke favoriet tot nu toe: My Undesirable Friends: Part II – Exile (Julia Loktev). De 355 minuten vliegen voorbij in dit intieme epos over extreem volhardende onafhankelijke Russische journalisten (grotendeels vrouwen) die uitzwermen over de wereld als Rusland in februari 2022 massaal Oekraïne binnenvalt en kritische media definitief verbiedt. Als je begint met kijken, stop je niet meer.
Grootste teleurstelling: Bucking Fastard (Werner Herzog). De verwachting was dat het een relatief conventionele film zou worden met relatief weinig van de Herzog-touch. Dat bleek te kloppen, maar dan slechter. Ik geloofde geen moment dat de Mara-zussen mentaal met elkaar vergroeid waren en daarmee viel de bodem onder het verhaal uit.
Grootste verrassing: Mr. Nelson, Did You Kill People? (Shinya Tsukamoto). Tot nog toe de meest intense festivalervaring. Geweldig lichamelijke hoofdrol van Rodney Hicks, bij wie het oorlogstrauma zwetend van het gezicht loopt, en die onder ogen moet zien – samen met ons – wat hij destijds in Vietnam aan gruwelen heeft begaan. Tetsuo-regisseur Tsukamoto slaat dit keer anders, maar bijna net zo hard toe.
Waar kijk ik nog naar uit: Niet zo heel veel, qua films, maar in elk geval Lav Diaz’ Let Us Through, Dear Ancestors, die met z’n behandeling van Spaans kolonialisme misschien wel een soort vervolg wordt op zijn geweldige Magellan (2025). En de documentaire Naza, een last-minute toevoeging aan de hoofdcompetitie van regisseurs Yuval Abraham en Rachel Szor (No Other Land, 2024), over hoe Israël de genocide in Gaza organiseert.
Festivaltrend: De meest opvallende trend is een anti-trend: nu de mediastorm van protest over het tekort aan vrouwelijke regisseurs in de hoofdcompetitie aan kracht heeft ingeboet, gaat Venetië gewoon weer terug naar één (overigens uitstekende) excuusfilm, May el-Toukhy’s gepast getitelde Woman Unknown (plus een vrouwelijke coregie van Naza). Terwijl elke man met iets op z’n kerfstok nadrukkelijk welkom blijft op het Lido, van Luc Besson tot Casey Affleck en van een postume Bertolucci tot Polanski (in het klassiekersprogramma) en Ilya Khrzhanovsky (en John Malkovich).
Maricke Nieuwdorp
Persoonlijke favoriet tot nu toe: Wild Horse Nine (Martin McDonagh). Democratieën van andere landen ontwrichten of gekozen politici omleggen, zijn bloedserieuze zaken die zich meestal in schaduwwerelden afspelen. Niet in de soepele, rake en droogkomische film van McDonagh (The Banshees of Inisherin, 2022). Hierin spelen John Malkovich en Sam Rockwell in het Chili van 1973 twee Amerikaanse CIA-agenten die naar de Paaseilanden reizen. Met name Malkovich’ personage is een heerlijke, zwartgallige eikel die weinig te verliezen heeft en links en rechts staatsgeheimen rondstrooit terwijl zijn collega de ergste brandjes probeert te blussen. Inzichtelijk, schokkend én onderhoudend.
Grootste teleurstelling: Bucking Fastard (Werner Herzog). Er zijn heus toffe elementen, zoals die twee rare zussen die synchroon spreken en alles samen willen doen. Het moet een acteerfeest zijn geweest voor beide hoofdrolspelers – de echte zussen Kate en Rooney Mara. Met een vreemd verhaal is niets mis, maar op twee derde van het scenario is er een dwaze plotwending die de kijker uit het verhaal rukt en vervolgens laat indutten. Bijpersonages komen en gaan zonder dat ze enig gewicht hebben. Zelfs Orlando Bloom komt er karig vanaf.
Grootste verrassing: From Inside Out –The Architecture of Peter Zumthor (Wim Wenders). Zelfs als je de Zwitserse architect Peter Zumthor niet kent, is deze vooral visuele introductie tot diens fantastische werk behoorlijk verslavend. Zonder een conventionele spanningsboog gaat Wenders gebouw na gebouw af, ontworpen door Zumthor. 3D-beelden van indrukwekkende ontwerpen wisselen summiere opmerkingen van Zumthor af, over hoe hij kijkt naar ontwerpen, over vakmanschap en over het gebruik van zo’n museum, kapel of privéhuis in kwestie. Regelmatig laat Wenders mensen in en rond die gebouwen creëren, dwalen, dansen en ontdekken, ter illustratie van de vraag hoe een ontwerp tot leven komt als het als gebouw eenmaal in gebruik is. Die vorm werkt meestal goed, hoewel zo’n sequentie een enkele keer juist afleidt van het punt dat Wenders wil maken.
Waar kijk ik nog naar uit: Naza (Yuval Abraham en Rachel Szor). Oorlogsdocumentaire van de makers van Oscar-winnaar No Other Land (2024). Alleen daarom al een must-see. Hun documentaire onderzoekt de systemen achter de massale vernietiging van Gazanen, gefilmd vanaf de daken van Tel Aviv.
Festivaltrend: Het gebrek aan vrouwelijke makers in de competitie is een terugkerend thema. Vrijwel iedereen is het erover eens dat er iets systematisch verkeerd gaat. Terwijl voor bekende oudgedienden (mannen, sorry) de rode loper wordt uitgerold, moeten de vrouwen zich kennelijk nog naar binnen vechten. Dat doen ze in 2026 vanuit verschillende zijprogramma’s. En in het kader van klein leed: gebrekkige internetverbinding op het festivalterrein en – natuurlijk – te weinig slaap.
Roosje van der Kamp
Persoonlijke favoriet tot nu toe: Possible Love (Lee Chang-dong). Een rijke documentairemaker raakt geobsedeerd door de vrouw van een ontslagen arbeider, die op haar beurt naar haar rijkdom hunkert. Possible Love gaat over klassennijd, maar de film alleen in die termen beschrijven ontdoet het verhaal van zijn complexiteit.
Grootste teleurstelling: Bucking Fastard (Werner Herzog). Op papier klinkt het intrigerend: twee zussen van wie de levens verweven zijn. Maar als acteurs Rooney en Kate Mara als één spreken en bewegen, is dat vooral irritant. Dit verhaal, waarvan het uitgangspunt zeer losjes op een waargebeurd verhaal is gebaseerd, probeert heel hard eigenzinnig te zijn. Dat laat vooral zien dat Herzogs ideeën in fictie deze keer niet overkomen.
Grootste verrassing: Mr. Nelson, Did You Kill People? (Shinya Tsukamoto). Ik was bijna niet gegaan, want: slechte titel, en een film over een veteraan met ptss. Maar deze oorlogsfilm is anders dan je verwacht: wreed, maar toch menselijk; onverschrokken, maar nooit buitensporig. Toen de aftiteling begon, voelde het alsof ik geen enkele keer met mijn ogen had geknipperd.
Waar kijk ik nog naar uit: They’re Here (Laura Poitras en Rachel Lauren Mueller). Als het geen korte documentaire was, had hij zeker in de hoofdcompetitie gedraaid, deze horrorfilm over de burgeropstand tegen ICE in Minneapolis.
Festivaltrend: Een terugkeer naar waarheid en moraal. Opvallend veel films gaan over geheimen, maar wat het meest in het oog springt, is de manier waarop deze worden gepresenteerd: het idee dat de waarheid nooit te achterhalen is, heeft plaatsgemaakt voor een geheim als iets dat kenbaar is. Het lijkt erop dat het ‘post-truth’-tijdperk aan het afbrokkelen is. Musk belooft bijvoorbeeld de ‘definitieve’ waarheid over Elon Musk. Ink en Primetime waarschuwen voor het loslaten van protocollen, die waarheid en feiten moeten beschermen, in de journalistiek. Zelfs Wild Horse Nine, die de spot drijft met de CIA, eindigt met het bewijs voor wie John F. Kennedy heeft vermoord. Misschien viel The Basics of Philosophy – opzettelijk ambigu en misschien wel te eenvoudig – daarom zo uit de toon.