Lichting 2026: Livia May over Dad Said

‘Ik heb het zo simpel gehouden dat iedereen zich erin kan herkennen’

Datum
26-08-2026
Auteur
Lees meer over

Dad Said

In aanloop naar de Studentencompetitie op NFF interviewt Filmkrant deze zomer afgestudeerden van meerdere academies. Livia May (HKU) brengt in de korte animatie Dad Said de strijd van een kind met een harteloze ouder terug tot de essentie.

Textuur. Dat is een sleutelbegrip voor de korte animatie Dad Said, waarmee Livia May afstudeert aan de HKU.

Ze laat me een paar tekeningen zien die ze ervoor gemaakt heeft. Krijt, verf op dik papier; laagjes stof als een zee. Het zijn maar kleine vellen, sommige nauwelijks groter dan één flinke hand – een stuk kleiner dan ik had verwacht.

Maar juist doordat het zo klein is, overheerst op het scherm de textuur van de materialen. Een beetje zoals hoe Mascha Halberstad in haar stopmotion animatiefilm Knor (2022), door op een kleinere schaal te werken dan gebruikelijk, alle texturen zo zichtbaar maakt dat je het schattige biggetje aan lijkt te kunnen raken. May: “Ik wil dat mijn film tastbaar lijkt. Dat je het idee hebt dat je het kan voelen.”

May’s personages – een vader en dochter – hebben een kindertekening-achtige eenvoud. Dat past bij het kleine formaat waarop ze werkt, maar de reden ligt dieper: “Als je zo’n gestileerde, vereenvoudigde vormgeving gebruikt, wordt het toegankelijker. En dat is belangrijk, omdat ik wil dat iedereen ernaar kan kijken.”

Want het onderwerp is op zich heftig: de dreigende, agressieve, liefdeloze manier waarop een vader zijn dochter behandelt. “Ik heb een nichtje van tien. Die heb ik mijn film ook laten zien. Zij snapte wat er gebeurde. Als ik haar vroeg: wat zie je? Dan zei ze heel rustig: ‘Ze heeft een vader die niet lief is en die haar pijn doet.’ Dat vind ik erg bijzonder.”

Simpel
Dad Said is een woordeloze film, waarvan de titel subtiel aangeeft dat niet alleen wat je als ouder letterlijk zegt, maar ook wat je doet altijd een boodschap meegeeft aan je kind: “Die ene klap die de dochter in de film krijgt, komt neer op te horen krijgen dat je niet goed genoeg bent.”

Livia May

Ik zag het eenvoudig getekende kind zelf niet per se als een specifiek gender en vermoedde in de lange groene haren die uiteindelijk triomfantelijk loskomen, het roze T-shirt en nog een paar andere elementen misschien een queer subtekst, maar zo blijkt het niet bewust bedoeld: “Nee, over queerheid heb ik totaal niet nagedacht. Maar ik vind het wel leuk dat je het erin ziet. Ik heb het nu al met zo veel mensen over mijn film gehad en telkens blijken die weer andere ideeën erbij te hebben. Dat is heel mooi. Dan heb ik zelf weer iets nieuws geleerd over mijn eigen film.”

May vervolgt: “Ik maakte het als een film over een jong meisje en haar vader. Maar inderdaad, wie weet valt dat meisje op hetzelfde geslacht. Of is ze bijvoorbeeld transgender. En dan is dat wat haar vader niet accepteert. Als je dat erin wilt zien, dan kan dat. Ik heb de tekening ook wel echt bewust zo simpel gehouden dat iedereen zich erin zou kunnen herkennen, of je nou jongen of meisje bent. Er was ook iemand die me hielp bij het animeren, die zei: oh grappig, je kunt haar staartje ook zien als een pet. En ik vind dat echt helemaal prima. Hoe meer abstract, hoe meer metaforisch het wordt, hoe meer mensen zelf hun eigen verhaal erbij kunnen bedenken.”

Japan
Maar waar May’s bijna Dick Bruna-achtige eenvoud de ruimte creëert voor eigen interpretaties, zijn het uiteindelijk, denk ik, juist de meer realistische aspecten – zoals het zware thema van kinderverwaarlozing, de opvallend naturalistische bewegingen en de door live-action geïnspireerde cameravoering – die ertoe uitnodigen. Want waar je Nijntje niet snel al te serieus op de werkelijkheid en je eigen leven zal betrekken, kan dat met Dad Said zeker wel.

“Ik houd zeker ook van andere animatie, maar als ik ga nadenken over wat me zelf het meest inspireert, dan zijn dat vaak speelfilms over ouder-kindrelaties, zoals Lady Bird, Aftersun en Scrapper, en kinderboeken, met name Japanse. En tussen die twee dingen heb ik dan zo’n beetje een tussenweg gevonden. En daarom ben ik uitgekomen bij realistische camerastandpunten, met een kinderboekstijltje.”

Ze noemt als Japanse inspiratiebron onder meer de “simplistische, speelse” illustrator Gomi Tarō – ze heeft haar studie destijds onderbroken voor een tussenjaar (wat er drie werden) in Japan. “Ik vond daar ook de Heta-uma-stroming interessant, een tegenbeweging tegen dat in de Japanse film, ook in animatie, alles meestal heel netjes en kloppend wordt gemaakt. Heta-uma betekent zoiets als zo lelijk, zo ruw en zo simpel mogelijk – maar dat het dan toch nog steeds kunst is.”

Zo leidde, net als bij veel kunstenaars, May’s artistieke groei naar steeds verdergaande vereenvoudiging. “Waar ik het meest van houd, is dat je met zo min mogelijk lijnen en vormen toch nog steeds iets zegt.” Een punt dat ze, na tweeënhalf jaar werk, met Dad Said heeft bereikt: “Ik denk niet dat er heel veel is wat ik hier nog kan weglaten.”


Tijdens het Nederlands Film Festival (25 september t/m 2 oktober 2026) is een selectie van de afstudeerproducties van de Nederlandse film- en kunstacademies te zien.