Dmytro Soecholytky-Sobtsjoek over Silent Flood
‘Oorlog kruipt als een rups over het land’
Dmytro Soecholytky-Sobtsjoek
In Silent Flood, het documentairedebuut van de Oekraïense regisseur Dmytro Soecholytky-Sobtsjoek, bakt een pacifistische gemeenschap brood voor het front. “Je kunt alleen iets delen wat werkelijk van jou is.”
Dmytro Soecholytky-Sobtsjoek oogstte vier jaar geleden lof met zijn baldadige speelfilmdebuut Pamfir (2022), een misdaaddrama vol folkloristische invloeden over een smokkelaar aan de Oekraïense westgrens.
In zijn eerste lange documentaire zoekt hij de verstilling op. Voor Silent Flood streek hij neer langs de oever van de rivier Dnjestr, waar een gesloten geloofsgemeenschap op traditionele wijze leeft. Deze pacifisten leven zonder elektriciteit, internet en mobiele telefoons. In harmonie met een natuur die geeft en neemt en de streek om de zoveel jaar onder water zet.
Silent Flood laat die dreiging van hoogwater rijmen met de oorlog in Oekraïne. De zwijgzame documentaire verkent hoe de inwoners van het afgezonderde dorp zich na de Russische invasie voorzichtig openstelden, om op hun eigen manier bij te dragen aan de oorlogsinspanning. Met schilderachtige details, waarvoor de film op IDFA de prijs voor beste cinematografie won, legt Soecholytky-Sobtsjoek vast hoe de dorpelingen ambachtelijk brood bakken dat daarna oostwaarts wordt verscheept, waar het voor Oekraïense militairen een deel van het kerstmaal is.
Waar de meeste Oekraïense documentaires niet om de gruwelen van de oorlog heen kunnen, verlegt Soecholytky-Sobtsjoek de focus naar pacifisme, gemeenschap en solidariteit. Het is zeldzaam om de oorlogsrealiteit met zoveel tederheid te beschouwen. In een videogesprek na IDFA sprak de regisseur over zijn documentaire en de symbolische verbanden tussen hoog- en laagwater, heden en verleden, oost en west.

Voor Silent Flood maakte je de korte documentaire The Liturgy of Anti-Tank Obstacles [2022], een poëtische film over metaalkunstenaars die in oorlogstijd tankvallen lassen. Silent Flood is zachter: een film over brood, pacifisme en een gemeenschap die in harmonie leeft met de natuur. Hoe zie jij de verhouding tussen die films? “We maakten Liturgy voor The New Yorker, waar ze gewend zijn aan verklarende talking heads. Dat staat haaks op mijn overtuiging dat het publiek eigen conclusies moet trekken. Pas na veel uitleg, en na verwijzingen naar Godfrey Reggio’s Koyaanisqatsi [1982] en Michelangelo Frammartino’s Le quattro volte [2010] als voorbeelden van woordloze films over de cyclus van het leven, vertrouwden ze me die film toe.
“Ook Silent Flood heeft een cyclische structuur. Het eerste idee was een film over een afgezonderde gemeenschap die in balans met de natuur leeft, een natuur die haar ook opslokt bij elke overstroming. Het rijzende water is een catastrofe die levens neemt, huizen verwoest, de jeugd verslindt. Dat kun je nu ook over de oorlog zeggen.”
In Pamfir is het landschap net zo belangrijk als de smokkelaars die door het beboste grensgebied sprinten. In Silent Flood lijkt de Dnjestr het hoofdpersonage te zijn. Waar komt die gevoeligheid voor landschap vandaan? “Mijn liefde voor de natuur komt uit mijn studententijd. Tussen 2002 en 2010 ging ik elke zomer raften, meestal in het westen, waar de rivieren sneller zijn. In tijden van hoogwater kon je de sporen van de vloed zien. Je vaart door een dorp en ziet de modder in de bomen hangen, zo hoog kan het water komen.
“De Dnjestr en zijn omgeving bieden een blik op onze geschiedenis: torens uit de elfde eeuw, kastelen uit latere eeuwen, bruggen van voor de Eerste Wereldoorlog, verwoest in de Tweede. Voor de mensen die er wonen zijn het merktekens die je laten voelen hoe de tijd verstrijkt. Je zou de rivier als een verbinding kunnen beschouwen tussen de oorlogen van vroeger en die van nu, want over tien, twintig jaar behoort ook deze oorlog tot het verleden.”
Tijdens het raften leerde je deze gemeenschap kennen. Pas na Pamfir keerde je terug om deze pacifistische oorlogsdocumentaire te maken. Hoe was dat weerzien? “Toen de invasie begon, raakte de gemeenschap uit beeld, maar een paar maanden later vond ik weer contact met mensen uit het dorp. Ze waren veranderd, opener. Ze bleken de soldaten te steunen. Zo werd zelfs de meest pacifistische plek deel van de oorlogsrealiteit. Toen ontstond het idee van delen. Je kunt alleen iets delen wat werkelijk van jou is, en de eenvoudigste manier om dat te tonen was via brood. Ik zag het brood als symbolische schakel tussen het land, de mensen die er wonen en de soldaten die vanuit datzelfde land zijn opgeroepen.”
Hoe verhoudt dat geïsoleerde thuisfront zich tot het strijdfront, waar je de soldaten met zoveel tederheid filmt? “Het moeilijkst was om soldaten uit deze streek te vinden die de gemeenschap kennen. Van een lijst met dertig namen viel de helft onmiddellijk af: ‘te geheim, te gevaarlijk’, zeiden de commandanten. Uiteindelijk hielden we zo’n vijf contacten over die we konden benaderen. Het was dus een fragiel lijntje.
“Dat het ons lukte om die tederheid te vangen was deels toeval. Het was het jaar waarin we overstapten van de juliaanse naar de gregoriaanse kalender, waardoor veel soldaten Kerstmis tweemaal vierden. Dat gaf meer ruimte voor intimiteit. Dankzij het brood op tafel kregen ze iets van de plek waar ze hun jeugd doorbrachten, waardoor herinneringen vanzelf opkwamen.”
Logischerwijs brengen veel Oekraïense documentaires de oorlog expliciet in beeld. Voelde je een verantwoordelijkheid om een andere toon te vinden? “We zitten midden in een oorlog waarin dagelijks verschrikkelijke dingen gebeuren: de bezetting van grondgebied, raketaanvallen, het sterven van onschuldige burgers. Dat beeld ken je uit het nieuws en van sociale media. Maar dit land was ooit ook een frontlinie tijdens de Tweede Wereldoorlog, en nu bewerken mensen er akkers en bouwen ze er huizen. Oorlogen gaan voorbij, maar zijn ook tijdloos: mensen komen om, het land is bezaaid met mijnen, en kinderen spelen op die ruïnes. Zelfs nu vinden we rond de Dnjestr nog bommen uit de Tweede Wereldoorlog.
“Oorlog kruipt dus als een rups over het land, en het gevaar blijft, ook wanneer de vrede terugkeert. Onze gids in de streek zei soms: ‘Als je het camerastatief hier neerzet is dat je eigen verantwoordelijkheid, want er kunnen vlindermijnen liggen.’ Deze film wijst erop hoe lang een oorlog blijft naschokken.”
Je werkte met meerdere cinematografen en schoot zelf ook materiaal. Hoe bewaak je dan toch die consistente, schilderachtige filmtaal? “Het is een suf antwoord: bij ieder van hen sta je naast de camera om je overal mee te bemoeien. Vjatsjeslav Tsvetkov en Oleksandr Korotoen zijn ervaren cinematografen; zij deden vooral het front. Ik heb zelf voor televisie geschoten, dus als het nodig is pak ik de camera ook op. De mooiste ervaring was overigens met Ivan Morarash, die zonder opleiding het vak op de set leerde kennen. Dit is zijn eerste film. Dag na dag werd hij beter, en tegen het einde was hij uitstekend. Misschien was het juist goed: een camerapersoon met veel ervaring gaat een eigen visie verdedigen, Morarash vertrouwde altijd het concept.”
Je bekendste werk is de speelfilm Pamfir, maar je documentairepraktijk loopt dwars door je fictiewerk heen. Hoe verhouden die twee zich voor jou? “In fictie bouw ik de werkelijkheid, volgens natuurwetten die ik zelf bepaal. Ik ben verantwoordelijk voor alles wat er binnen het kader gebeurt. In documentaire ben ik te gast. Ik moet aanvaarden wat de werkelijkheid me geeft, en uitzoeken wat ik kan maken van dat geschenk. De werkelijkheid is een briljante leermeester: daarna kan ik in fictie eigen werelden scheppen die op de werkelijkheid lijken. Dat inspireert me enorm.”
Silent Flood draait vanaf 17 september 2026 in de bioscoop.